Mediawethouder Wimar Jaeger: “De gunfactor is afgenomen”

Wimar Jaeger kondigde recent aan dat hij op 4 maart stopt als mediawethouder van Hilversum. Spreekbuis-mediajournalist Peter Schavemaker interviewde Jaeger uitgebreid over welke politieke erfenis hij achter wil laten, op welke media-onderwerpen hij trots is, welke een smet op zijn blazoen zijn geworden en hoe het beeld over zijn wethouderschap in de politiek veranderde. Waarbij hij in het begin werd geroemd om zijn ‘gedegen voorbereiding en heldere beschouwingen’ en zes jaar later ‘onbesuisd’ en ‘eigengereid’ wordt genoemd.

Welke politieke erfenis wil je dat je na je vertrek als mediawethouder hebt achterlaten?
“(lacht) Vind je dat ik dat zou moeten zeggen? Ik denk eerlijk gezegd dat anderen dat beter kunnen beoordelen. Laat ik maar vanuit de erfeniswens spreken. Ten eerste, dat we Hilversum weer hernieuwd op de kaart hebben gezet als het kloppende centrum van de creatieve- en digitale content industrie; of in het kort de media. Gepositioneerd en anderzijds als stad waar je als toekomstige maker en creatieveling naar toe wil komen omdat je ziet dat daar het kloppende hart is. Ik hoop dat ons beleid ertoe heeft geleid dat er een samenwerking is tussen de media en de creatieve sector onderling, en dat die versterkt is. Mijn tweede antwoord is dat ik hoop dat er een flinke brok levendigheid in de stad is toegevoegd; in het centrum en de stad zelf waardoor we wat wegraken van wat we altijd het groene graf noemen, dat we weer daadwerkelijk een bruisende gemeenschap zijn en een creatief klimaat hebben, zoals het MCO, het Filmtheater en MOUT, waarin het buitengewoon prettig leven en wonen is.”

Je allereerste interview als mediawethouder verscheen op 24 juni 2014 in Trouw. Daarin zei je: ‘Hilversum moet meer mediastad gaan ademen’.
“Dat was inderdaad mijn doel. Ik hoop heel erg dat ik daar in geslaagd ben en mijn steentje heb bijgedragen. Nogmaals, ik laat het aan anderen om dit te beoordelen.”

Voor mij is de industrietafel één van de markeerpunten die er zijn geweest in mijn wethouderschap

Wimar Jaeger

Je sprak net over de samenwerking tussen de gemeente en de omroepen. Het mediabeleid van Jan Rensen, je voorganger als mediawethouder, noemde je eerder vooral faciliterend – eenrichtingsverkeer. Jij hebt altijd gevonden dat de gemeente ‘onderdeel’ moest worden van de media.
“Dat klopt. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is de oprichting van de industrietafel, een overleg structuur van mediabedrijven (16 CEO’s van toonaangevende mediabedrijven, red.) waar we met elkaar kijken naar de prioriteiten binnen de brede mediasector die moeten worden opgepakt. Talentontwikkeling is één van de prioriteiten die onder andere is ontstaan aan de industrietafel. Iedereen constateerde dat jonge ict-ers – techies – zich rot rennen om bij Google terecht te komen. De vraag was hoe wij als mediasector en werkgevers aantrekkelijker zouden kunnen worden voor deze ict-ers. Uiteindelijk is deze prioriteit omgezet naar Media Perspectives. Inderdaad de recent aangekondigde (5 februari, red.) verhuizing van het HvA-omscholingsprogramma Make IT Work naar het Mediapark is uiteindelijk ook een uitvloeisel van Media Perspectives en de industrietafel. Heel flauw gezegd; als Pieter (Broertjes, red.) en ik het initiatief  niet hadden genomen dan was de industrietafel er niet gekomen. Deze hebben we als gemeente geïnitieerd. Voor mij is de industrietafel één van de markeerpunten die er zijn geweest in mijn wethouderschap.”

In het interview in de Gooi- en Eemlander van 25 januari 2020 was je openhartig. Ik vond het wel opvallend dat in het lijstje ‘trots op’ geen media-onderwerpen stonden, maar wel het Marktplein, het MCO, de Stadsdichter, het Stadsfonds, het Dudok Architectuur Centrum en Hilversum Marketing.
“Er stonden wel meer onderwerpen op mijn lijstje, de Gooi- en Eemlander heeft daar een selectie van gemaakt, wat ik mij kan voorstellen vanuit het lokale perspectief van de krant.”

Je hebt de benen uit je lijf gerend in de Mediastad. Op welke onderwerpen ben je trots?
“Ik ben zeker hartstikke trots wat betreft media-onderwerpen, bijvoorbeeld dat Talpa heeft besloten om zijn activiteiten in Hilversum te laten landen, dat dit ook geldt voor Fox en Ziggo Sport en noem ze maar op. Ik vind deze ontwikkelingen één van de belangrijke dingen die er gebeurd zijn in de afgelopen jaren.”

We zijn in staat geweest om iets van perspectief te bieden als Mediastad richting die sector.

Wimar Jaeger

Deze voorbeelden zijn vooral faciliterend. Je zei eerder dat alleen een faciliterende rol voor de gemeente binnen het mediabeleid ‘te beperkend’ zou zijn.
“Dat klopt, maar er is niks mis om te faciliteren, toch? We zijn in staat geweest om iets van perspectief te bieden als Mediastad richting die sector. Dat doe je door het initiatief te nemen in de eerder genoemde talentontwikkeling programma’s, anders te kijken naar je positionering, door heel specifiek te lobbyen in Den Haag en op andere plekken en het vestigingsklimaat zo goed mogelijk aan te passen.”

Tijdens een interview bij BM Talk (van Broadcast Magazine, red.) zei je: ‘Ik wil in 2019 op het gebied van regelgeving, bijvoorbeeld kijkend naar de advertentiemarkt een slag slaan. Dat is goed voor het hele mediabestel. Als we vanuit de advertentiemarkt alleen maar kijken naar televisie of de radio en wat er bij de Nederlandse mediabedrijven wordt besteed aan advertentiegeld, en dus niet naar de totale markt kijkend dan zijn we echt niet goed bezig. De gemeente Hilversum kan hier iets aan doen door spoorslags, ik zou bijna zeggen bijna wekelijks gesprekken te hebben met Kamerleden, met de minister, met het ministerie van OCW en met het ministerie van Financiën waarbij ik ze letterlijk vraag om de wetgeving aan te passen op Nederlands niveau – met een handhaving door het commissariaat voor de media en anderzijds in Europa te kijken of er ten opzichte van de buitenlandse concurrentie het speelveld gelijk is gemaakt.’

Hoeveel gesprekken heb je gehad in Den Haag en met wie?
“Ik heb gesprekken gehad met een flink aantal partijen, sowieso van de coalitie met daarnaast een aantal oppositiepartijen; de belangrijkste daarvan is GroenLinks geweest. Daar heb ik het meest mee gesproken. In deze zijn de gesprekken met name op het ministerie ook belangrijk geweest omdat de aspecten hierboven met name worden besproken aan de zogenaamde ‘de Tafel van Slob’. De agendapunten op deze tafel waren vaak punten die aan de eerder genoemde Hilversumse industrietafel ook besproken werden. Ik constateer dat de lobby, of het is toeval, op zichzelf in die zin succesvol geweest dat we een aantal dingen hebben kunnen adresseren en agenderen aan ‘de Tafel van Slob’. Via de subtafels hebben we succesvol een bredere groep partijen, zoals digital agencies, aan tafel gekregen. In de politiek is langzamerhand draagvlak ontstaan voor de Facebook-tax.”

Ik heb Léonie Sazias (mediawoordvoerder van 50PLUS) nog niet gesproken sinds dat ze Kamerlid is.

Wimar Jaeger

Had je de gesprekken met de mediawoordvoerders?
“Ja. Ik heb veruit het meeste met Joost Sneller (partijgenoot van Jaeger bij D66, red.) hierover aan tafel gezeten.”

Als Spreekbuis.nl hebben wij een serie interviews gemaakt met de Haagse mediawoordvoerders. Bij de meeste van hen was niet bekend dat Hilversum een mediawethouder had, laat staan wie Wimar Jaeger is. GroenLinks-mediawoordvoerder Lisa Westerveld reageerde in haar interview met Spreekbuis.nl (september 2019) als volgt op de vraag: Past in deze gesprekken een afspraak met Wimar Jaeger, de Hilversumse mediawethouder over het Hilversumse standpunt? Hilversum vertegenwoordigt 12.000 mensen die hun brood verdienen in de media. “Dat ben ik met je eens. Ik weet ook niet waarom er nog geen afspraak is geweest. Hilversum is juist een belangrijke partij om onze visie mee te ontwikkelen.”
Jaeger: “Ik heb Lisa Westerveld recent aan de telefoon gehad. Het is vast langer geleden dat jullie haar hebben geïnterviewd. Op grond van haar uitspraak dat het goed zou zijn om contact te hebben met Hilversum heb ik haar uitgebreid gesproken over de visiebrief van minister Slob. Spreekbuis.nl heeft dus zeker bijgedragen aan dit contact. Hilversum heeft wel diverse pogingen gewaagd om de Haagse mediawoordvoerders collectief naar Hilversum toe te krijgen. Dat is dan toch lastig. Met Lodewijk Asscher hebben we, ook via Pieter Broertjes, prettig contact. Pieter spreekt hem binnenkort weer. Ik heb niet alleen de Haagse contacten.” 

Het verbaasde me dat je nog niet met Léonie Sazias hebt gesproken. Zij zit toch het dichtste in jouw netwerk, omdat ze als voormalig Hilversums raadslid ook een uitgesproken mening had over het mediadebat van het college en in de raad. 
“(lacht) Ik heb Léonie Sazias nog niet gesproken sinds dat ze Kamerlid is. Voordat ik vertrek zal ik zeker nog met haar praten, al is het maar uit persoonlijk oogpunt.”

Gaat het je in de Haagse discussies over het gelijke speelveld en de globalisering als mediawethouder, onder de streep -als belangrijkste uitkomst- niet om het behoud en misschien vergroting van de 12.000 banen binnen de Hilversumse mediasector?
“Het gaat mij om de volgende drie doelen die ik als mediawethouder wilde nastreven; zeker over het behoud van die 12.000 banen, sterker uitbreiding tot 14 of 16-duizend banen, waarbij we ons goed moeten realiseren dat het qua banen ook gaat over de toeleverende economie – zoals Hilversumse restaurants, bloemenhandels en supermarkten. Dit doel is heel erg Hilversums. Ten tweede over de economische waardeontwikkeling die wij, ook als exportproduct, hebben en wat geld oplevert voor de BV Nederland. Dat maakt ons in Hilversum relevant. Ten derde maak ik mij, maatschappelijk, zorgen over de afstand die is ontstaan tussen de Nederlandse content op de platforms en het publiek waarvoor we het maken.”

‘Zonder Pieter Broertjes hadden we er als Mediastad anders voorgestaan’, zei je in een eerder interview met mij. Wat vond Pieter Broertjes eigenlijk van je vertrek?
“Dat vindt Pieter niet leuk, tegelijkertijd heeft er wel begrip voor.”

Wimar Jaeger sprak eerder in de Gooi- en Eemlander van 15 mei 2014 zijn zorgen uit dat Hilversum Mediastad destijds werd geconfronteerd met de grote reorganisatie van Spil Games in de Arendstraat waarbij 90 voltijdbanen werden geschrapt. Jaeger noemde Spil Games in het krantenartikel ‘het paradepaardje van de creatieve industrie in Hilversum’ en ‘een zeer belangrijke werkgever met wie we ons betrokken voelen’.

Hoe kijk je terug op het vertrek van Blue Circle in 2015?
“Dat was een grote tegenvaller, ondanks dat we er samen met Georgette Schlick hard aan hebben getrokken om te kijken of we het vertrek konden keren. Dat was helaas niet meer haalbaar. Ik vind dit nog steeds een zware tegenvaller. Ja, je kunt zeggen dat dit een smet op mijn wethouderschap is. We hadden echt meer moeten doen om te zorgen dat ze zouden blijven. Een van de problemen was inderdaad niet voldoende huisvesting. (lacht) Laten we optimistisch blijven, het duurt niet zo lang meer voordat het huurcontract afloopt van de locatie (Pieter Braaijweg in Amsterdam, red.) waar ze nu zitten. Alle kansen om op de schreden terug te keren. Ik roep Blue Circle (nu Fremantle) op om terug te keren naar de Mediastad.”

Het vertrek van Blue Circle is een smet op mijn wethouderschap.

Wimar Jaeger

Binnen een jaar na je aantreden maakte Spil Games de grote reorganisatie bekend en zes maanden later vertrok Blue Circle. Hoe kijk je terug op deze twee grote gebeurtenissen?
“Ja, ik was net begonnen. De keuze van Spil Games had een bedrijfseconomische reden; daar moeten we eerlijk over zijn. Spil Games ontwikkelde games op een ander platform dan wat uiteindelijk populair bleek te worden. Je zag dat de mobiele games de toekomst waren.”

De Media Mile werd op een gegeven moment geframed.

Wumar Jaeger

Is de Media Mile (gelanceerd op 6 september 2017, red.) – dat uiteindelijk een debacle is geworden – ook een smet op je blazoen?
“De Media Mile is niet goed geweest, of is nog niet goed. Tegelijkertijd heeft het, wat mij betreft, te veel potentie om het nu volledig uit de lucht te trekken. Dat is niet nodig. Ik denk dat Hilversum Marketing ermee aan de gang gaat en content zal toevoegen waardoor je potentieel misschien ooit wel een succesvolle Media Mile hebt. Het is zonde om de bestaande infrastructuur, technologie en content weg te gooien. Voor de goede orde, ik geef volmondig toe de Media Mile niet gelukt is. We hebben deze initiatieven bewust genomen omdat we iets wilden bereiken. Er gingen dingen fout of niet goed genoeg. Bij sommige politieke partijen en journalisten is het kennelijk zo dat het prettiger is om aan te geven dat het allemaal niet deugt, dan dat je zegt waar gewerkt wordt gaan dingen mis.”

Bedoel je dat de Media Mile stuk is geschreven, zoals in de opiniestukken in de Gooi- en Eemlander?
“De Media Mile werd op een gegeven moment geframed.”

Vind je dat de raad voldoende kennis heeft van het mediadossier? Jan Rensen, die ik al eerder in dit interview aanhaalde, vond destijds tijdens zijn mediawethouderschap dat er ‘ongeïnteresseerdheid’ heerste in raad.
“Qua interesse en kennis is er een verschil van dag en nacht ten opzichte van toen ik begon. De tegendruk aan het begin is inderdaad afgenomen, waardoor ik beter beleid kon gaan voeren. De gemeentelijke budgetten voor ons mediabeleid zijn enorm toegenomen, ten opzichte van toen ik kwam. Het is astronomisch wat we nu investeren, maar in vergelijking tot de totale begroting van Hilversum nog best bescheiden. Jan Rensen had een klein team. De raad is nu echt geïnteresseerd en op de hoogte. Dat leidt er wel toe dat het debat over het mediadossier scherper wordt gevoerd. Het is niet zo, en dat denken wij altijd, dat er unanimiteit is ten aanzien van de positie van de Mediastad en dat iedereen de ambities, de groei en het meeslepende verhaal altijd onderstreept. Er is wel degelijk ook binnen de gemeenteraad van Hilversum een stroming van mensen die zeggen: ‘Dat brengt allemaal onrust, teveel auto’s en files in mijn dorp. Moet dat allemaal?’.”

Het huidige mediateam is zijn gewicht tien keer in goud waard.

Wimar Jaeger

Hoop je dat het huidige mediateam in takt blijft na je vertrek?
“Dat team is zijn gewicht tien keer in goud waard. Het is zo’n stevig team, dat krijg je niet snel afgebouwd.”

Moet de raad weer kiezen voor een duidelijke geprofileerde mediawethouder? Dat was in het verleden ook niet altijd evident.
“Je kent me… Ik wil overal controle over hebben. Ik zou het liefste ook controle over mijn opvolger hebben, maar ik vrees dat dit een brug te ver is (lacht).”

Het is niet zo dat er ooit gedacht is dat de gemeente het mediapark zou overnemen.

Wimar Jaeger

Even terug naar je mediabeleid. In januari 2018 onthulde je het plan dat de gemeente, samen met andere partijen, het Mediapark wilde overnemen om te (her)ontwikkelen van een kantoorgebied naar een campus, zoals de High Tech Campus in Eindhoven. Een plan van een half miljard euro waarbij de gemeente financiële steun zocht bij investeerders, het ministerie van Economische Zaken en de provincie Noord-Holland. Op 7 september 2018 werd de visuele visie van dit plan, een ontwerpschetsdocument van 194 pagina’s van de Amsterdamse architect studio UNStudio gepresenteerd. Wij horen signalen dat dit plan in de ijskast staat.
“Dat beeld deel ik niet helemaal met je. Het is niet zo dat er ooit gedacht is dat de gemeente het mediapark zou overnemen. Wel wilde we graag een eigenaar die weer flink in het park zou investeren. Het is niet zo snel gegaan als ik dat misschien gewenst had. Maar ik zie wel degelijk bewegingen. Het plan is destijds opgesteld onder de oude eigenaren. Destijds is het plan door een deel van de gemeente best omarmt vooral over de campusgedachte in het plan. Deze gedachte wordt nu door de huidige eigenaren gedeeld. De huidige eigenaar Pinnacle is positief over het UNStudio-rapport. Tegelijkertijd is er ook een economische realiteit om te investeren, die vraagt om huurders die kunnen investeren. Pinnacle wil eerst zijn huurbasis goed op orde hebben, voordat ze daadwerkelijk gaan investeren. Dat is de huidige status van het plan.”

Was het UN-plan een visie van het college of kwam het vooral uit de creatieve koker van UNStudio?
“UN heeft het rapport geschreven op basis van hun eigen kennis en ervaring en de vele interviews die ze met de gebruikers op het park hebben gevoerd. UNStudio is een internationaal fameuze club die dit soort rapporten schrijft. UN heeft ook input gekregen van met name de toenmalige eigenaar van het Mediapark, de gemeente Hilversum, de provincie en de gebruikers op het park.”

Henk Blok van Hart voor Hilversum noemde het plan ‘megalomaan’ en ‘irreëel’. Heb je nooit gedacht dat dit plan een veel te grote broek was die Hilversum aantrok?
“Nee, absoluut niet. Het is een te grote broek op het moment als je denkt dat je het plan in zes maanden kan realiseren. Maar dat was niet de bedoeling van het plan. Het was de bedoeling om een visie neer te zetten, het heet ook niet voor niks een visie (Vision Book, red.) over het Mediapark, waar je over tien of vijftien jaar wilt zijn. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat het visieplan echt goed haalbaar is, sterker nog ik ben er van overtuigd dat het er gaat komen en noodzakelijk is om Hilversum als magnetisch centrum van de sector te behouden.” 

De Gooi- en Eemlander schreef op 12 december 2018 in een opinie: ‘Zo bezien is het Hilversumse plan misschien wel een groter sprookjesland dan dat in Parijs’.
“Die vergelijking lijkt me niet te passen. De critici zeggen dat, maar ik deel dat absoluut niet. Ik vind eerlijk gezegd dat een discussie of het plan wel of niet goed is een inhoudelijke discussie moet zijn. Kom anders naar voren en zeg: ‘Ik wil geen bruisend Mediapark in Hilversum hebben omdat ik als inwoner daar te veel last van heb’.”

Vind je de ontwikkeling en de komst van het ‘UN-consortiumplan’ als kantelpunt in de geschiedenis van Mediastad Hilversum vergelijkbaar met het moment dat voormalig (media)burgemeester Boot het Mediapark-terrein kocht (het Radio City Plan van 4 december 1956, red.) en de komst van het AKN-gebouw (sinds 2018 het gebouw M) op 30 augustus 2000?
“Zeker. Ook ons mediavisie rapport Tipping Point (gepresenteerd in de raad van 11 mei 2016, red.) is voor mij ook zo’n kantelpunt.”

De toekomst positie van Hilversum als Mediastad is kwetsbaar.

Wimar Jaeger

Je maakt je ook zorgen over de toekomst positie van Hilversum als Mediastad.
“Het is kwetsbaar – dat woord wil ik gebruiken – je kan het zo verknallen en dat moet niet gebeuren. Veel signalen staan inderdaad op groen. Ik maak me geen zorgen en laat het met een behoorlijk gerust hart achter. Maar ga er voorzichtig mee om…”

Het is interessant te zien hoe je als politicus bent veranderd. In 2008 was je fractie-assistent en bezig met de discussie over ‘Cocon’, het zwerverspension aan de Neuweg. Destijds zei men in de Hilversumse politiek over je: ‘Zodra Wimar aan het woord komt is het echt stil’, je viel ook op door ‘verlichte ideeën en suggesties.’ In 2009 werd je politicus van het jaar waarbij je geroemd werd door je ‘gedegen voorbereiding en heldere beschouwingen’ tijdens het raadsdebat, waarbij je anderen ‘aan het denken zette’. Zes jaar later was er ergernis in de politieke wandelgangen. Recent vielen de woorden als ‘eigenhandig’, ‘onbesuisd’, ‘ontembaar’ en ‘eigengereid’. Wat is er gebeurd?
“Er zijn een aantal factoren, laat ik beginnen bij mijzelf om niet de indruk te wekken dat ik helemaal geen zelfreflectie heb. Wat bij mij een rol speelt is dat ik in de loop der jaren waarschijnlijk ongeduldiger ben geworden. Mijn toon is denk ik, mede door dat ongeduld, wellicht minder uitnodigend en dwingender geweest dan dat die aan het begin was. Op zo’n moment moet je je, denk ik, als politicus afvragen of je nog de juiste woordvoerder bent van de doelen die we willen bereiken.”

Mijn toon is denk ik, mede door dat ongeduld, wellicht minder uitnodigend en dwingender geweest dan dat die aan het begin was.

Wimar Jaeger

In het begin had je ook een nul pessimistisch gevoel.
“Maak je geen zorgen, er zit nog veel idealisme in me. Ik kwam als wilde hond binnen. In al die jaren leer je wel dat wanneer je te hard loopt dat je dan met je vingers tussen de deur komt te zitten. Ik wil geen wethouder zijn die opereert vanuit de voorzichtigheidsgedachte. Voordat ik zo ver daal is het de hoogste tijd om te zeggen: Je moet op de hoogtepunt stoppen en niet op je dieptepunt.”

Heb je je ooit onbegrepen gevoeld in de sector en in de raad?
“In de sector nooit. De sector is sterk genoeg om mij terug te fluiten. (Aarzelend) Nee, in de raad ook niet.”

Ralf van Vegten, algemeen directeur van internationaal mediabedrijf NEP The Netherlands op het Mediapark, zei in de Gooi- en Eemlander van 26 januari 2020 dat zijn bedrijf uit Hilversum vertrokken was als wethouder Wimar Jaeger er niet was geweest. NEP kan niet zonder de wereldwijd unieke digitale infrastructuur onder het Mediapark. Het is natuurlijk vleiend dat Ralf van Vegten dit over je zegt, maar NEP blijft toch daarom en niet vanwege Wimar Jaeger?
“Ik weet niet of je dat zo letterlijk moet nemen. Ik heb de uitspraak van Ralf ervaren als een zeer groot compliment.”

Alles overziend is de vraag relevant: waarom ga niet door met wat je allemaal hebt opgebouwd? Jij hebt, net als Jan Rensen, ook gezaaid en kunt nu gaan oogsten.
“Zeker. Mijn hoofddoel om dit te doen is om resultaat te boeken. Op het moment dat ik in een situatie terecht kom waarin het mogelijkerwijs zo zou kunnen worden dat ik eerder remmend op dat resultaat werk dan stimulerend, dan moet ik zo snel mogelijk weg zijn. Het gaat niet om mij maar om het resultaat.”

Ik word straks toeschouwer van mijn eigen beleid.

Wimar Jaeger

Wie zorgt er dan voor dat remmende effect?
“Dat ben ik waarschijnlijk zelf; in de dynamiek met de gemeenteraad en het politiek bestuur. Het gaat ook over een gunfactor in de publiciteit en in de politieke setting. Als je het idee krijgt dat die gunfactor afneemt – en dat idee heb ik – dan gaat ik het niet afwachten. Zeker, het ligt ook aan mijzelf.”

Wimar Jaeger zonder media is bijna onvoorstelbaar.
“Ja, dat wordt lastig om daar aan te wennen. Ik weet oprecht niet wat ik na 4 maart ga doen. Het barst van de mediapolitieke ontwikkelingen die ik niet meer mee ga maken, zoals de heropening van het hernieuwde Beeld en Geluid. Reken er maar op dat ik straks in het publiek sta. Ik word straks toeschouwer van mijn eigen beleid.”

1 Comment

  1. Woon nu 20 jaar in Hilversum en moet zeggen dat het er de afgelopen 7, 8 jaar eindelijk op vooruit is gegaan. Mout, filmtheather etc zijn echt aanvullingen. Jammer dat de Kerkbrink nog altijd levenloos is maar daarvoor staan nu ambitieuze plannen in de stijgers.

    Wel een hoop gejammer over het framen van de Media Mile. Dat moest een toeristische trekpleister worden. Die toeristen lezen de Gooi- en Eemlander helemaal niet en weten ook niet wat lokale politici ervan vinden. Daar ligt het mislukken niet aan. Het is gewoon een onduidelijke attractie. En het gaat er echt niet duidelijker op worden door er meer technologie aan toe te voegen waardoor er nog meer uitgelegd moet worden aan de gebruiker. Dat is een denkfout.

    Verder is het jammer dat de Hilversumse binnenstad is volgegooid met metershoge reclameschermen. Geen burger zit daarop te wachten. Bij reclamefolders kun je nog een nee-nee-sticker op je bus plakken, by Spotify kun je nog een reclamevrij abonnement afnemen, maar deze schermen zijn niet te ontwijken. De reclame word je gewoon door de strot gedouwd. Laat mensen gewoon eens rustig een kopje koffie drinken zonder dat ze tegen knipperend reclamegeweld aan zitten te kijken. Je hoeft niet altijd de botte bijl te hanteren bij je city marketing en niet alles hoeft te wijken voor de commercie.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*