Mediawethouder Gerard Kuipers: ‘Hilversum Mediastad kan groter zijn dan Hilversum alleen’

Gerard Kuipers is sinds 16 april mediawethouder van Hilversum, hij volgde Wimar Jaeger op. Spreekbuis mediajournalist Peter Schavemaker sprak uitgebreid met Kuipers over 6 maanden mediawethouderschap. 

In de Gooi en Eembode van 11 maart 2020 zei je dat je bij voorbaat een ‘klik’ had met Hilversum. Je zei ook: ‘Het is een prachtige plek’. Wat voor klik was dat?
“Ik vind aan Hilversum, en dat heb ik ook in Zandvoort ervaren, dat er een bijzondere sector is die vraagt om een andere manier van kijken. Dat is in Hilversum de mediasector, in Zandvoort was dat het strand. In de organisatie op het Raadhuis heeft de mediasector op dit moment een belangrijke plek, ook in het kijken en denken over de toekomst van Hilversum.”

In een interview tijdens de Dutch Media Week (5 oktober, red.) zei je: ‘Het gaat in Hilversum over andere dingen dan de samenleving’. Maakt dat het anders?
“Hilversum is door de mediasector een karakteristieke en bijzondere gemeente. Je hebt iets wat van iedereen is. In Hilversum is dat media. De uitspraak van vroeger ‘terug naar Hilversum’ kent iedereen, daar werd en wordt radio en tv gemaakt. Dat maakt ook dat je als gemeentebestuurder ook schatplichtig voelt naar de toekomst toe. Daar moet je met elkaar iets mee. Op alle mogelijke manieren moet je de randvoorwaarden geven om te kunnen floreren. Dat is iets wat ik meteen ook merkte.”

Je eerste rondje Hilversum begon op de markt. In een krant las ik dat een marktkoopman je direct vergeleek met Wimar Jaeger: ‘Hij is van hetzelfde slag, iemand die actie onderneemt’. Wanneer en bij wie was je eerste studiobezoek?
“Begin mei ben ik op werkbezoek op het Media Park geweest en heb gesproken met de grote producenten, ben bij de zenders langs geweest en had een gesprek met de eigenaar van het Media Park. Ik vond het belangrijk om zo snel mogelijk te begrijpen wat daar voor uitdagingen spelen.”

Voelde het goed dat je aanschoof bij deze partijen?
“Ja, dat voelde prima, maar ik schoof ook aan onder een bijzonder gesternte. De coronacrisis was net in volle hevigheid losgebarsten. In die periode zaten we met elkaar in beperkingen met zicht op wat meer soepelheid. Meteen was één van gesprekspunten welke problemen de mediasector zich op dat moment mee gesteld zag door de coronacrisis. Direct hierna heb ik een brief gestuurd aan de staatssecretaris en de minister (brief 12 juni, red.) met daarin duidelijk de vraag dat de mediasectoren vroeg om een bijzondere vorm van aandacht. ‘Alstublieft, heb hier ook aandacht voor’, was mijn vraag.”

Kwam de vraag voor deze brief uit de markt of heb jij direct de kar getrokken en ben je in de pen geklommen?
“Sterker nog, ik vond dat die brief juist in het politieke thuishoorde. Daar was een reden voor. Ik hoorde bij de producenten, studio’s en omroepen dat er een hoop mensen thuiszaten en dat men eigenlijk niet kon produceren. Men vroeg om randvoorwaarden om de producties toch te kunnen opstarten. Het was niet zo dat alleen de NOW en ToZo-regelingen dit probleem zouden oplossen, het ging vooral om het zo snel mogelijk iedereen aan het werk krijgen. Men dacht dat hier met goede protocollen voor gezorgd kon worden. Iedereen hoopte dat de politiek doordrongen zou zijn van de bijzonderheid van de business hier in Hilversum. Ik vond dat ik die boodschap moest vertellen. Een omroep die zelf aan de bel trekt wordt al snel gezien als belanghebbende. Wij als gemeente, als overheidsbestuur, hebben een zorg naar al die (media)medewerkers die met de lockdown thuis zitten, die toch door dezelfde overheid is opgelegd. Op dat moment zaten er ruim 8.000 zzp-ers thuis met een ToZo-regeling. Ik wilde dat die groep relatief snel zicht had op werk.”

Tozo 3 
De aanvragen voor TOZO 3 kunnen per 1 oktober 2020 gedaan worden en het formulier is terug te vinden op onze website:

Noot van de redactie:
Het is onbekend en niet bijgehouden hoeveel van de ToZo-aanvragers in de mediasector werkzaam zijn. Het was niet verplicht dit bij de aanvragen in te vullen. Hierdoor is er geen duidelijk beeld welke invloed de ToZo heeft op de Mediastad.

Veertien mediabedrijven hebben meegetekend met de brief van 12 juni. Opvallend is dat de NPO niet heeft meegetekend, toch een van de grootste werkgevers op het Mediapark. Heb je hierover met Shula Rijxman gesproken?
“Nee, ik weet nu niet direct wat de reden was waarom zij niet hebben meegetekend.”

Vind je het wel opvallend?
“Eerlijk gezegd vond ik in die periode vooral de snelheid van handelen belangrijk. En dat we in de brede samenwerking en gezamenlijkheid die brief hebben opgesteld. Ik ben zelf ook blij met het resultaat en dat de boodschap, ook in Den Haag, ruim is opgepikt en dat er vrij kort hierna weer geproduceerd kon worden. Dat vind ik belangrijker waarom de NPO niet heeft meegetekend. De reden kan basaal zijn omdat we dat ik korte tijd niet voor elkaar gekregen hebben.”

Het is toch ook de publieke omroep?
“Jazeker, maar nogmaals ik weet het niet. Persoonlijk vind ik het belangrijker dat eigenlijk uiteindelijk toch 14 belangrijke partijen in gezamenlijkheid hebben getekend.”

Dat de NPO niet bij de 14 hoort doet niet af aan de zwaarte van de brief?
“Nee, die brief was gewoon nodig en belangrijk.”

Dat begrijp ik, maar ik kan me voorstellen dat zonder de NPO de brief minder sterk maakt. Nogmaals, de NPO is de grootste werkgever op het Mediapark.
“Volgens mij is het niet zo dat als de NPO wel had meegetekend dat deze brief dan anders was bekeken. De boodschap van de brief was vooral: let erop dat de mediasector bijzondere aandacht vraagt en als we dat met zijn allen goed aanpakken dat we dan de problemen kunnen oplossen. Ik denk echt wel dat deze boodschap in de Haagse omgeving duidelijk is wanneer deze 14 partijen hebben ondertekend.”

Wat is het belangrijkste dat deze brief heeft opgeleverd?
“Wat gelukt is dat de producties al vrij snel gestart zijn. Of onze brief hierin nou doorslaggevend is geweest of dat het Kabinet al meer op de lijn zat om een hoop verstandige voorzorgsmaatregelen te starten, zullen we nooit weten. Iedere sector was daarmee bezig. In de periode was er een hele hoop aan de hand. De brief is begin juni verstuurd, in juni en juli kon er weer meer. In de afgelopen maanden is er redelijk normaal weer geproduceerd. Dat is de belangrijkste winst geweest. Verder heeft het besef in de sector opgeleverd dat er ook weer gewerkt kon worden en dat er meer financiële armslag kwam. Tijdens de lockdown was de terugloop in reclame-inkomsten gigantisch. Er werd een hoop oud nieuws herkauwd. De Elfstedentocht van 1986 werd zelfs opnieuw uitgezonden. Daarna werden er weer nieuwe producties gemaakt.”

Het is hiermee interessanter waarom de NPO niet heeft meegetekend. Zij hebben namelijk een claim bij de minister neergelegd voor reclame inkomstenderving.
“Ik hoor je dat zeggen en ik snap dat je het raar vindt. Ik weet oprecht niet wat de reden is geweest waarom de NPO niet heeft mede ondertekend. Het is in mijn beleving niet zo dat ze bewust niet hebben meegetekend.”

Zijn de, in de brief, gevraagde garantstellingsfonds van € 10 miljoen en de overbruggingsfaciliteiten van € 90 miljoen er gekomen?
“Nee, die zijn ook niet geoormerkt. Vanuit de culturele sector zijn gelden beschikbaar gekomen, waarvan een deel gebruikt is.”

Dat geld ging over theatersteun.
“Dat klopt. Dat geld is gebruikt, maar niet zoals wij in onze brief hebben voorgesteld. Er waren ten tijde van de brief vele vragen. Het kabinet is met vrij generieke maatregelen gekomen. De sector heeft wel degelijk wat hulp kunnen krijgen. De boodschap van de brief was ook veel meer: ‘dit zijn oplossingsrichtingen die ons weer wat lucht kunnen geven om weer te gaan produceren’. De producties zijn weer op gang gekomen.”

Dus je hebt een positief gevoel dat in 2021 en 2022 de productielijn niet opdroogt, zoals je in de brief letterlijk hebt gevraagd?
“Ik heb vanuit de sector gehoord dat men daar op dit moment in ieder geval wel vertrouwen in heeft dat, met de beperkingen die er zijn, er redelijk geproduceerd kan worden. We kijken samenlevingsbreed met een andere bril en staan in de overlevingsstand. Destijds heb ik gezien dat producenten personeel uitwisselde om ze aan het werk te houden, prachtige initiatieven om te zien en om te prijzen.”

Deze brief heeft meer gedaan dan de brieven die Wimar Jaeger in het verleden heeft gestuurd naar Den Haag.
“Eerlijk gezegd, de geluiden die ik doorgaans gehoord heb over Wimar zijn best heel positief. Een van de dingen waarvan ik gebruik heb kunnen maken is het netwerk van de industrietafel. Daarmee ligt ook een belangrijke basis voor deze samenwerking van de brief. Ik weet niet precies welke brieven door Wimar allemaal zijn verstuurd in het verleden en of deze allemaal succesvol waren, maar ik weet wel dat het elkaar opzoeken in deze tijd van nood op een hele natuurlijke manier ging. Dat geldt ook voor verbindingen tussen, ambtelijk en deze mediapartijen. Er is heel snel geschakeld.”

Hoe liggen jouw lijntjes in Den Haag, met name bij de mediawoordvoerders? Ben je bijvoorbeeld goed 1 op 1 met Joost Sneller, de mediawoordvoerder van D66 in de Tweede Kamer.
“Nee, voor alle duidelijkheid. (lacht) Ik ben een wethouder voor de raad in Hilversum. Ik heb prima contacten in de Haagse omgeving, maar het is niet zo dat ik daar regelmatig aan de lijn hang met de boodschap ‘de dingen moeten anders’. De meeste contacten heb ik, op dat soort momenten, op departementaal niveau richting de staatssecretaris en de minister. Die weet ik te vinden op momenten dat het er toe doet. Dat geldt niet alleen in de mediasector, maar ook in de cultuursector. Ik heb minister van Engelshoven ook wel eens gesproken. Op cruciale momenten pak ik de telefoon.”

Is het niet zo, als enige mediawethouder in Nederland, dat je dan juist moet weten hoe de hazen lopen binnen het mediadebat. Zij gaan toch over het Haagse mediadebat? Een van de onderwerpen is de rol van Hilversum, economisch gezien.
“Je zegt twee verschillende dingen. Ik weet de Haagse mediawoordvoerders te vinden als dat nodig is. De tweede vraag is: gaat het mediadebat in de Kamer over Hilversum? Volgens mij gaat het meer dan alleen over Hilversum. Wij maken ons in het Mediadebat druk wat de betekenis uiteindelijk is van de toekomst van de mediasector, voor de Hilversumse werkgelegenheid. Hierin zijn in de afgelopen jaren grote stappen gezet, lange tijd was er sprake van dat mediabedrijven zich ergens anders aan het vestigen waren, een aantal hiervan zijn teruggekeerd in Hilversum. Ik vind het, in ieder geval nu in coronatijd, belangrijk dat wanneer we kunnen helpen we dat doen en dat we als lokale bestuurders goed ons bewust zijn hoe die mediasector ons af en toe nodig heeft. Die stappen worden goed gezet, daar is Wimar ook druk mee geweest. Ik doe dat op mijn beurt, in deze fase, op een manier die mij het meest verstandig lijkt. Heel eerlijk: ik denk dat we op dit moment de goede boodschap vertellen. Ik hou me aanbevolen van anderen te horen hoe zij vinden hoe het anders kan.”

In het gesprek tijdens de Dutch Media Week ging het ook weer over de eeuwige discussie Amsterdam Mediastad-Hilversum Mediastad. Is dat inmiddels niet gelogenstraft doordat Talpa vanuit Amsterdam naar Hilversum is gekeken en haar intrek heeft genomen aan de Bergweg?
“Ook daarvoor geldt: ik vind dat wij de spin in het mediaweb zouden moeten zijn. Ik weet dat er een aantal van deze omroepen andere plekken heeft gezocht. Talpa heeft ervoor gekozen om weer helemaal naar Hilversum te gaan. In Amsterdam worden natuurlijk producties gedraaid, ik vind dat ook helemaal niet erg. Dat moet je ook helemaal niet zien als verkeerd concurrerend van elkaar. In de driehoek Amsterdam, Hilversum en Utrecht – techontwikkelingen – hebben we met elkaar afgesproken dat we ons daar ook willen positioneren. Laten we elkaar vooral niet in de weg zitten. Met de Metropool Regio Amsterdam hebben recent afgesproken dat Hilversum het zwaartepunt heeft als het gaat om media, en dat we niet actief onder elkaars duiven gaan schieten. Hilversum heeft een krachtige positie en we moeten niet te veel vanuit angst moeten kijken naar dingen die op  andere plekken gebeurd. Soms zijn andere plekken geschikt voor bepaalde (media, red.) producties, nou laat dat zo zijn.”

Heb jij de Talpa-deal zelf afgerond en koffie gedronken met John de Mol?
“Die stap is net na mijn komst gemaakt. Ambtelijk, ook buiten het mediadomein, is er ontzettend hard aangetrokken om die stappen te zetten. Ik heb geen koffie met hem gedronken.”

Is er extra energie gestopt, om Talpa van goede wil te zijn, in het verlenen van de vergunningen, zodat dat sneller geregeld zou kunnen worden ondanks felle omwonende protesten en Democraten Hilversum die zeiden dat het ten koste zou gaan van de Tuinstad?
“Extra inspanningen; zo zou ik het niet willen formuleren. Er is heel goed gekeken naar wat kan en wat mag. Daar zijn de keuzes gemaakt en de stappen gezet. Volgens regelgeving is het volgens mij allemaal goed neergezet. Discussies zijn in de huidige samenleving aan de orde van de dag. Ik snap best dat er mensen zijn die hebben aangegeven dat ze er minder blij mee waren.”

Wat is de betekenis dat Talpa nu helemaal in Hilversum komt?
“Het is een belangrijke werkgever, er werken een serieus veel mensen. Het is een belangrijk merk en een mooie omroep en producties maatschappij. Het is goed dat ze terug zijn in Hilversum, ook randvoorwaardelijk voor het merk Hilversum Mediastad. Die betekenis geldt net als voor elke andere omroep.”

Net als voor elke andere omroep, zeg je. Heeft Talpa niet een streepje voor, ook als wereldspeler?
“Ik denk niet zo. Wij lopen voor iedere partij die interesse heeft in Hilversum hard. Ik zou anders onrecht doen aan andere partijen die ook in Hilversum een plek nodig hebben. Ook voor een bedrijf met 15 man lopen wij hard. Talpa, NEP en dit soort partijen zijn absoluut wereldklasse.”

Ik vind dat de mediasector zelf een belangrijke rol heeft om hun eigen toekomst te bepalen.

Gerard Kuipers

Wil je een wethouder zijn die, om in mediaterminologie te blijven, meer achter de schermen zijn werk doet? Niets ten nadele van de inzet van Wimar, maar hij zat af en toe wel op de stoel van de omroep- en facilitaire directeuren.
“Ik ben ieder geval wel iemand die vind dat de verantwoordelijkheid daar moet liggen waar die hoort. Mijn rol als gemeentebestuurder is duidelijk afgebakend, dat betekent inderdaad niet dat je mij met enige regelmaat op de voorgrond zult zien en mij zult horen vertellen hoe de industrie zich ontwikkeld. Dat laat ik me graag vertellen door specialisten die in de industrie werken, die zijn er ook iedere dag mee bezig. Ik pretendeer dat niet allemaal te weten. Overigens gold dat voor Wimar denk ik net zo min, maar ik ben inderdaad wel iemand die het gesprek voert en kijkt wat mijn rol hierin kan zijn. Ik kom in actie wanneer de vragen voorliggen die in mijn domein thuishoren. Ik vind dat de mediasector zelf een belangrijke rol heeft om hun eigen toekomst te bepalen. Een gesprek hierover is fijn, maar het is belangrijk om aan te geven: dit is aan anderen, want mijn rol is daar niet een natuurlijke.”

Ik ben niet gekozen voor visionaire perspectieven voor de mediasector.

Gerard Kuipers

In ons gesprek valt mij ook op dat je echt een wethouder bent die de raad haar rol wil laten spelen. Jij ziet jezelf als uitvoerder.
“Ja, dat is zo. Ik ben benoemd door de raad. Ik ben inderdaad een uitvoerder van uiteindelijk de politieke wil van de volksvertegenwoordiger van Hilversum. Ik zie met de media heel duidelijk een sector die veel groter in Hilversum opereert, waar politiek Hilversum ook binnen ons vestigingsklimaat een belangrijke stem in moet hebben. Tegelijkertijd is het sector zelf die vooral haar innovatie moet vormgeven.”

Wimar kwam met eigen ideeën, daar is hij stuk op gelopen. Jij wilt niet alleen maar met je vinger omhoog staan. Je laat de raad haar werk doen.
“Ik heb hierin een ander perspectief. Wimar was, net als ik een aanjager. Voor de duidelijkheid; ik ben niet gekozen voor visionaire perspectieven voor de mediasector, maar ik ben gekozen vanwege de uitvoering en mijn ervaring hierin. De raad is de partij die bepaalt of ik de ruimte krijg om dat vestigingsklimaat zo neer te zetten. Ik kan er niet voor zorgen dat de mediasector morgen verandert. Als deze sector zelf wil veranderen kan ik er wel voor zorgen dat ik mee verander, nadat ik mijn plan aan de raad heb voorgelegd.”

Hilversum Mediastad: niet ten koste van alles.

Gerard Kuipers

Je denkt breder dan je voorganger. Het hoeft niet alleen over Hilversum Mediastad te gaan, het moet gaan over het mediaweb, de focus is anders te klein. Media kan ook op andere plekken gebeuren. Uiteindelijk dan kan de Mediastad worden behouden.
“Ik weet niet of we oogkleppen hebben opgehad. Wat jij zegt is de manier waarop ik de wereld ik kijk. We leven in een wereld die inmiddels veel groter is dan de eigen gemeente. We moeten ons in Hilversum heel bewust zijn van het feit dat er tegenwoordig allemaal samenwerkingsverbanden aan de gang zijn. Tussen bedrijven onderling in sectoren en tussen overheden onderling.”

Precies, Hilversum heeft jarenlang door een koker gekeken. Alles draaide en moest draaien om de media. Jij wilt juist niet door de koker kijken.
“Ik geloof dat je als overheid iedere dag moet bewijzen wat je meerwaarde is voor de samenleving. De meerwaarde voor bedrijven zit vaak op een hele andere as. Ik kan er niet voor zorgen dat een groot mediabedrijf morgen een kritieke keuze maakt, die wij als gemeente verstandig vinden. Dat doen ze op basis van hun businessmodellen. Ik moet ervoor zorgen dat Hilversum en die bedrijven elkaar blijven omarmen. Dat wij datgene doen waarbij ze zeggen: ‘De randvoorwaarden in Hilversum zijn het beste, dus willen wij in Hilversum ons vestigen’. Ik wil er dus voor zorgen dat alle partijen in die keten datzelfde gevoel uitstraalt en diezelfde nabijheid belangrijk vinden. Ik kan niemand dwingen om zich in Hilversum te vestigen, precies zoals het eerder genoemde voorbeeld van Talpa. Ik kan er wel voor zorgen dat het voor Talpa interessanter is om in Hilversum te zitten dan waar dan ook elders. Het zijn allemaal zachte criteria die ik kan beïnvloeden, maar die uiteindelijk wezenlijk wel het verschil kunnen maken in keuzes. Ik heb niet het gevoel dat het aan mij is om tegen bepaalde CEO’s te zeggen: ‘Je bent stapelgek als je dit of dit doet. Je moet het in Hilversum doen’. Ik zal zeker proberen om uit te leggen waarom het in Hilversum het beste kan, maar het zijn echt keuzes die bedrijven zelf maken. Ik heb liever een goed gesprek waarin in de keuzes begrijp, om hierna de randvoorwaarden zo in te richten dat de keuze voor Hilversum valt. Ik kan en wil er ook voor zorgen dat nieuwe mediapartijen een samenwerking en Hilversum interessant vinden.”

‘Maar niet ten koste van alles’, hoor ik ook.
“Nee, we hebben in Hilversum een hoop andere zaken die we ook belangrijk vinden. Er gebeurd hier meer dan alleen de prachtige initiatieven in de mediasector.”

Blijft de industrietafel bestaan? Wimar organiseerde industrietafel bijeenkomsten bij hem thuis. Komt de industrietafel straks te staan in een Zandvoorts strandhuisje?
“Nee, (lacht). De industrietafel blijft in Hilversum bij elkaar komen. Normaal gesproken werk ik ook in Hilversum.”

Soms zijn andere plekken geschikt voor bepaalde mediaproducties, nou laat dat zo zijn.

Gerard Kuipers

Geldt binnen de MRA-discussie ook het ‘spin in het mediaweb’ credo? Wordt de MRA minder urgent, die 10-duizenden woningen en alles wat daarbij hoort, omdat het niet alleen meer hoeft te gaan om Hilversum groter en voller te bouwen? Media kan ook op andere plekken, in het Hilversumse mediaweb.
“Absoluut.”

Je voorganger Wimar Jaeger vond in zijn afscheidsinterview met mij dat de positie van de Mediastad ‘kwetsbaar’. Deel jij dit gevoel?
“Ik weet niet of het woord kwetsbaar daarbij hoort. Het is geen gegeven dat de toekomst van de mediasector alleen maar in Hilversum ligt. Wimar bedoelt ook te zeggen: ‘ga niet met het idee naar huis dat Hilversum Mediastad altijd zo zal blijven, als wij niet ontzettend hard zouden werken omdat zo te houden’. Ik denk dat hij die boodschap steeds over heeft willen brengen: ‘let op jongens; wij staan aan de lat, ook als gemeentebestuur’. Daar heb ik ‘m echt wel heel hard voor zien maken, bijvoorbeeld om de goede voorwaarden te creëren waardoor de mediasector Hilversum blijft zien als haar basis.”

Wimar zei ook in dat interview: ‘Je kan het zo verknallen’.
“Dat is ook zo. Niet zo zeer door hele domme dingen te doen, maar wel door niet op tijd in te zien dat er grote verandering aan de gang zijn. En dat wij – faciliterend naar de toekomst– het niet goed en de media ook op een andere plek kan gaan groeien.”

Maak je je zorgen dat de digitalisering de corebusiness van de Mediastad gaat inhalen?
“Ik hoop van niet. We zijn hard bezig om ook in die slag stappen te zetten. Dus ik denk dat we er ons juist heel erg van bewust zijn, ook mede dankzij het werk van Wimar, om die verandering zelf te organiseren. De sector doet dit van nature al, maar ook wij als overheid kunnen daar een hele belangrijke schakel in zijn; en dan niet alleen in Den Haag, maar letterlijk ook in onze gebouwde omgeving zodat er op het Mediapark dingen weer kunnen die toekomstbestendigheid creëren. Als je binnen bestemmingsplannen ziet dat het steeds meer IT wordt, en dat er bij een hoop bedrijven een wens is om van het Mediapark een campus te maken, dan moeten wij zorgen voor een aanpassing van het bestemmingsplan en dat dit kan. De ontheffing, binnen de coronabeperkingen, voor de studio’s waar we eerder over spraken lag er binnen een avond en een ochtend. Er is hierdoor geen productiestop geweest, op andere plekken ging zo’n ontheffingsproces veel moeizamer of niet zelfs. Als het kan gaan wij in een hogere versnelling. Ik vind dit hele belangrijke signalen dat wij de sector serieus nemen. Je vraag ging over digitalisering. Ik wil juist die toekomst een plek in Hilversum geven en dat bedrijven die transformatie kunnen ondergaan.”

In het eerder aangehaalde interview tijdens Dutch Media Week zei je dat je graag zou willen dat de Netflixen van deze wereld ook een plek in Hilversum zouden moeten nemen. Wat hebben zij in Hilversum te zoeken?
“Ik bedoel op zo’n moment vooral te zeggen: ik zou willen dat het stempel dat Hilversum van vroeger uit heeft nog steeds laten gelden. En in Hilversum gebeurd het nog steeds dat dit soort partijen zouden zeggen dat Hilversum ook voor hen interessant is en voor een plek in Hilversum kiezen. Zie het Mediapark als een bedrijfsverzamelgebouw waar partijen die niet van nature bij elkaar zitten. Ik zou heel graag willen dat het Mediapark ook zo’n plek wordt en waar dit soort partijen zitten en zeggen: als je daar niet zit dan doen je eigenlijk niet mee in het landschap. Je moet altijd dromen en die ambitie te hebben. Kan Netflix prima op een andere plek haar werk doen? Willen ze over Hilversum nadenken? Die handschoen pak ik graag op.”

Heb je al een gesprek met Netflix gehad?
“Nee. De media heeft een hoge prioriteit, maar er zijn ook andere sectoren die veel aandacht vragen, zoals economie – in coronatijd.”

Ik zou eigenlijk gewoon willen dat die partijen Hilversum van nature logisch vinden.

Gerard Kuiper

Geldt die droom ook voor online radio, podcasts, YouTube?
“Daar zijn we hartstikke druk mee. Ik realiseer me heel erg goed dat die media letterlijk vanuit de zolderkamer kan, maar dat was vroeger ook met het begin van de radio en spelers die nu relevant zijn. Ik zou eigenlijk gewoon willen dat die partijen Hilversum van nature logisch vinden; ja, dat geldt ook voor de online radio, podcasts en andere zaken.”

Alles bij elkaar opgeteld; je wilt de Netflixen van deze wereld, online radio, podcasts en dat soort spelers, een Campus op het Mediapark en dat de huidige bedrijven blijven. Je kunt toch niet alles willen?
“Peter, dat ben ik op zich met je eens. Als je kijkt hoe het fysiek werkt dan is het antwoord terecht: let op de goede focus. Ik ben ook iemand die bereid is om bijzondere combinaties te zoeken en dat hoeft echt niet altijd een fysieke aanwezigheid te zijn, maar dat kan ook zijn dat je samenwerkingen zoekt waarbij of Netflix nou op een andere plek zit of niet maar elkaar weet te vinden.”

Als een soort satelliet Mediapark, onder de vlag Mediastad Hilversum?
“Een concreet voorbeeld is hoe uiteindelijk Eindhoven zich in de afgelopen 20 jaar ontwikkeld heeft. Zij zijn de Valley op het vlak van ICT, daarbij is ingezet om de goede verbindingen en netwerken tot stand te brengen. Dat zie je ook in de regio’s Amsterdam en Utrecht gebeuren. Hilversum Mediastad zou voor mij een spin in het web kunnen zijn, dat kan groter zijn dan Hilversum alleen. Wij zijn dé Mediastad en hebben de kennis in huis.”

Vind je het beperkt denken wanneer mensen vinden dat alles op het Mediapark moet?  
“Wat je net zei over podcasts en online radio in Hilversum, was interessant. Je kunt tegenwoordig vanuit Den Helder influencer zijn en op allerlei manieren vormen van media-uitingen organiseren, daar heb je geen omroepen meer voor nodig. Grote merken hebben hun eigen kanalen, zoals Apple TV. Er is traditionele media en nieuwe media. Het enige waarin je daarmee een stap naar voren kunt zetten is te zorgen dat je dé spin in het web bent en laat zien dat je in Hilversum een hele hoop te winnen is, voor welke partij dan ook en waar die dan ook zit. Laat Hilversum de mediahaven voor West-Europa zijn, wat Rotterdam voor distributie is. Ik denk dat het echt kan.”

De huidige eigenaar kijkt vrij pragmatisch naar de behoefte van de partijen op het Mediapark.

Gerard Kuipers

We spraken eerder over de Campus-plannen. Welke concrete voorbeelden van wat er is gebeurd met betrekking tot de Campus?
“Er worden nu gesprekken gevoerd op mbo-, hbo- en universitair niveau om te kijken of we op het Mediapark ook daadwerkelijk onderwijsactiviteiten, een dependance van een hogeschool of universiteit, kunnen organiseren. We streven naar mediaonderwijs op locatie. Ik hoop dat we daar binnenkort een start mee kunnen maken. Ik kan je nog geen streefdatum geven. Ik wil de broedende kip ook niet storen. Ook hier wil Hilversum de spin in het web zijn.”

Dan over het Mediapark zelf en de (her)ontwikkelingsplannen. Er is een schets van 194 pagina’s  (door de Amsterdamse architecten studio UNstudio, red.) gemaakt; ‘een duur, megalomaan en irreëel plan’ volgens de politieke partij Hart voor Hilversum, en door hen zelfs vergeleken met Disneyland Parijs. Blijft dat plan bestaan of wordt het wat reëler?
“Er was destijds toen dit speelde een andere eigenaar van het park. Er zit nu een nieuwe eigenaar, die heeft zelf ook beelden bij de toekomst, daarover zijn we in gesprek om het concreet te maken. De huidige eigenaar kijkt vrij pragmatisch naar de behoefte van de partijen op het Mediapark. Of het plan waaraan je refereert in de prullenbak gaat weet ik niet, dat laat ik ook even aan de eigenaren.”

Maar als ze ‘pragmatische’ zijn lijkt mij de kans groot dat het plan in de prullenbak gaat.
“Die indruk heb ik wel. Ik heb ook de indruk dat zij willen inzetten op die tech-verandering die er aan zit te komen. Heel eerlijk; elementen van dat plan zullen vast terugkomen. De nieuwe eigenaar zitten er voor langere termijn in. Ze hebben er mede voor gezorgd dat veel huidige huurders hun contracten verlengd hebben voor 10 tot 15 jaar, dat is natuurlijk een belangrijke basis, ook in het kader van de ontwikkelfase naar de toekomst toe. Dat geeft ook een soort van rust op het park. Ik denk dat de uitgangspunten goed staan. Ook daarin wordt binnenkort het nodige duidelijk wat de plannen zijn.”

Als ik je goed beluister dan zijn de huidige eigenaren een partij die het Mediapark niet alleen zien als een investeringsspeeltje. Zij zien wel degelijk toekomst en willen hieraan bouwen.
“Die indruk heb ik zeker, ja. En dat is heel positief voor Hilversum. Wij kijken naar wat de rol van de gemeente hierin kan en moet zijn.”

Blijft de mediavisie Tipping Point uit mei 2016 leidend voor je beleid? Of ga je een eigen mediavisie schrijven?
“Nee, ik heb steeds gezegd toen ik Wimar opvolgde dat de huidige periode een aantal beleidspunten staat, waarover in het verleden al met de gemeenteraad is gesproken. Het is niet aan mij om te zeggen dat het anders moet. Tipping Point blijft leidend. Ik was niet van plan om hieruit iets weg te gooien; (lacht) ik weet dat de MediaMile een onderwerp is waar men het nodige van vond. De bedoeling van de MediaMile is een positieve geweest. Of het functioneert, zoals iedereen wil, ik kan dan nu nog niet goed beoordelen en hoor af en toe de twijfel. Ik heb op dit moment geen reden op hiermee te stoppen, soms moet je dingen ook de tijd geven.”

4 Comments

  1. Deze coronatijd laat zien dat mediapark kleiner kan. Mensen werken nu thuis en het werk gaat door. Ik zie dat er publieke zenders nog steeds uitzenden. Tevens kan er gekort worden op NPO. Door coronatijd zijn de mensen creatief geworden met minder geld. Zie de reisprogramma. De overbodige ruimte op mediapark kan gebruik worden voor huizenbouw. Er is woningnood

  2. “De overbodige ruimte op mediapark kan gebruik worden voor huizenbouw. Er is woningnood”

    Lekker makkelijk weer zo’n reactie. Wat denk je dat “afbreken kost?”

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*