Blog Richard Otto: NPO-rapport pleit impliciet voor méér centrale macht, terwijl kabinet juist andere richting op wil

De maandag gepresenteerde evaluatie Focus op de kernwaarden schetst een alarmerend beeld van het Nederlandse publieke omroepbestel. Volgens de door de Raad van Toezicht van de Nederlandse Publieke Omroep ingestelde evaluatiecommissie ontbreekt het de publieke omroep aan een gezamenlijke strategie, slagvaardigheid en centrale regie. Het bestel zou te versnipperd zijn geraakt, met “te veel kapiteins die elk hun eigen koers varen”. De boodschap van het rapport is helder: minder versnippering, meer centrale aansturing en meer “doorzettingsmacht”. Maar juist daarin schuilt meteen een fundamentele paradox.

Rapport schuurt met kabinetskoers
Want terwijl het kabinet juist werkt aan een hervorming waarbij omroephuizen meer verantwoordelijkheid krijgen en de NPO een “lichtere coördinerende rol” zou krijgen, lijkt deze evaluatiecommissie impliciet precies de andere kant op te redeneren: richting een sterkere strategische rol voor de NPO. De timing van het rapport is opvallend. In Den Haag wordt momenteel gewerkt aan een nieuw publiek omroepbestel, waarbij de huidige losse omroepen moeten opgaan in vier of vijf grotere omroephuizen. Het idee daarachter is juist dat de bestuurlijke drukte afneemt en dat omroepen zelf meer verantwoordelijkheid krijgen binnen grotere samenwerkingsverbanden.

De commissie lijkt echter weinig vertrouwen te hebben dat die hervorming voldoende zal zijn. De onderzoekers stellen expliciet dat de beoogde structuur van omroephuizen “nog geen oplossing” vormt voor de problemen van het bestel. Volgens de commissie ontbreekt het vooral aan centrale strategie, heldere mandaten en slagvaardige governance. Dat is opvallend, want daarmee schuift het rapport impliciet richting méér centrale regie vanuit de NPO-organisatie, terwijl de kabinetsplannen juist lijken te sturen op meer autonomie binnen grotere omroephuizen.

Onafhankelijke evaluatiecommissie
Formeel gaat het om een onafhankelijke evaluatiecommissie, zoals voorgeschreven in de Mediawet. Maar procedureel zit de commissie wel degelijk dicht tegen de NPO-top aan. Uit de aanbiedingsbrief blijkt namelijk dat de commissie is ingesteld door de Raad van Toezicht van de NPO, wat gebeurde op voordracht van de Raad van Bestuur van de NPO en het rapport vervolgens weer aan dezelfde Raad van Toezicht is aangeboden. Daarnaast zijn ook de ijkpunten en beoordelingskaders mede vastgesteld door de Raad van Toezicht. De commissie baseert zich bovendien grotendeels op verantwoordingsinformatie van de NPO zelf. Dat betekent niet automatisch dat de analyse onjuist is, maar mag je wel vraagtekens zetten bij de institutionele onafhankelijkheid van het rapport.

Bestuurbaarheid boven pluriformiteit
Wat vooral opvalt, is de bestuurlijke invalshoek van het rapport. De commissie redeneert sterk vanuit begrippen als ‘centrale strategie’, ‘governance’ en bestuurlijke vereenvoudiging. De klassieke pluriforme Nederlandse omroepgedachte, waarbij verschillende verenigingen met een eigen identiteit en achterban naast elkaar bestaan lijkt daarbij meer als bestuurlijk obstakel dan als democratische kracht te worden benaderd. De commissie schrijft letterlijk dat er “te veel kapiteins” zijn en dat de huidige structuur leidt tot “versnippering en stroperigheid”. Dat zijn formuleringen die veel dichter liggen bij een centraal georganiseerd BBC-model dan bij het traditionele Nederlandse verenigingsmodel. Vanuit omroepverenigingen kan daardoor de kritiek ontstaan dat pluriformiteit vooral als bestuurlijk probleem wordt bekeken, identiteit en profiel ondergeschikt raken aan centrale strategie en dat de publieke omroep steeds meer wordt gezien als één centraal mediabedrijf in plaats van een verzameling maatschappelijke stromingen.

Weinig zichtbare invloed van omroepen
Uit het rapport blijkt nauwelijks in hoeverre omroepverenigingen zelf invloed hebben gehad op de opzet van de evaluatie. De commissie voerde wel gesprekken met betrokken partijen, maar slechts twee gevestigde omroepen werden expliciet geïnterviewd “ter referentie”. Tegelijkertijd baseerde de commissie zich grotendeels op NPO-documentatie, terugblikken en verantwoordingsinformatie. Dat roept de vraag op of voldoende ruimte is gegeven aan fundamentele tegengeluiden vanuit het bestel zelf. Zeker omdat veel omroepen traditioneel juist wantrouwend staan tegenover verdere centralisatie van macht bij de NPO.

Techreuzen als argument voor centralisatie
Het rapport gebruikt de opkomst van Big Tech, AI en internationale streamingplatforms nadrukkelijk als argument voor een slagvaardiger bestel. Volgens de commissie bevindt de publieke omroep zich zelfs in een “existentiële uitdaging”. Dat is op zichzelf een verdedigbare analyse. De concurrentie van YouTube, TikTok, Netflix en AI-platforms verandert het medialandschap ingrijpend. Maar de vraag blijft of de oplossing automatisch moet liggen in méér centrale regie. Critici zullen juist zeggen dat een pluriform bestel met sterke identiteiten, verschillende geluiden en duidelijke profielen misschien beter bestand is tegen de uniformiteit van internationale platformen dan een centraal aangestuurde publieke mediastructuur. De discussie die dit rapport oproept gaat daarom uiteindelijk over een fundamentele vraag: Moet de publieke omroep vooral beter bestuurbaar worden of juist herkenbaar pluriform blijven?

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*