Wilfred Genee: “De essentie van het leven; dat je op een leuke manier bij de uitgang komt”

Met zijn televisiewerk trekt hij de meeste aandacht, maar wat hij op radio doet voor BNR vindt hij belangrijker. Het is de vervulling van zijn diepste verlangen om relevant te zijn. ‘Bij Vandaag Inside sta ik enorm in dienst van het elftal’, zegt hij. ‘Alle passes die ik geef, moeten aankomen, waardoor de andere spelers kunnen inkoppen.’ Bij zowel The Friday Move als zijn podcast Zolang het leuk is bij BNR zit hij zonder taakomschrijving en hoeft hij met niemand rekening te houden. ‘Alleen met de persoon die tegenover me zit.’ Daar zit hij helemaal vrij in zijn eigen wedstrijd. ‘Dat voelt fijn.’ Zijn podcast, waarin hij onvoorbereid een onverwachte gast interviewt, duurt werkelijk zolang het leuk is. Het langste gesprek was dat met Stef Bos: 2 uur en 51 minuten precies. Dat met René van der Gijp was korter, maar trok de meeste kijkers en luisteraars.

Ik spreek Wilfred Genee in grand café De Lindenhof in Soest. Op zich is dat een weinig relevant gegeven, maar de verklaring waarom we daar afspreken is veelbetekenend. Hij komt net uit Rijswijk, in ’t Gooi moet hij ‘zometeen nog 26 dingen inleveren’, dan met zijn zoontje naar het voetballen en vervolgens naar de studio. Hij wil niet als een gek heen en weer rijden en heeft daarom de route zo efficiënt mogelijk uitgestippeld. En daarin past het grand café in het centrum van Soest wel, en niet de door mij voorgestelde locatie tien minuten verderop. ‘Ik doe alles in blokjes’, licht hij toe.

Hij staat altijd aan. Wie hem van nabij kent, voelt de kracht van een kerncentrale. Zijn woordenstroom kent geen haperingen; twijfel en gêne zijn hem vreemd. Toch zit er een zekere rust in het gesprek: niet in de snelheid en toonhoogte, wel in het soortelijk gewicht. Ik voel geen tijdsdruk. Het duurt zolang het leuk is… In dit geval ruim een uur, slechts onderbroken door een enthousiaste jonge ober die hem meent te herkennen van Nederland 1. ‘Ik interview die snor, weet je wel’, zegt hij, en dan valt het kwartje.

BNR
Hij is lovend over de werksfeer bij BNR. Een club van jonge, enthousiaste mensen, niet de ego’s zoals bij sommige tv-programma’s – de redactie van Vandaag Inside uitgezonderd. ‘Rond de televisie hangt een sfeer van glamour en glitter. Als je bij tv werkt, stelde dat vroeger nog iets voor, maar dat wordt minder. Daar heerst een hiërarchie, er is onzekerheid en angst. BNR is een kleine club met een zakelijke nuchterheid. Heel gewone, aardige mensen. Het is knap om zo’n kleine organisatie overeind te houden en goede programma’s te maken.’

Het is onbegrijpelijk dat de nieuwszender maar een marktaandeel heeft van rond de één procent, zegt hij. Het zou met deze kwaliteit drie of vier procent moeten zijn. Hij voelt zich schatplichtig aan de zender, omdat hij er al zeventien jaar The Friday Move kan maken en nu zijn podcast, die om en nabij de 200.000 luisteraars trekt. En toch weet hij niet zeker of hij met Zolang het leuk is bij BNR doorgaat, omdat er allerlei partijen aan hem trekken. Bovendien zitten er nog meer programma’s in de pijplijn.

Hij denkt erover om voor zichzelf te beginnen en heeft met het oog daarop al een podcaststudio in zijn tuin laten bouwen. ‘Ik bedenk alles zelf. Ik wil meer dingen in eigen beheer gaan doen, met ook meer aandacht voor het begeleiden van jong talent. Met een eigen kanaal kan ik ze meer kansen geven. Het is een serieuze optie…’ Je moet je blijven ontwikkelen, vindt hij.

Je bent op weg, las ik ergens in een interview. Waar naartoe?
‘Naar de dood. Dat is het enige gevoel dat ik bij alles heb. Het leven is maar een inspannende, vermoeiende gebeurtenis. Je weet waar de uitgang is. Uiteindelijk gaat het erom de tijd daarnaartoe zo leuk mogelijk te maken.’

Ik wilde de beste worden

Vanaf zijn twaalfde wist hij wat hij wilde: de beste sportpresentator van Nederland worden. Hij kwam erachter dat het een subjectief begrip is. Daarom stelde hij zijn ambitie bij en probeert hij nu in ieder geval het hoogste niveau te halen, hoewel hij dat begrip ook weer relativeert. ‘Wat stelt het nou eigenlijk voor?’, vroeg hij eens aan zijn zus, met wie hij een goede relatie heeft. ‘Ik ga aan tafel zitten, lul de boel dicht en ik ga weer naar huis. “Als het niets voorstelde, zou iedereen het kunnen”, zei ze.’

Hij vindt dat hij inmiddels hoort bij de mensen die het vak op het hoogste niveau uitoefenen en heeft nu het zoeken van verdieping als nieuwe uitdaging.

Wat is je doel?
‘Steeds beter worden. Ik merk dat ik daarin nog een hele weg te gaan heb.’

Beter worden: in wat voor opzicht?
‘Dat weet ik zelf ook niet. Ik zal nooit het perfecte interview maken, maar ik hoop er zo dicht mogelijk in de buurt te komen. Dat ik bij mezelf denk: ah, dat was niet slecht. Dat heb ik niet snel. Op het moment dat ik het slecht doe, weet ik dat van mezelf.’

Ik vind het knap dat je geen moeite hebt met zelfkritiek. Maar dat heeft ook een andere kant. Het is alsof de dingen je niet raken?
‘Wat me raakt, is dát wat mensen zeggen die ik hoog heb zitten: vrienden, familie, mijn kinderen. Dat komt echt wel aan. En als ik ergens kritiek krijg, vraag ik me altijd af of er niet iets in zit. Ik kan me overigens goed voorstellen dat heel veel mensen moeite met me hebben.’

Moeite waarmee?
‘Dat pedante en waarschijnlijk ook de ogenschijnlijk arrogante manier van interviewen en presenteren. Misschien ook het gemak waarmee het gaat. Ik doe alles uit het hoofd. Ik kom een minuut tevoren binnen. Dan weet ik nog niet wat ik ga doen, maar ik doe het en het stáát gewoon, terwijl eigenlijk verwacht wordt dat je uren tevoren aanwezig bent, draaiboeken doorneemt en teksten oefent. Dat doe ik allemaal niet. Dat stoort mensen.’

Je hebt verschillende persoonlijkheden en je laat ze allemaal zien!
‘Interessant dat je dat zegt. Ik werd eens benaderd door een bedrijf dat me wilde neerzetten als merk. Ze zeiden: er is één ding dat je niet meer moet doen als je serieus genomen wilt worden: karaoke. Maar ik wíl helemaal niet serieus genomen worden. Ik wil gewoon de dingen doen die ik leuk vind. Het is de essentie van het bestaan, dat je op een leuke manier bij de uitgang komt.’

Het is niet zozeer het resultaat dat telt, maar de weg ernaartoe?
‘Ja, het resultaat is bijvangst. Je kunt beter spijt hebben van de dingen die je gedaan hebt dan van wat je niet gedaan hebt. Het is een geweldig cliché, maar het klopt. Ik heb me nooit verloochend, ik heb me altijd uitgesproken en de weg gevolgd waarvan ik vond dat ik die moest volgen. Daarmee heb ik ook veel weerstand opgebouwd bij mensen in de mediawereld.’

Je hebt veel mediapower. Heb je niet de behoefte om die in te zetten voor een maatschappelijk doel?
‘Ik ben geen idealist. Mijn idealisme is gebaseerd op een heel klein fenomeen, namelijk mijn gezin en mijn naaste omgeving. Ik probeer echt wel dingen te doen voor het goede doel of waar mensen hulp nodig hebben. Maar ik zie ook hoe het mensen frustreert als ze vastlopen in hun idealisme. Van de week kwam bij de supermarkt een mevrouw naar me toe die zei: “Ik kijk nergens meer naar uit. Alleen om half tien nog naar Vandaag Inside, zodat ik daarna met een glimlach naar bed kan.” Verder vond ze de wereld zwaar en moeilijk geworden. Daar mag ik dan toch deel van uitmaken. We krijgen de gekste verzoeken. Mensen die bij ons in de uitzending dood willen gaan, of die terminaal zijn en langs willen komen om nog een keer met ons op de foto te gaan. Dat is geen idealisme, maar het geeft wel het gevoel dat we het ergens voor doen.’

Ik kan me niet anders voordoen dan ik ben

‘Een tandje minder’ komt in zijn vocabulaire niet voor. ‘Ik kan me niet anders voordoen dan ik ben’, zegt hij. Hij heeft iets onaantastbaars; er is geen terughoudendheid. Alsof de dingen niet echt aan hem kleven. ‘Leg me dan eens uit wat ik anders moet doen?’, vroeg hij bij contractonderhandelingen aan de televisiedirecteur, die vond dat zijn perfectie in zijn nadeel werkte.

Wilfred: ‘De man zei: die vraag is nou precies wat ik bedoel. Dat foutloze, altijd maar goed uit je woorden kunnen komen, het altijd zo perfect doen. Jij moet fouten gaan maken. Dat maakt je kwetsbaarder, leuker, eerlijker. Die perfectie past bij iemand van vijftig of zestig, maar niet bij jou.’

Wilfred: ‘Ik kan toch niet met opzet fouten gaan maken? Het gaat me toevallig gemakkelijk af, net als bij het fietsen. Ik stap op en fiets weg.’

Ergernis over slordige interviews

Dat beeld van ongenaakbaarheid en onkwetsbaarheid staat haaks op zijn interesse in het verhaal van zijn interviewgasten, dat hij tot in de kleinste nuance wil doorgronden. Dat is toch empathie? En hij kan nog dagen mijmeren over voorbije gesprekken waarin hij door zijn eigen fouten kansen heeft laten liggen. Hij ergert zich aan slordige interviewers.

‘Het zit bij een gesprek vaak in de kleine tussenzinnetjes’, zegt hij. ‘De dingen die bijna onopgemerkt passeren, maar waarachter vaak het echte verhaal zit. Interviewgasten willen het wel vertellen, maar durven niet. Dan denk ik: vraag nou door. Nu moet je die richting uit of die andere afslag nemen. Juist die tussenzinnetjes licht ik er graag uit. Ik wil die achterliggende dingen oprecht graag weten. En als je het me niet wilt vertellen, snap ik dat ook. Eva viste onlangs in een gesprek met Antoon naar zijn relatie met een van de prinsessen. Ze draaide eromheen. Vraag nou gewoon: heb je een relatie? Als hij het wil zeggen is het oké, en als hij het niet wil zeggen is het ook goed.’

Welk advies heb je voor jonge mensen die dit vak in willen?
‘Ten eerste moet je weten waarom je dit wilt doen. Als het is om bekend te worden, moet je het niet doen. Je moet het doen omdat je echte interesse hebt in mensen. Mijn interesse komt voort uit het feit dat ik altijd op zoek ben naar wat ik bij mezelf ook herken. Je moet als interviewer in staat zijn om echt te luisteren, niet vanuit een oordeel. In het begin vond ik iemand nog wel een lul of wilde ik scoren. Maar dat heb ik losgelaten. Zo dicht mogelijk bij die ander komen is waar een interview om draait. Je moet je altijd afvragen: kwam ik nou in de buurt of niet?’

TON VERLIND