Patrick Kicken: Extreme stress bij deejays

[BLOG] Als iemand een been gebroken heeft, doen we daar niet moeilijk over. Die is ‘even uit de roulatie’. Komt over een paar weken wel op krukken naar zijn werk. Maar als iemand geestelijk iets minder kracht heeft, om wat voor reden dan ook, gaan we ineens heel krampachtig zitten doen. Niks over zeggen hoor. Niks over schrijven. Iemand met rust laten. Oei, spannend, gevaarlijk, onbekend terrein. Terwijl dat brein net zo goed een orgaan is, als een keel, ogen, oren, benen etc. Dus gaat deze blog daar gewoon over, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Dat zijn stress en psychische problemen namelijk gewoon. En: helemaal aktueel.

Ironisch toch, dat in de ‘Week van de Werkstress’ geen enkel iemand uit de media zijn of haar mond opentrekt over hoe het eigenlijk is om in Hilversum te werken. Terwijl er toch door de jaren heen zat zijn omgevallen. Ruud de Wild had het lastig na de moord op Pim Fortuyn. Sander Lantinga zat in 2012 opgebrand thuis. Hardwell, René van der Gijp, Nicky Romero, idem. En ook ik weet hoe het is om opgebrand te zijn. Ook van iets wat je in oorsprong heel erg leuk vind en vond om te doen, dagelijks radiomaken op landelijk niveau. Ik beschrijf dit uitgebreid in mijn nieuwe boek ‘Leven Zonder Stress’. Sterker nog: de podcastserie waar dit boek op gebaseerd is is ontstaan omdat ik voor mezelf antwoord op vragen wilde vinden die betrekking hadden op dit fenomeen: hoe kan het nou dat iets wat me zoveel voldoening gaf, me nu zo leeggezogen heeft?

Inmiddels heb ik daar wel wat antwoorden op gevonden. Die hoeven niet voor alles en iedereen te gelden, maar aan de reacties te zien die ik krijg blijkt het een universeel thema te zijn: je hebt alles bereikt wat je wil, rijdt een dure auto, zit bij een groot bedrijf (radiostation) en tóch val je om. Waarom? Voor mezelf heb ik ontdekt dat ook positieve stress je kan doen omvallen. Het werk wat wij als radiodiscjockeys doen is niet normaal. Het is niet normaal om iets in een stukje metaal te zeggen en op een scherm 1000 appjes te zien binnenkomen. Het is niet normaal om (wekelijks) voor een zaal van 5000 man te staan te draaien, een dag later in het vliegtuig te zitten om Beyoncé te interviewen in Praag en een week later op je rekening te zien dat er weer 10.000 euro is bijgeschreven. Dat doet iets met een mens, hoe stoer en cool je er ook onder lijkt.

Je brandt dus niet alleen op van ‘klotedingen’. Ik maakte bij Jörgen Raymann afgelopen vrijdag in zijn uitzending ‘Ask Me Anything’, die ‘toevallig’ ook over stress ging, de vergelijking met iedere week de loterij winnen. Dat is gewoon too much voor een mens. Tel daarbij op nog eens de normale life events in een leven, als een relatie die overgaat, een onverwachte zwangerschap, de dood van een vriend of ouder. Er bestaan geen supermensen die dit allemaal maar aan kunnen zonder er last van te hebben. Als radiodiscjockey moet je dan ook nog iedere dag doen op de radio alsof er niks aan de hand is. Want we maken lol. Iets wat je gewoon veel moeite gaan kosten als het eventjes niet zo lollig gaat in je leven.

Waar ik ook achter ben gekomen is dat als de uitdaging zoek is in je werk, het ook aan je gaat vreten. Ik kan me zo voorstellen dat als je als mens het hoogst haalbare bereikt hebt in je carrière (een dagelijkse show bij de landelijke radio, een top management functie, aanvoerder bij een voetbalclub) je op een gegeven moment denkt: wat nu? Bij mij was het de ochtendshow, met alle toeters en bellen waar je van droomt als jonge dj: een eigen tv commercial, veel luisteraars, bekende artiesten in de studio, krantenartikelen, interviews, meedoen aan tv programma’s: noem maar op. Hoe raar het ook klinkt: daar ben je op een gegeven moment ook wel klaar mee. Want het kost allemaal energie. En je krijgt bijna overal commentaar op. Dat zag ik toen ook aan de reacties na mijn laatste show, van collega’s maar ook de buitenwacht: hoe kan je van dat plaatjes draaien en lollig doen op de radio nou een burn-out krijgen?! Mensen snappen niet wat voor psychische druk en prestatiedrang er vaak bij komt kijken als wat je doet zó zichtbaar is.

Dagelijks landelijk radiomaken is gewoon topsport. Dat kost nou eenmaal veel energie, zeker door de randzaken en alle extra dingen die tegenwoordig verwacht worden van discjockeys. Je moet actief zijn op social media (een baan erbij), je moet aan allerlei klote kwisjes meedoen (een baan erbij), je moet voor de marketingafdeling even leuk doen met een paar klanten. En als alles goed gaat met je station, gaat het ook goed met jou. Maar wat als de luistercijfers dalen? Ook dat zorgt voor extra druk, hoe je het ook wendt of keert. Alles ligt onder een vergrootglas bij commerciële radiozenders, maar ook publieke. Die bijna feitsh achtige fixatie op luistercijfers, brrrrr.

In mijn geval was de constante wisseling van de wacht aan managers datgene wat me het laatste duwtje gaf om om te vallen. Ik kan me de dag nog herinneren dat bekend werd dat er wéér veranderingen op komst waren, wéér een nieuwe manager: ik reed een uurtje nadat dat nieuws bekend werd pats boem zonder dat ik het door had met hoge snelheid achteruit tegen een reclamezuil op het parkeerterrein. Paar maanden later stond ik ’s nachts naast m’n bed naar adem te happen omdat ik in mijn slaap een hyperventilatie aanval kreeg. Ik werd steeds narriger. Kreeg al bijna een paniekaanval als ik zag dat een collega me belde. Schreeuwde tegen m’n telefoon: nee, niet nog meer!

Toch heeft het geen zin de omstandigheden en het bedrijf de schuld te geven van jouw burn-out, ben ik wel achter. Het zaadje voor zoiets is al jaren daarvoor geplant. In mijn geval bleek het om perfectionisme te gaan wat ik ergens in mijn jeugd had opgelopen. Omdat ik altijd liefde en aandacht kreeg als ik weer eens een 10 op mijn rapport had of voor een proefwerk, plantte zich daar het idee dat je altijd de beste moet zijn in iets, want dan houden mensen van je. Dus werden luistercijfers voor mij ook iets extreem belangrijks. Als het goed ging voelde ik me de King, als ‘we’ of ‘ik’ gezakt was dan liep ik met mijn capuchon over mijn hoofd gauw het pand uit in de hoop niemand tegen te komen.

In je carrière als discjockey zijn er zat life events waardoor je geen radio kan maken. Wat het is doet er ook eigenlijk niet toe. Wel vind ik dat we eens moeten ophouden met zo krampachtig te doen over het fenomeen burn-out, depressie, angstaanvallen etc. Die dingen gebeuren niet voor niets. Hulde aan Stephan Bouwman dat hij er vorig jaar over sprak in zijn middagshow op QMusic. Het is een wake up call dat je je leven en de dingen anders moet gaan inrichten. Of zoals een man die ik ooit interviewde zei ‘een burn-out is een kans’. Maar ook ik luisterde er de eerste keer (in 2011) niet naar. Moest zo snel mogelijk weer aan de slag want anders was ik mijn plekje kwijt. Dus gebeurde het me 4 jaar later nog een keer en toen ook echt goed, tot het punt dat ik niet eens meer een radiostudio in durfde!

Wat mij geholpen heeft is een aantal sessies te volgen bij een artiestencoach, Daisy Gubbels is haar naam. Ze coacht ook jonge vloggers en soapies die in een klap beroemd werden. Ze legde me feilloos uit hoe dat in je brein werkt als je ineens bakken met geld gaat verdienen met iets wat uit hobby is ontstaan en wat je dus net zo goed voor niks zou willen doen. En vooral welke stofjes er vrij komen als je zoveel gave dingen meemaakt die zoveel indruk op je maken. Dopamine, serotine. We hebben daar maar een beperkte voorraad van en als die stofjes uitgewerkt zijn dan kan daar een hele heftige dip uit voortkomen. Iets wat ik al eens eerder beschreef in de column ‘Junkiegedrag bij discjockeys’. Je moet steeds meer gaan doen om diezelfde kick nog te krijgen. Hier wat columns van Daisy’s hand.

Net als een profvoetballer moet je er altijd rekening mee houden dat er een dag kan komen dat je dit niet meer op de toppen van je kunnen kúnt doen. En dat is helemaal niet erg. Goed wat bewaren voor de toekomst, iets wat ik iedere (radio)discjockey wil adviseren. Want dit werk kún je niet halfslachtig doen. Voor dit werk moet je 100% aan staan. En je moet er plezier in hebben anders gaan de luisteraars het gauw aan je merken. Ik vind overigens dat iemand die omvalt door of van zijn werk alleen maar te prijzen is. Hopelijk pakt de HR manager het goed op. Iemand die thuis komt te zitten met een burn-out wordt in de arbeidspsychologie nog wel eens vergeleken met een kanariepietje wat ze vroeger loslieten in de mijnen, als dit vogeltje dood neer viel dan wisten ze dat er gas ontsnapt was en het dus een giftige omgeving was geworden. Een slimme HR manager gaat hierdoor dingen aanpassen en aanpakken. En zeker niet de duimschroeven nog verder aandraaien, over salarisverlagingen of andere bezuinigingsmaatregelen praten. Creativiteit kán alleen maar plaatsvinden in een veilige bedding. En neem van mij aan: landelijke radio is leuk, maar niet ten koste van alles. Het is een kei- en keihard wereldje waarin iedereen een mening over je heeft, velen op je plek uit zijn, leuk doen in je gezicht en als je de hoek om bent nog nét het mes uit je rug kunnen trekken om vrolijk hun brood mee te smeren.. enfin.

Patrick Kicken
twitter.com/kicken

Een interview bij de ‘Je geld of je leven’ podcast, over een leven zonder stress:

9 Comments

  1. Weer een heel verhaal! Ik pik er twee dingen uit. a) Het geconfronteerd worden met steeds wisselende eisen en veranderingsdrang en -dwang. Ik werkte aan de universiteit, waar de hoogleraar die mij had binnengehaald, zelf binnen een jaar via de ziektewet in de WAO verdween. Ik bleef zitten met een Werkafspraken Formulier (WAF), dat zijn toepasbaarheid zeer snel verloren had. Maar ik werd er wel op beoordeeld. Er volgde een professorloze periode van twee jaar, waarin de waan van de week heerste. Ik begon bij wijze van spreken op maandag met iets, dat op vrijdag alweer werd afgeserveerd. Dat ondergraaft je motivatie, want niemand heeft nog zin om in een ring te steken, die plotseling weer wordt opgeheven. Toen kwam er een hooggeleerde heer, die het beleid 180 graden de andere kant op gooide. “Je hoeft voor mij niet te promoveren hoor. Ik heb liever dat je werkt aan opdrachtonderzoekjes, die van het ministerie komen.” (Daar was hij zelf topambtenaar geweest. Over onafhankelijkheid en vrijheid van wetenschap gesproken!). Dat derde geldstroomonderzoek bestond uit betrekkelijk onnozele evaluatie-onderzoekjes. Voormeting – Maatregel – Nameting. Geen controlegroep. Geen achtergronden of verklaringen. Moest je een voorstel schrijven, dat de opdrachtgever behaagde en waarvan de uitkomsten min of meer van te voren al vast stonden. Want de beleidsambtenaar wilde goede sier maken met: “Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond, dat ons beleid … (blablablabla enz.)” Daarmee kom ik op mijn tweede punt. b) Onderspanning in plaats van uitdaging. Ik ben cum laude afgestudeerd in de sociale psychologie met ontwikkelingspsychologie en criminologie. Ik ben wat theoretisch ge-interesseerd en wilde graag grensverleggende wetenschap bedrijven. Ik verveelde me natuurlijk dood met al die simpele “beleidsrelevante” flut flitsstudietjes, die met duidelijke politieke bijbedoelingen werden gelanceerd. Maar als je deze weigerde, dan had je geen publicaties en was je dus ongeschikt voor je baan. Ik ben daar geweldig op afgeknapt. Dus Patrick: heb ook niet te veel vertrouwen in “wetenschappelijk” onderzoek, want dat is tegenwoordig een gatenkaart. En natuurlijk: ik ben zelf geen makkelijk mannetje, maar ik doe iets GOED of ik doe iets NIET. Wie moet knagen aan zijn integriteit, raakt zijn kwaliteit kwijt. Dat heb ik altijd verdomd.

  2. Ik word zelfs nu nog wel eens badend in het zweet wakker. Het is steeds hetzelfde tafereel in mijn dromen. Ik zit in de studio. Het nieuws is aan de gang en weldra start ik mijn eerste plaat en daarna ga ik wat vertellen. Wanneer het einde van de plaat nadert raak ik alles kwijt en weet totaal niet meer wat ik moet zeggen en raak ik volledig in paniek. Vervolgens word ik wakker. Dit gebeurt mij minimaal 1 keer per maand.

    • Ja dat herken ik wel. Ik was gisteren in de studio van Efteling Kids Radio en kreeg alweer bijna een paniekaanval toen ik de koptelefoon op zette om te horen hoe de processing klonk. Leuk baantje bij de radio he? 🙂

  3. Ongelooflijk dat juist bij de radio vooral mensen zich met dingen bemoeien waar ze de ballen verstand van hebben. Het microfoongeluid van nagenoeg alle presentatoren in Nederland klinkt vies en opgefokt. Zelfs vrouwen draaien bassen in hun stemmen en je hoort daarom slechts geplop en gegrom. En dan heb ik het nog niet over de verschrikkelijke soundprocessing op de muziek. Opgejaagd geluid dat werkt op je zenuwen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*