Katharsis – het huis aan het water

Afgelopen jaar verscheen het boek ‘Een schitterende slangenkuil’ van Ton Verlind. De publicatie van het boek ging – zeer terecht – niet onopgemerkt voorbij. Naast een rijke bloemlezing aan herinneringen uit zijn lange journalistieke loopbaan, geeft het tevens zijn visie op de stand van de journalistieke media in Nederland. Daar gaat dit stuk niet over. Wel over Katharsis – het eerste programma dat in 1992 gemaakt werd op de gloednieuwe afdeling KRO Info-TV, opgericht door Ton nadat hij als eindredacteur van Brandpunt afscheid had genomen van de dagelijkse nieuwshectiek. 

Ondertussen liep ik, met wat korte onderbrekingen, twaalf jaar rond bij de KRO. Op 1 april 1980 werd ik als ‘jong en gretig’ aangenomen door regisseur Jos van der Valk. Het waren de hoogtijdagen van de Willem Ruis Show. Over mijn beginjaren, waarin het zaterdagavondamusement nog via twee netten heel Nederland op de driezitsbank wist te kluisteren,  zou ik zelf een boek kunnen schrijven. Wie weet. Sindsdien heb ik aan tal van programma’s gewerkt – van puur amusement tot licht informatief, van jeugd tot godsdienst. 

bij de opbouw in Flevorama – achter de camera regisseur Jan Hovers, naast cameraman Emiel Jansen. Midden op de bank Ton Verlind.

We schrijven zomer 1992. Ik heb een pittig seizoen met flink wat producties achter de kiezen, als ik bij de directeur televisie Gerard Hulshof word geroepen. Ik vermoed en hoop dat ik een compliment en misschien wel een bonus krijg. Die zou ik als jongbakken vader van drie jonge dochters goed kunnen gebruiken. De mededeling die ik krijg is heel anders. Er moet fors bezuinigd worden met een reorganisatie als gevolg. Zakelijk en zuinig vertelt Hulshof me dat ik boventallig ben, dat er nieuwe functies worden gecreëerd waarop ik kan solliciteren, maar hij kan niets beloven. De bodem zakt onder mijn voeten weg. ’s Nachts monteer ik op een offline-set in de kelder van het TV-gebouw een showreel met van alles dat ik als regisseur/redacteur gemaakt heb. Ik maak een afspraak met alle afdelingshoofden voor een onderhoud. Zo kom ik ook bij Ton Verlind terecht die een nieuwe informatieve afdeling gaat opzetten. Naast Brandpunt is er geen echt samenhangend geheel aan informatieve/journalistieke programma’s. Hooguit een viertal autonoom opererende documentairemakers. En Han van der Meer met zijn ‘Ver van mijn bed show’, die gek genoeg onder ‘gevarieerde Programma’s’ (lees: amusement) valt. Gezien mijn relatief luchtige trackrecord verwacht ik de minste kans bij Ton Verlind te hebben. Maar nota bene hij gooit de reddingsboei toe, juist vanwege mijn veelzijdige achtergrond en enthousiasme. Met helemaal niks, niet eens een kantoor, gaan we op de gang met z’n drieën aan de slag: Ton, ik en Marianne Heuser als secretaresse. 

Het eerste programma van het nieuwe team wordt Katharsis, dat Ton zelf gaat presenteren. Het viel hem altijd op dat gasten die in Brandpunt optraden pas na afloop, als het rode licht gedoofd was, loskwamen met verhalen die je dolgraag in je uitzending had willen hebben. Bevrijd van de hijgerigheid van de voortrazende actualiteitendruk, wil hij een programma maken waar de gasten zonder de pressie van de studio de camera’s kunnen vergeten. De contouren worden in een lunch met Ton, Fons de Poel, Steven de Vogel en ik vastgelegd. Ik stel voor op zoek te gaan naar een huis als op een rots, ver van de bewoonde wereld, en vind Flevorama in Muiderberg. Het is gebouwd in 1885 op een duin aan de toenmalige Zuiderzee. Door de getijdenafslag lijkt het boven op een klif te staan – precies wat ik zoek. Inmiddels is er een redactie opgetuigd met Jan van Galen en Hansje Bunschoten. Ik doe de regie en productie, ondersteund door Marianne Heuser en Carlijn Kamps. Later wordt het team uitgebreid met Manuela Werneke en Liliane Clavaux. Jan van Galen benadert de eigenaresse Joosje de Koster. Een jonge gescheiden moeder van gegoede huize (dochter van oud-minister van defensie Hans de Koster) die op een van de Amsterdamse grachten woont en nog niet zo lang geleden Flevorama als weekendhuis heeft gekocht. Het huis kent een rijke geschiedenis. Lange tijd was het eigendom van de befaamde uitgever Johan Polak, die er ook bevriende auteurs liet werken. Zo schreef Reve er zijn ‘Lieve jongens’. Joosje de Koster stemt in om haar huis te gebruiken op voorwaarde dat we nergens schroeven in draaien, niet boven komen en het precies zo achterlaten als we het hebben aangetroffen. Dat wil zeggen dat we eens per maand het huis in twee dagen moeten omtoveren van woonhuis tot studio en weer terug. Houd er rekening mee dat in 1992 de camera’s nog niet zo klein en lichtgevoelig waren als nu. Er moet toch het nodige licht in gehangen worden en de camera’s moeten zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst. Gasten moeten vrij door het hele huis kunnen lopen. Met Kees Hoogesteger, projectmanager bij het NOB, bedenk ik een systeem van steigerpijpen en stempels. We werken ze weg achter gordijnstof en veel ingehuurde planten. De ramen plakken we af met ND-filters om niet in een wit gat te kijkenmaar juist het fraaie uitzicht te kunnen benutten. 

het Katharsis-team wordt voorgesteld in het KRO-personeelsblad

In iedere aflevering staat een urgent thema centraal. Antisemitisme, pesten, kinderadoptie; in ‘Een schitterende slangenkuil’ lees je meer over de inhoud op pagina 260, waar het programma – abusievelijk maar taalkundig juist –  ‘Catharsis’ heet. Ook staat redacteur Hansje Bunschoten als regisseur vermeld terwijl ze pas later de regiecursus zou doen, maar dit terzijde. De aflevering die het meeste indruk op mij maakte was die over antisemitisme, met o.a. Ralph Inbar, Heddy Lester, Willy Lindwer, de 17-jarige Tamara Roos en de toen 76-jarige Janny Brandes-Brilleslijper, wiens familiegeschiedenis later zou worden opgetekend in ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen. Vooral Inbar maakt indruk als hij zegt niet bang te zijn voor de rechts-extreme schreeuwers, maar juist voor de macht van de stille grijze massa. Tijdens de opname moeten we noodgedwongen pauzeren als de geluidszender van mevrouw Brandes per ongeluk in de wc-pot valt en we per koerier op een nieuwe uit Hilversum moeten wachten. 

v.l.n.r. Emiel Jansen, Ton Verlind, professor René Hoksbergen (gast), Jan Hovers

In de leader wil ik de afgelegen setting zoveel mogelijk benadrukken. Ik stel me een dramatisch filmisch shot voor, gemaakt met een crane, te beginnen op het water, waar de presentator in een medium shot instapt en omhoog kijkt. Hij begint te lopen, we zien hem nu ten voeten uit – lange jas, aktetas in de hand. De camera stijgt op, hoger en hoger en zwenkt achteruit. De presentator beklimt zo soepel mogelijk de steile helling van de duin. We zien nu de hele villa majestueus in beeld tegen Willinkeriaanse wolken (Willink schilderde ooit de villa!). Toen ik het storyboard aan Ton voorlegde vroeg ik me af of hij dit filmische begin wel zag zitten als journalistiek dier. Maar hij stond meer dan open voor nieuwe wegen. En gelukkig ook nog na een take of tien achter elkaar de duin bestegen te hebben. Als de camera tot stand komt, verschijnt de titel “KATHARSIS – HET HUIS AAN HET WATER”. Die ondertitel had ik er met het nodige gevoel voor drama aan weten toe te voegen. Het fraaie grafisch titelontwerp werd gemaakt door Berry Slok; een relatie van Marianne Heuser. Slok ontwerpt tot dan toe voornamelijk boeken, maar zal later met zijn studio tot de top van de Nederlandse vormgeving gaan behoren. Jaren later, toen ik de overstap naar de museumwereld had gemaakt, werkte ik nog vaak met de joviale ontwerper samen nadat hij naam gemaakt had met tal van tentoonstellingsontwerpen voor de top van de Nederlandse musea. 

Voor de muziek klop ik aan bij Fons Merkies. Ruim een jaar daarvoor maakte ik een ridderserie voor de jeugd “De ridders van het hete hangijzer”. Fons Merkies deed auditie voor een van de hoofdrollen die uiteindelijk gingen naar Erik de Vogel (nu al decennia lang Ludo Sanders in GTST) en Bart Oomen. Na de afwijzing laat Fons mij weten dat hij ook componeert en of ik hem voor de muziek wil overwegen. Ik sta versteld van de demo’s die hij me toestuurt en ga overtuigd met hem in zee. Ten tijde van Katharsis klop ik opnieuw bij hem aan. Ik ben er onlangs achter gekomen dat de omroeporkesten zoals het Metropole Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest ‘om niet’ ten dienst staan van omroepen. Fons heeft nog nooit voor groot orkest gecomponeerd en ietwat timide melden we ons op 14 oktober 1992 in het MCO. Jurre Haanstra staat die dag voor het Metropole Orkest. Routinematig werken zij een ochtend lang de verplichte nummers voor de omroepen af. De Katharsis-leadermuziek van Fons komt op de lessenaars, er wordt één keer doorgespeeld en één keer opgenomen terwijl Fons en ik met rode oortjes in de regie toehoren. Voor we het weten staan we met een afgemixte orkesttape weer buiten. Het is het begin van een jarenlange samenwerking met Fons die, naar zijn eigen woorden, de KRO-jaren als opstap zag voor zijn latere succesvolle carrière als een van de bekendste filmcomponisten van Nederland. Bij Advanced Video aan de Hilversumse Graaf Florislaan, destijds het eerste montagebedrijf met digitale techniek, plakken we de muziek onder de leader, voeg ik met editor-tovenaar Paul Breddels damp toe aan het water en donkere luchten achter de villa. 

het Raphael Kwartet in KRO Studio 1 op 6 oktober 1993 bij de opname van de muziek voor Katharsis

Het is zoeken hoe we de theorie van het ongedwongen verblijf in het huis moeten aanvliegen. Let wel, dit is nog jaren voordat er een Big Brother bestaat. Voor de eerste aflevering ga ik er vanuit dat alles vanaf de schouder gedraaid moet worden om vooral niets te missen. Een verkeerde inschatting, zo blijkt als de gasten voornamelijk op de bank gaan zitten en zich amper door het huis begeven, op de ingebouwde lunch na. Er wordt al gauw zo’n vijf à zes uur materiaal opgenomen dat terug gemonteerd moet worden naar 35 minuten. Wijs geworden staan bij de tweede aflevering de camera’s op statief. Ik zit buiten in de regiewagen met de geweldige schakeltechnicus/editor Edith Ruyg – later zelf regisseur van o.a. Zomergasten, helaas veel te vroeg op haar 66e in 2018 overleden. We hebben drie bemande en een onbemande camera. We laten een tweede tape meedraaien voor zgn. tegenschakelen om de enorme montageklus later te kunnen klaren. De opnamedag is een uitputtingsslag. Voor we allemaal klaar zitten voor de aankomst van de gasten, maar ook in de korte pauzes,  maken we zoveel mogelijk snijshots van het exterieur, van voorbijvarende schepen en strandwandelaars. Springers, oftewel jump-cuts, waren nog niet salonfähig, dus alle schnitts moeten netjes afgedektworden. Tot het vaste camerateam horen Dick Rokebrand, Petra Koen en Emiel Jansen, met wie we gaandeweg een Katharsis-familie vormen. In de pauzes worden ook nog opnames van de gasten gemaakt voor onder de voice-overs,die we nodig hebben om er een coherent verhaal van te maken. Zo herinner ik me dat ik buiten opnames maak van de neonazi Constant Kusters, waarbij ik hem expres à la Leni Riefenstahl/Triumph des Willens van onderaf aanschiet. Journalistiek niet helemaal oorbaar, maar we gebruiken het toch. 

Na afloop van de dag geen rustige nazit maar het huis weer volledig in de oude staat terugbrengen. De schoolgaande kinderen van Ton verdienen een zakcentje bij door te helpen het huis schoon te maken, waarna de overbuurvrouw op onze kosten nog voor een grote beurt zorgt. 

De uitzendingen zijn op vrijdagavond, de opnames op de voorafgaande woensdag om qua actualiteit zo dicht mogelijk op de uitzending te zitten. Dat wil zeggen dat ik mij op donderdag in de offline in de kelder van het KRO TV-gebouw aan de Emmastraat opsluit. Ton schetst met Jan van Galen een ruwe rode draad op papier, waarna ik ga monteren en ’s avonds laat met een blocnote vol opgeschreven tijdcodes naar buiten stap. Vrijdags zitten we met Edith Ruyg op het mediapark in de montage. Ton schrijft gaandeweg zijn voice-over teksten terwijl we de zes uur netjes terug monteren naar de gewenste 35’ uitzendlengte. De benodigde ‘bruggetjes’ voorzie ik van muziekjes. In het eerste seizoen zijn dat voornamelijk nog stukken voor cello en piano van Fauré. Voor het tweede seizoen vraag ik Fons Merkies of hij strijkkwartetten wil schrijven, afgeleid van de leadermuziek. Op 6 oktober 1993 rijdt er een muziekregistratiewagen voor bij de KRO aan de Emmastraat en nemen we in Radiostudio 1 (die snel daarna verbouwd zou worden tot TV-studio) de strijkkwartetten op met het in 1981 opgerichte roemruchte Raphael Kwartet. Bij een in mijn oren wat dissonante noot vroeg een van de strijkers aan Fons of dit wel de bedoeling was. Waarop deze antwoordde dat het juist een citaat van componist Charles Ives was, wat duidelijk zichtbaar indruk maakte op het kwartet. Iets wat mij altijd bij is gebleven. Als ik iets hoor wat ik als vals ervaar, denk ik altijd “Aha, een citaat van Ives!”.
Vaak is de montage slechts een paar minuten voor uitzending klaar en ren ik als een gek door de gangen naar de uitzendstraat om de nog warme betacam-tape nog net op tijd af te geven. 

Na het tweede seizoen lijkt de formule wat uitgewerkt te raken. Nieuwe uitdagingen dienen zich aan op onze nieuwe afdeling. Zo gaan we aan de slag met het in Amerika beproefde format van Ontbijt-TV, een nog niet bestaand fenomeen in Nederland (waarover een andere keer meer). Ook loop ik tegen steeds meer weerstand van de huiseigenaren aan. Joosje de Koster heeft een nieuwe relatie, die het maar niets vindt dat die TV-karavaan iedere maand ‘hun’ huis overneemt. Joosje moet steeds vaker tussen hem en ons bemiddelen. En zo komt er een einde aan het eerste programma van de nieuwe ambitieuze afdeling. Er zouden er nog veel volgen, waar in Ton Verlinds boek meer over valt te lezen. Ik blijf tot 1998 bij de KRO, stap dan over naar de NCRV waar ik in 2002 als eindredacteur de deur van omroepland dicht doe om de rest van mijn werkende leven in de museumwereld door te brengen. Ik koester mijn herinneringen. Zoals aan Hansje Bunschoten die zo jong overleed. En ook aan de in 2015 veel te vroeg overleden Joosje de Koster, de aardige enbeeldschone eigenaar van Flevorama. 

Katharsis was een trendsetter voor een nieuw programmagenre, wat getuigt van Ton Verlinds vernuft als formatbedenker. 

op de voorgrond redacteur Hansje Bunschoten, daarachter cameraman Dick Rokebrand (l) en regisseur Jan Hovers (r)

3 Comments

  1. Je zult het van mij wel min of meer verwachten, maar die autobiografie moet er een keer komen, Jan. Gaaf trouwens dat jij Fons Merkies mede in het zadel hebt geholpen. Geweldige componist.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*