Journalist Mark Koster: Topbestuurder NPO intimideerde me met een valse beschuldiging

De vertrokken voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO, Frederieke Leeflang, zette Telegraaf-journalist Mark Koster onder druk met een valse beschuldiging van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat zegt Koster in zijn deze week verschenen boek Studio Ego, vol scherpe kritiek op het functioneren van de publieke omroep.

Als je recensent Mark Koster in een boek loslaat op de publieke omroep, dan weet je wat je kunt verwachten. Dat wordt een boutade: een gevatte en soms humoristische beschrijving van de werkelijkheid zoals de persoon in kwestie die ziet, een manier waarop iemand zijn ongenoegen of een kritische mening lucht, een spitsvondige uiting van mishagen, in de vorm van een plotselinge uitval, gril of ‘steek onder water’.

Al die uitingen zijn van toepassing op Studio Ego, waarin Koster helemaal leegloopt op de NPO en zijn satellieten: de omroepen. Wie op zoek is naar nuance, komt bedrogen uit. Omroepbestuurders en presentatoren met lange tenen kunnen dit schotschrift beter mijden. De publieke omroep is in de visie van Koster achterhaald, niet meer te redden, corrupt, biedt onderdak aan machtswellustelingen en gaat gebukt onder schijnheiligheid. Veel bestuurders zitten al zo lang op het pluche dat zich gelijkenissen aandienen met Russische oligarchen. Ex-politici hebben zich als een virus in het bestuurlijke apparaat genesteld, waardoor ernstig kan worden getwijfeld aan de onafhankelijkheid van het bestel.

Gebrek aan zelfkritiek

Niemand wordt gespaard: omroepbestuurders zijn plucheverslaafd, het zijn graaiers, ze gooien hun toppresentatoren voor de bus als de tijdgeest dat verlangt, maken deel uit van een systeem dat van netwerkcorruptie (vriendjespolitiek) en echte corruptie (wel gesuggereerd, maar in het boek nergens overtuigend bewezen) aan elkaar hangt en kennen maar één belang: dat van henzelf en hun eigen organisaties. Sommige onderknuppels op redacties overtreffen hun chefs in gedepriveerd gedrag. Koster noemt Dieuwke Wynia, eindredacteur van Matthijs van Nieuwkerk, als voorbeeld. Ze was erger dan haar baas, zo beschrijft hij. Haar verweer zullen we binnenkort kunnen lezen, want ook van haar hand is een boek onderweg. Haar columns die aan het boek voorafgingen wijzen alvast de weg: wat bij de omroep ook misliep, was de schuld van iedereen behalve van haarzelf. Verbazing over het gebrek aan zelfkritiek bij omroepego’s loopt als een rode draad door Studio Ego.

Vijftiger jaren

De meeste omroepen zijn volgens de auteur qua mentaliteit in de jaren vijftig blijven hangen. Fijngevoelig is Koster nergens. De oorspronkelijke cover in de voorbereidingsfase toonde een rat in een net pak, met zijn voet op een gebarsten televisiescherm. Een rat is primair een knaagdier, maar figuurlijk staat het voor een onbetrouwbaar, vals persoon, verrader of informant. De uiteindelijke cover is neutraler en bevat een obligate aanbeveling van mediadeskundige Tina Nijkamp: ‘Onthullend boek over het mediapark en de NPO’, schrijft ze. Koster en Nijkamp (óók Telegraaf) zijn partners-in-crime. Ze delen hun afkeer van het bestel.

Mediaplatform Spreekbuis vroeg me het boek te lezen. Dat deed ik, in één adem. Zonder instemming of afkeuring, want ik wist: het is Mark, de recensent met de scherpe mening die in zijn publicaties nooit subtiel is, want ja, ‘je kunt alles wel kapot relativeren’. Dus als hij bijvoorbeeld oud-voorzitter Frans Slangen van de KRO beschrijft als een wereldvreemd figuur die er zich op laat voorstaan dat hij een pauselijke onderscheiding heeft gekregen die hem de bevoegdheid geeft om het Vaticaan ‘te paard te betreden’ – volgens Mark een voorrecht dat alleen de groten der aarde is voorbehouden – ziet hij niet de knipoog, waaraan de geloofsrichting van Slangen zo rijk is, maar het gedrag van een regent. Slangen was een autoriteit met een afkeer van andere autoriteiten, maar volgens Koster vooral iemand die in de vijftiger jaren is blijven steken. Het viel me op, omdat ik twaalf jaar met Frans Slangen heb samengewerkt en nooit zo naar hem heb gekeken.  

Wie niet kan relativeren kan dit boek beter niet lezen

Omroepbestuurders die het vermogen missen om zichzelf niet al te serieus te nemen – en dat zijn er weinig, als we Koster mogen geloven – kunnen Studio Ego beter overslaan.

Koster volgt in zijn boek een jaar lang de ontwikkelingen rond de publieke omroep, reageert daarop en zet ze in perspectief. Daardoor is dit boek een optelsom van incidenten die niet nieuw zijn, omdat ze de afgelopen maanden en jaren al veel publiciteit hebben gekregen. Maar zo bij elkaar, in deze context, ontstaat er een overkoepelend en weinig bemoedigend beeld. Koster beschrijft de omroep als een black box van mannen zonder gezicht, van wie je niet weet waarom ze beslissingen wel of niet nemen.

Nieuw is de beschuldiging aan het adres van voormalig NPO-topbestuurder Frederieke Leeflang, die het verbeteren van de sociale veiligheid binnen de publieke omroep als hoofdthema had omarmd, maar zelf het toneel moest verlaten na beschuldigd te zijn van het creëren van een onveilige werkomgeving. Koster beschrijft hoe Leeflang hem aan het begin van een kritisch interview beschuldigde van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De journalist zou zijn hand op haar billen hebben gelegd tijdens een dansavondje, volgens Koster een valse bewering met een sterk intimiderend karakter. Het incident haalde niet eerder de publiciteit, maar was ernstig genoeg om het bij de hoofdredacteur van De Telegraaf te melden. Koster maakt de lezer deelgenoot van de app die hij naar Frederieke Leeflang stuurde. Over de beschuldiging zegt hij tegen haar: ‘Ik vind het bijzonder dat je me er uit het niets mee confronteerde op het moment dat ik bij jou kom met kritische vragen.’

Anoniemen beschuldigingen als geheim wapen

Koster is in zijn boek kritisch op de onderzoeken naar een onveilige werksituatie bij de publieke omroep. Hij staat daarin niet alleen. Met de kwaliteit daarvan veegt hij de vloer aan. De onderzoekers gingen te gemakkelijk mee in niet-controleerbare beschuldigingen. Anonieme klachten werden door omroepmedewerkers deels ingezet om af te rekenen met kritische leidinggevenden die juist veranderingen wilden, aldus Koster. Enfin; zo gaat het nog wel even door.

Samengevat: een juicy boek met scherpe kritiek op het ontbreken van visie, maar ook eenzijdig en opgeschreven vanuit een bij voorbaat vaststaande opvatting: weg met deze publieke omroep! Veel omroep-hotshots zullen zich afvragen: ‘kom ik erin voor?’ Het antwoord luidt: ‘ja, je komt er met een grote mate van zekerheid in voor’.

TON VERLIND