
Uitgerekend op het moment dat Telegraafjournalist Mark Koster in zijn boek Studio Ego de ondergang van de publieke omroep predikt, zet het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid zich met een bijzonder project op de kaart. Op dinsdag 26 mei 2026 komen, met één druk op de knop, 500.000 oude programma’s van de publieke omroep in hun geheel online. Vanaf die dag kan iedereen via de website De Schatkamer gratis kijken naar een belangrijk deel van wat de omroepen vóór 2000 aan content produceerden.
Mede dankzij dit project staat het Hilversumse instituut volgens directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer wereldwijd aan de top met een tweede plaats op de ranglijst van vooraanstaande audiovisuele archieven, alleen overtroffen door het Franse Institut National de l’Audiovisuel. Dat beheert alles van de Franse radio en tv sinds de jaren dertig, in totaal 15 miljoen uur (bron: AI). Wat nu aan Nederlands audiovisueel erfgoed toegankelijk wordt, is ongeveer de helft van wat zich in het Hilversumse archief bevindt. Niet alleen de hoeveelheid beeld en geluid bepaalt het belang van het Nederlandse instituut, maar de manier waarop het is gedigitaliseerd en daarmee beschikbaar komt voor een groot publiek. Vooral met dat laatste doel is ‘die kleurige bonbon’ neergezet -zoals Van Nispen het in het oog springende gebouw van Beeld en Geluid op het Mediapark omschrijft. Zijn droom, wordt zo werkelijkheid.
‘Het was een goede blik op de toekomst dat digitalisering zo’n grote sprong zou nemen’, zegt hij. Daarmee werd zijn instituut een voorloper. ‘We hebben hier het gezegde: als je niet weet waar je vandaan komt, weet je niet waar je naartoe gaat. Er valt misschien op de omroep van alles af te dingen, maar het staat buiten twijfel dat, wat er de afgelopen jaren aan programma’s is gemaakt, teruggebracht moet worden naar het publiek.’
Het digitaliseringsproces kostte door de jaren heen zo’n vier miljoen euro. Veel materiaal was in een vroeg stadium al gedigitaliseerd, maar moest deels opnieuw worden bewerkt om het geschikt te maken voor streaming.
Wat krijgt het publiek te zien?
‘Alles van vijfentwintig jaar en ouder, zowel radio als televisie, tenzij betrokkenen nadrukkelijk geen toestemming hebben gegeven voor openbaarmaking.’ Dat materiaal komt nu beschikbaar dankzij de Europese out-of-commerce-regeling. Die maakt het, door een wetswijziging uit 2021, voor bibliotheken, archieven en musea mogelijk om auteursrechtelijk beschermde werken te digitaliseren en online toegankelijk te maken zonder dat individuele toestemming van de rechthebbende nodig is. Voorwaarde is dat het materiaal niet meer commercieel geëxploiteerd wordt of nog commerciële waarde heeft.
Downloaden en materiaal gebruiken voor eigen doelen kan nog steeds niet, maar wordt misschien de volgende stap. En dan geldt ook nog het voorbehoud dat progamma’s van de commerciële omroepen ontbreken, waardoor bijvoorbeeld van tv-iconen als Linda de Mol nog steeds niets te zien is.
Het is in de visie van Eppo van Nispen een belangrijke gezamenlijke opgave om de geschiedenis die via de media naar buiten is gebracht, ook vindbaar te maken. Dat geldt evenzeer voor de commerciële omroepen, vindt hij. ‘We zijn in gesprek om tot overeenstemming te komen. Het is ingewikkeld. De financiering van publiek materiaal krijgen we via de Mediawet, maar voor het commerciële deel moet het geld uit andere bronnen komen.’
Het heeft wel zo’n veertig jaar geduurd om dit voor elkaar te krijgen!
‘Het was heel ingewikkeld en aanvankelijk niet bespreekbaar vanwege rechten. Er wordt vaak gezegd: content is king. De Canadese bibliothecaris en journalist Cory Doctorow maakte ervan: “Conversation is king, content is just something to talk about.” (Het gesprek is koning, content is de aanleiding om het ergens over te hebben.) Je kunt wel als een kip op je eigen eieren blijven zitten, maar dan zullen ze nooit uitkomen. Content verdient het om gezien te worden.’ Het toegankelijk maken van al die programma’s ziet hij dan ook als een cadeau van de publieke omroep aan de kijker en luisteraar.
We zijn verzamelaars
Eppo van Nispen is bibliothecaris/archivaris in hart en nieren, gelukkig in een land met de grootste museumdichtheid ter wereld. ‘We zijn hoarders’, zegt hij over Nederlanders, ‘we verzamelen van alles en nog wat.’ Ook zijn eigen werkkamer oogt als een mini-museum. ‘Het is een puinhoop van pure nostalgie’, erkent hij, ‘maar wat heb je eraan als je alles binnenshuis houdt?’
Zijn enthousiasme kent nauwelijks grenzen; zijn werkweken besloegen volgens zijn secretaresse tachtig uur. Kortgeleden werd hij getroffen door drie opeenvolgende hartstilstanden, sindsdien doet hij het wat rustiger aan. Toen zijn hart het in de ambulance onderweg naar het ziekenhuis voor het eerst opgaf, beleefde hij dat niet als bedreigend, maar ‘als een mooi moment van totale rust en sereniteit’.
‘Ik zag het als een witte marshmallow, waarin je helemaal wegzakt’, vertelde hij in Vandaag Inside. Zijn humeur heeft niet geleden onder deze tegenslag, ook niet toen hij na de reanimatie wakker werd met gebroken ribben. ‘Ik ben een vrolijk mens, ik ben niet in diepe treurigheid weggezakt. Ik was nog net niet boos dat ik er weer uit werd getrokken’, zegt hij. Sindsdien is hij niet bang meer voor de dood.
De hamvraag
Hij is lyrisch over wat Beeld en Geluid aan moois te bieden heeft. Neem het radioarchief. ‘Dat is fenomenaal, er zitten hele mooie pareltjes in. Wist je dat het gezegde “wat is de hamvraag” voortkomt uit een radioprogramma van de NCRV?’ In de vijftiger jaren zond deze omroep de quiz Mastklimmen uit op de radio. Bij elk goed antwoord kwam de deelnemer iets hoger in de mast in de studio. Bovenin hing als hoofdprijs een gerookte ham. Wie het goede antwoord gaf op de laatste en belangrijkste vraag -de hamvraag- mocht de ham uit de mast pakken. Sindsdien wordt in discussies nog steeds de ‘hamvraag’ gesteld of juist vermeden, zij het in een andere betekenis dan de NCRV dit destijds bedoelde.
In Hilversum duurt het vaak lang om iets tot stand te brengen. Wat is in dit geval de kritische succesfactor?
‘De politiek heeft zich er sterk voor gemaakt, met name het laatste kabinet-Rutte. Ik heb goed kunnen uitleggen waarom het belangrijk is dat we dit doen. Er was al een voorbeeld. De Koninklijke Bibliotheek heeft via het programma Delpher alle kranten vanaf de zeventiende eeuw gedigitaliseerd. Je kunt letterlijk op tekst zoeken. Ik vroeg me af waarom dat niet ook voor ons audiovisuele geheugen zou kunnen. Dat gesprek ben ik met alle partijen aangegaan. Zeuren, zuigen, trekken om duidelijk te maken dat het belangrijk was. Van alles werd gezegd: dit gaat niet lukken, maar alles is gelukt.’
Mediacluster
Kortgeleden presenteerde Media Campus (een denktank van mediaprofessionals) het rapport Mediacluster 2040 met een visie op de mediaontwikkelingen tot 2040. Een lijvig werk met veel beleidstaal, maar weinig concrete ideeën. De houding die eruit spreekt lijkt haaks te staan op het begin van Big Tech. Bill Gates ontwikkelde Microsoft vanuit zijn garage, intuïtief, niet na het schrijven van deftige beleidsstukken. In Hilversum moet je om iets te bereiken door een bos van beleidsadviseurs, die vaak verbonden zijn met gevestigde belangen. ‘We moeten meer samenwerken’, zo luidde het advies, maar een echt scherp toekomstbeeld ontbreekt.
Er lijkt niet echt veel beweging in de mediastad. Hoe beoordeel je het klimaat in Hilversum?
‘Achter de schermen gebeurt meer dan je denkt. Er zijn samenwerkingsprojecten rond AI. Maar het klopt ook dat er vanaf de eerste dag dat de Hilversumse draadomroep de lucht in ging, strijd is geweest. Als iemand bijvoorbeeld roept dat we maar moeten stoppen met de publieke omroep, vraag ik me af waar dat dan op gebaseerd is. Ik ben helemaal niet zo negatief. Dat ben ik wel over dat gezeur eromheen, zeker de afgelopen periode. Iedereen hier is bereid om stappen te zetten. Kijk eens hoe ze dat in Brabant hebben gedaan met Brainport Eindhoven. Daar hebben ze gezorgd dat sterke bedrijven een aantrekkelijk vestigingsklimaat kregen. Het begon met Philips. Daar kwam ASML uit voort.
Media spugen nu de meeste data uit. Er liggen grote kansen om daar met AI iets mee te doen, maar dan moet je wel samenwerken, als één groot bedrijf. Daar heb je miljarden aan investeringen voor nodig. In Groningen wordt nu een AI-fabriek opgezet en daar zouden we vanuit Hilversum veel aan kunnen bijdragen, maar dan moeten we wel de handen ineenslaan en concrete projecten benoemen.
Omroepen staan veel meer open voor vernieuwing dan je denkt. Je kunt wel zeggen: laten we de boel opheffen voor iets beters, maar wat ligt er dan aan ideeën voor iets beters? Als je steeds hoort dat je er beter mee kunt stoppen, voel je je bedreigd en ga je vanzelf een muurtje bouwen of een greppeltje graven. Dat staat haaks op het klimaat dat we nodig hebben. Ik voel met Beeld en Geluid helemaal geen tegenwerking; ik zie dat steeds meer mensen zich comfortabel voelen bij de vraag waarom we de dingen niet meer samendoen.’
Prorail voor progammamakers
Opiniemaker Marianne Zwagerman van het platform Dwarsnieuws kwam met het idee om op mediagebied een soort ProRail op te richten. Laat die organisatie de rails aanleggen -in dit geval: technische infrastructuur, marketing, inkomsten- waarop onafhankelijke programmamakers onder bepaalde voorwaarden ‘hun ‘wagonnetjes kunnen laten rijden’, zo bepleit ze. De tweede kamer vroeg een paar jaar geleden al aan de publieke omroep die rol te vervullen, maar de NPO is daar nog steeds niet in geslaagd.
Hoe kijkt Eppo van Nispen naar dat soort ideeën? Zijn ze realistisch of is het hemelfietserij?
‘Ik ben helemaal niet tegen hemelfietserij. Zonder dromen gebeurt er helemaal niets. Kijk eens naar de Amerikanen. Die zijn zo goed in hun trots: be proud and tell it. Waauw, ze staan ervoor! Kort na de Tweede Wereldoorlog wilde Willem Drees de komst van televisie in Nederland tegenhouden, hoewel dat bedrijf de introductie van dat medium zag als een grote nieuwe stap in hun wereldwijde strijd om een toppositie. Toen zei Philips: als we tegengewerkt worden dan gaan we wel weg uit Nederland. Dat is de start geweest van Nederland 1 in 1951. Met ASML dreigde zich dat te herhalen. Wij zijn zo normatief.’

Heb je een idee waar nu in geïnvesteerd zou moeten worden?
‘We moeten in Hilversum bouwen aan een goed journalistiek ecosysteem. Er is zoveel quatsch in de berichtgeving en ook op YouTube zie je veel AI-filmpjes waarvan mensen geloven dat het waar is. Laten we ervoor zorgen dat wat hier vandaan komt, het dichtst bij de waarheid ligt. We moeten van het Mediapark een instituut maken waar op een slimme manier de nieuwste techniek wordt gebruikt. Zorg ervoor dat de som der delen voor de samenleving van enorme toegevoegde waarde is, zowel economisch als maatschappelijk. Bij een goed journalistiek ecosysteem hoort dat het een prettige werkplek is, waar creativiteit de ruimte krijgt. En laten we ons ook bezighouden met de vraag hoe mensen die niet digitaal geletterd zijn -en dat zijn er veel- mee kunnen in dat systeem.’
Zie je de openstelling van het archief op 26 mei als je magnum opus?
‘Ik ben nog lang niet klaar.’
TON VERLIND

1 Trackback / Pingback
Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.