
Uit het nieuwe Digital News Report van zoweel Reuters Institute als het Commissariaat voor de Media blijkt dat de nieuwsinteresse in Nederland verder onder druk staat. Waar in 2018 nog 61 procent van de Nederlanders aangaf veel interesse in nieuws te hebben, is dat in 2026 gedaald naar 45 procent. Vooral onder jongeren is die daling zichtbaar. Tegelijkertijd gebruiken jongeren steeds vaker sociale media, AI-chatbots en nieuwsinfluencers om met nieuws in aanraking te komen. Een deelrapport van de Monitor Jongeren en Nieuws van Hogeschool Windesheim maakt duidelijk dat dit niet simpelweg betekent dat jongeren geen nieuws meer willen. Het probleem zit veel dieper: jongeren willen ander nieuws. Niet minder journalistiek, maar journalistiek die beter aansluit bij hun beleving, hun informatiegedrag en hun behoefte aan perspectief.
Het rapport, geschreven door Rolien Duiven en Liesbeth Hermans van het lectoraat Waarde(n)volle Journalistiek, onderzoekt de nieuwsvoorkeuren van jongeren tussen 15 en 24 jaar over de periode 2014-2024. De uitkomst is opvallend helder: jongeren hebben een groeiende behoefte aan constructieve journalistiek. Zij willen niet alleen horen wat er misgaat, maar ook begrijpen wat mogelijke oplossingen zijn, welke perspectieven er bestaan en waarom een onderwerp relevant is voor hun eigen leven.
Volgens de onderzoekers vindt 56 procent van de jongeren dat nieuws vaker positieve ontwikkelingen zou moeten belichten. In 2014 was dat nog 35 procent. Ook vindt 54 procent dat nieuws meer uiteenlopende gezichtspunten zou moeten bevatten, tegenover 44 procent tien jaar eerder. Bijna de helft van de jongeren wil dat nieuws meer bijdraagt aan de oplossing van maatschappelijke problemen.
Dat sluit aan bij een bredere trend die ook Reuters en het Commissariaat signaleren. Mensen krijgen nieuws steeds vaker via platforms waar zij niet actief naar nieuws zoeken, maar waar nieuws hen via algoritmes, video’s, fragmenten en gedeelde posts bereikt. Daardoor verandert de relatie met journalistiek. Nieuws is niet langer iets waar je bewust voor gaat zitten, maar iets dat de hele dag door je tijdlijn binnenkomt.
Precies daar ontstaat de spanning. Jongeren zien veel nieuws, maar vertrouwen het niet automatisch. Uit het Windesheim-rapport blijkt dat 63 procent van de jongeren vindt dat nieuws niet altijd betrouwbaar is. In 2019 was dat nog 43 procent. Tegelijkertijd vindt ongeveer driekwart van de jongeren dat nieuws altijd gratis zou moeten zijn. Dat maakt het verdienmodel voor journalistiek ingewikkelder, zeker als dezelfde doelgroep journalistieke kwaliteit verwacht, maar nauwelijks bereid lijkt om daarvoor te betalen.
Ook nieuwsmijding neemt toe. In 2019 gaf 16 procent van de jongeren aan het nieuws regelmatig bewust te mijden. In 2024 is dat gestegen naar 25 procent. Twintigers mijden nieuws vaker dan tieners. De belangrijkste reden is niet dat zij nieuws onbelangrijk vinden, maar dat nieuws te negatief is. Bij twintigers noemt 46 procent negativiteit als reden om nieuws te mijden. Ook het gevoel van onmacht speelt een belangrijke rol.
Daarmee geeft het rapport een belangrijke nuancering op het vaak gehoorde idee dat jongeren simpelweg afhaken bij journalistiek. Jongeren haken vooral af bij een vorm van nieuws die hen overspoelt met problemen, conflicten en herhaling, zonder voldoende context, handelingsperspectief of variatie. Voor tieners speelt daarnaast tijdgebrek een grote rol. Zij noemen ook vaker dat nieuws niet relevant genoeg is voor hun eigen leven.
De publicaties van Reuters en het Commissariaat voor de Media laten zien dat sociale media inmiddels een structurele rol spelen in het nieuwsgebruik van jongeren. Volgens berichtgeving over het Digital News Report 2026 is sociale media voor 33 procent van de 18- tot 34-jarigen de belangrijkste nieuwsbron, tegenover 20 procent in 2018. Ook volgt ongeveer de helft van de 18- tot 24-jarigen nieuwsinfluencers. Dat kunnen makers zijn die nieuws duiden, maar ook accounts die nieuws van andere media doorplaatsen. Daar zit een paradox. Sociale media worden steeds belangrijker voor nieuws, maar het vertrouwen in nieuws op sociale media blijft laag. Volgens het Commissariaat maakt 51 procent van de Nederlanders zich zorgen over nieuws op sociale platforms en vertrouwt slechts 12 procent nieuws op sociale media. Toch blijven deze platforms groeien als toegangspoort tot nieuws. Niet omdat jongeren daar per se meer vertrouwen in hebben, maar omdat daar hun aandacht zit. Voor traditionele nieuwsmedia is dat een stevige waarschuwing. De concurrentie komt niet alleen van andere nieuwsmerken, maar van een compleet ander informatie-ecosysteem. Jongeren vergelijken een nieuwsartikel niet alleen met een NOS-video of een nieuwsapp, maar ook met TikTok, Instagram, YouTube, Cestmocro, podcasts, influencers en AI-antwoorden. De journalistieke lat blijft hoog, maar de vorm, toon en distributie moeten mee veranderen.
Het Windesheim-rapport laat bovendien zien dat jongeren niet uniek zijn in hun behoefte aan constructiever nieuws. Ook oudere leeftijdsgroepen geven aan behoefte te hebben aan nieuws dat meer positieve ontwikkelingen belicht, meer perspectieven bevat en minder eenzijdig gericht is op wat er misgaat. Jongeren zijn dus niet de uitzondering, maar eerder de voorhoede van een bredere publieksbehoefte.
De les voor nieuwsorganisaties is duidelijk. Wie jongeren wil bereiken, moet niet alleen op TikTok of Instagram aanwezig zijn. Het gaat niet alleen om distributie, maar vooral om journalistieke vorm en inhoud. Meer uitleg, meer context, meer variatie, meer perspectieven en vaker de vraag: wat betekent dit concreet voor het leven van de gebruiker?
Dat betekent niet dat journalistiek positiever, oppervlakkiger of minder kritisch moet worden. Constructieve journalistiek is geen feelgoodjournalistiek. Het is journalistiek die problemen blijft benoemen, maar daar niet stopt. Juist in een tijd van desinformatie en platformmacht kan professionele journalistiek zich onderscheiden door betrouwbaarheid te combineren met relevantie en perspectief. De dalende nieuwsinteresse is daarom niet alleen een probleem van jongeren, maar een signaal aan de hele mediasector.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
