
Wie naar de Verenigde Staten kijkt om de toekomst van de journalistiek te zien, doet er goed aan niet alleen naar de grote nationale titels te kijken. Juist de lokale media blijken vaak een interessante graadmeter. Ze opereren met beperkte middelen, staan dicht op hun gemeenschap en moeten voortdurend keuzes maken over waar tijd en geld naartoe gaan. Dat maakt hun omgang met kunstmatige intelligentie misschien wel relevanter dan die van de grote nieuwsorganisaties.
Twee recente Amerikaanse publicaties geven een inkijkje in die ontwikkeling. Samen schetsen ze een beeld dat minder eenduidig is dan je op basis van de dagelijkse AI-hype zou verwachten.
Het eerste onderzoek, de jaarlijkse INN Index van het Institute for Nonprofit News, laat zien dat AI in korte tijd gemeengoed is geworden. Inmiddels gebruikt 81 procent van de Amerikaanse nonprofit nieuwsorganisaties AI. Dat is een forse stijging ten opzichte van 63 procent in 2024 en slechts 34 procent in 2023. Opvallend genoeg wordt AI vooral ingezet voor redactionele ondersteuning en bedrijfsvoering, en veel minder voor het schrijven of redigeren van journalistieke verhalen.
Dat beeld is interessant. De discussie over AI gaat vaak over de vraag of robots journalisten gaan vervangen. In de praktijk blijken redacties AI vooral te gebruiken als hulpmiddel om efficiënter te werken. Dat klinkt herkenbaar. Ook in Nederland gaat het gesprek regelmatig over transcripties, samenvattingen, onderzoeksondersteuning en administratieve taken.Maar daarmee is slechts de helft van het verhaal verteld.
Yoni Greenbaum van NewsGrade bekeek ongeveer vierhonderd lokale nonprofit nieuwswebsites vanuit een heel ander perspectief. Niet de vraag óf redacties AI gebruiken stond centraal, maar of hun websites klaar zijn voor een wereld waarin AI-systemen informatie zoeken, begrijpen en doorgeven aan gebruikers. Zijn conclusie is opmerkelijk. De gemiddelde AI-readiness bedraagt slechts 3,3 op een schaal van tien en geen enkele onderzochte website behaalde een zeven. Veel organisaties beschikken niet over een AI-beleid, missen technische voorzieningen zoals een llms.txt-bestand of hebben hun website onvoldoende ingericht voor AI-crawlers. Daarmee ontstaat een paradox.
De sector gebruikt AI steeds vaker binnen de eigen organisatie, maar heeft zich nog nauwelijks voorbereid op een internet waarin AI een steeds belangrijkere toegangspoort wordt tot journalistieke informatie. Greenbaum noemt het treffend: de sector heeft het probleem van gisteren opgelost, maar niet dat van morgen. Jarenlang is geïnvesteerd in mobiele websites en gebruiksvriendelijkheid. Nu verschuift de uitdaging naar zichtbaarheid en vindbaarheid voor AI-systemen. Dat roept onvermijdelijk een vraag op voor Nederland.
Niet of onze lokale media meer of minder AI gebruiken dan hun Amerikaanse collega’s. Daarvoor ontbreekt nog eenvoudigweg vergelijkbaar onderzoek. De vraag is eerder of wij überhaupt weten waar onze sector staat.
Hoeveel lokale nieuwsorganisaties gebruiken AI inmiddels dagelijks? Waarvoor precies? Zijn redacties bezig met de technische kant van AI-vindbaarheid? Hebben zij beleid ontwikkeld over transparantie, bronvermelding en het gebruik van AI binnen de eigen organisatie? Of denken wij, net als veel Amerikaanse collega’s, dat AI vooral een intern hulpmiddel is terwijl de buitenwereld inmiddels fundamenteel verandert?
Juist dat maakt de Amerikaanse onderzoeken interessant. Ze bewijzen niet dat de Verenigde Staten voorlopen en vormen al helemaal geen blauwdruk voor Nederland. Ze laten vooral zien hoe een sector zichzelf een spiegel voorhoudt. Niet door te discussiëren over AI, maar door systematisch in kaart te brengen waar zij staat en welke vragen eerst beantwoord moeten worden voordat beleid kan worden gemaakt.
Voor Nederland is dat misschien wel de belangrijkste les. Niet de vraag of wij meer of minder AI gebruiken dan onze Amerikaanse collega’s, maar of wij eigenlijk weten hoe AI onze journalistiek verandert. Een eerste verkenning daarvan verscheen in een benchmarkvan Bert Kok, die liet zien dat Omroep Brabant verrassend hoog scoort op AI-gereedheid. Niet omdat de omroep zich overgeeft aan AI, maar omdat zij zich voorbereidt op een informatieomgeving waarin distributie steeds minder door de uitgever zelf wordt bepaald.
Misschien is dat uiteindelijk de vraag die ook de Nederlandse lokale journalistiek zichzelf zou moeten stellen. Niet of AI een bedreiging of een kans is, maar of we voldoende zicht hebben op de wereld die eraan komt. Want wie niet weet waar hij staat, weet ook niet welke richting hij op moet.
Nu het gebruik van AI binnen de media snel toeneemt, gaat de discussie allang niet meer alleen over welke toepassingen we inzetten of hoe we die gebruiken. De wezenlijke vraag is hoe we ervoor zorgen dat we weten wat we doen, welke afhankelijkheden we creëren en hoe we daar effectief toezicht op houden. Over die uitdaging gaat het tweede deel van deze column, dat komende woensdag verschijnt.
