
Martine Bakx schreef als autodidact een bijzonder interessant boek over het fotorecht in het digitale tijdperk. 250 Pagina’s telt het. Dat zegt iets over de juridische rijkdom van het onderwerp, maar misschien nog meer over de wereld waarin fotografie inmiddels terecht is gekomen. Een wereld waarin een afbeelding met één muisklik overal kan opduiken, terwijl de regels die bepalen wie daarvan mag profiteren en tegen welke voorwaarden steeds ingewikkelder zijn geworden.
Dat die regels nodig zijn, staat voor mij buiten kijf. Fotografie is een vak. Goede nieuwsfotografen leggen gebeurtenissen vast die zonder hen nooit zichtbaar zouden zijn geweest. Hun werk heeft journalistieke, historische en maatschappelijke waarde. Dat verdient bescherming én een eerlijke vergoeding. Ook begrijp ik waarom rechthebbenden actief zoeken naar ongeoorloofd gebruik. In mijn periode als CEO van het ANP is die aanpak mede ontwikkeld. Zonder handhaving verliest auteursrecht immers snel zijn betekenis.
Toch is er de laatste jaren een ongemakkelijke spanning ontstaan. Niet zozeer over het principe dat fotografen betaald moeten worden, maar over de manier waarop dat gebeurt. Claims kunnen hoog oplopen, ook wanneer foto’s zijn gebruikt op amateurwebsites zonder commercieel verdienmodel of wanneer diegene die de foto gebruikte geen idee had wie de rechthebbende was. Martine Bakx laat op haar blog regelmatig voorbeelden zien die aantonen hoe ingewikkeld de praktijk inmiddels is geworden. En hoe naar. De vraag is allang niet meer alleen wat juridisch mag. Ook proportionaliteit speelt steeds vaker een rol wanneer grote bedragen worden geëist voor inbreuk. Of wanneer de rechten toch niet bij de eiser blijken te behoren. En precies op dit moment dient zich een ontwikkeling aan die het speelveld fundamenteel verandert.
Steeds meer mensen genereren hun beelden met kunstmatige intelligentie. Ik doe dat zelf ook. De kosten zijn verwaarloosbaar, de kwaliteit neemt met iedere nieuwe generatie modellen toe en de gebruiksmogelijkheden zijn vrijwel onbeperkt. Nog belangrijker: de beelden die AI maakt worden steeds moeilijker te onderscheiden van ‘echte’ fotografie. Niet over tien jaar, maar nu al.
Tijdens het schrijven van mijn novelle *De polder die er niet was* liep ik daar zelf tegenaan. Voor de omslag had ik kunnen zoeken in een beeldbank naar een geschikte polderfoto. Dat zou waarschijnlijk zijn gelukt. Maar het verhaal bevat ook een scène waarin medewerkers van het fictieve bedrijf DryFuture Nederland een boei in het water plaatsen. Zo’n foto bestaat vanzelfsprekend niet. Het bedrijf bestaat niet, de gebeurtenis heeft nooit plaatsgevonden. AI maakte binnen een minuut precies het beeld dat ik nodig had en dat bij deze column staat. Misschien valt er technisch nog iets op aan te merken, maar functioneel past het uitstekend bij de verhaallijn van mijn novelle. Ook voor andere illustraties blijkt AI simpelweg de meest logische oplossing. Juist daarin schuilt iets fundamenteels.
Veel discussies over AI richten zich op de vraag of kunstmatige intelligentie bestaande fotografen vervangt. Dat is een begrijpelijke zorg, maar misschien niet de belangrijkste. AI maakt namelijk ook beelden mogelijk die nooit gefotografeerd hadden kunnen worden. Niet omdat fotografen tekortschieten, maar omdat de werkelijkheid waarop die beelden betrekking hebben eenvoudigweg niet bestaat, zoals in het voorbeeld hiervoor. Voor fictie is dat relatief overzichtelijk. Niemand verwacht dat een satirisch verhaal documentaire fotografie bevat. Maar de grens zal snel opschuiven. Ook bij non-fictie zullen AI-beelden steeds vaker worden gebruikt, precies zoals stockfoto’s nu al. Niet als bewijs van een gebeurtenis, maar als illustratie van een onderwerp. Dat gebeurt vandaag al op steeds meer plaatsen, vaak zonder dat de gemiddelde lezer zich daar nog over verbaast of het zelfs maar herkent als AI of stock fotografie. Voor (nieuws)fotografen maakt dat de toekomst niet eenvoudiger.
De reflex kan zijn om de handhaving verder op te voeren en nog intensiever te zoeken naar ongeautoriseerd gebruik om zo geld binnen te halen. Dat is juridisch een verdedigbare strategie. De vraag is alleen of het economisch nog de juiste is. Iedere hogere claim maakt het AI-alternatief aantrekkelijker. Gratis stockfoto’s zijn één mogelijkheid. AI is een veel krachtiger alternatief. Wie binnen enkele seconden een passend beeld kan genereren, zal steeds minder geneigd zijn eerst door beeldbanken te bladeren en vervolgens licenties aan te schaffen waarvan de voorwaarden nauwelijks nog zijn uit te leggen en de kosten hoog.
Misschien ligt de uitdaging daarom niet uitsluitend bij strengere handhaving, maar juist bij aantrekkelijker licenseren. Eenvoudig. Transparant. Betaalbaar. Net zoals biologisch eten; het is duurder maar ook beter voor je en lekkerder. Niet zodat daarmee ieder misbruik verdwijnt, maar omdat het legitieme gebruik weer een vanzelfsprekende keuze wordt. Dat lijkt uiteindelijk ook in het belang van fotografen zelf.
Misschien is dat wel de meest interessante vraag die Martine Bakx’ boek oproept. Niet hoe we het fotorecht beter kunnen verdedigen, maar hoe we ervoor zorgen dat het relevant blijft in een wereld waarin een groeiend deel van de beelden nooit meer door een camera wordt gemaakt.
