
De vraag of journalistiek moet kunnen worden gecorrigeerd staat niet ter discussie. De vraag verschuift naar de manier waarop dat gebeurt en wie daarin de rol van arbiter op zich neemt. De aankondiging van Objection.ai, financieel gesteund door de Amerikaanse techmiljardair Peter Thiel, past in die ontwikkeling. Het model combineert private onderzoekers met een AI-systeem om journalistieke publicaties te beoordelen, buiten de bestaande juridische en institutionele kaders om.
De gedachte erachter is op het eerste gezicht begrijpelijk. Correctie van journalistiek kent in de praktijk frictie. Procedures bij de Raad voor de Journalistiek kosten tijd, rechtszaken zijn kostbaar en ombudsmannen opereren binnen beperkte mandaten. Tegelijk bewegen nieuws en reputaties zich in een digitaal tempo dat deze structuren moeilijk kunnen bijhouden. In die spanning ontstaat ruimte voor systemen die snelheid en schaal combineren en daarmee een alternatief lijken te bieden voor een als traag ervaren correctiemechanisme.
Objection.ai brengt, in eigen woorden, de huidige stand van de journalistiek en het internet samen: “Today, because of the velocity of information, the primary system through which society encounters truth is journalism. Before courts rule, before regulators act, before markets move, stories are published. Narratives form. Reputations are made or destroyed. Reality is framed — often irreversibly. And yet journalism today is not truth-adjudicated. It moves at the speed of the internet, without a shared process for testing claims.”
Binnen dit model is er geen onafhankelijke rechter, maar een transparant proces waarin hoor en wederhoor publiek toetsbaar zijn. Onderzoek, beoordeling en conclusie worden samengebracht in één private structuur, waarin het oordeel van het systeem een afsluitend karakter krijgt.
Dat is geen technische nuance, maar een verschuiving in hoe beoordeling wordt georganiseerd. Journalistiek functioneerde lange tijd binnen een evenwicht van interne normen en externe, wettelijke correctie. Redacties droegen verantwoordelijkheid voor hun eigen werk, terwijl externe partijen, variërend van de Raad voor de Journalistiek tot de rechter, konden ingrijpen wanneer grenzen werden overschreden. Dat evenwicht was niet frictieloos, maar wel herkenbaar en in beginsel controleerbaar. Een systeem als dat van Objection.ai voegt daar volgens het bedrijf een ‘neutrale’ laag aan toe. Het effect daarvan zit niet in juridische afdwingbaarheid, maar in reputatie. Een oordeel dat wordt gepresenteerd als analytisch en technologisch onderbouwd kan voldoende zijn om druk te creëren, nog voordat een formele procedure heeft plaatsgevonden.
De betrokkenheid van Peter Thiel onderstreept dat dit geen abstract experiment is. Zijn eerdere rol in de financiering van de rechtszaak rond Hulk Hogan tegen Gawker liet zien hoe een individuele zaak kan uitgroeien tot structurele impact op het medialandschap. Wat toen via de rechter verliep en leidde tot het faillissement van Gawker, krijgt nu een vorm die die stap mogelijk omzeilt.
Voor Nederland lijkt dit op afstand te staan, maar de onderliggende beweging is herkenbaar. Het vertrouwen in journalistiek staat onder druk, de roep om verantwoording neemt toe en technologie wordt steeds vaker gezien als instrument om die verantwoording te organiseren. Daarmee verschuift de discussie van de vraag wie controle uitoefent naar de vraag via welk systeem dat gebeurt en onder welke voorwaarden.
Dat niet alle Nederlandse journalistiek hierop zit te wachten, blijkt uit de felle reactie van techredacteur Laurens Verhagen van de Volkskrant: “De financiële middelen van Thiel zijn vrijwel onbeperkt. In combinatie met het blinde geloof in AI en het toch al vijandige klimaat in de VS voor onafhankelijke media maakt dit Objection.ai tot een bedrijf dat ondermijnend is voor de democratie.” Het oordeel is stevig. De ruimte om te onderzoeken of er ook elementen zijn die relevant kunnen zijn, blijft beperkt.
In een context waarin media nog relatief stevig functioneren ontstaat de neiging om dit als een externe ontwikkeling te beschouwen. Dat is een comfortabele positie, maar geen vanzelfsprekende. De problemen tussen media en degenen die zich door de media onrechtvaardig behandeld voelen kennen nu lange en vaak kostbare trajecten. Dat daar met technologie en een andere aanpak verbetering in kan worden gebracht, zou op zijn minst met belangstelling kunnen worden bezien. Wie stelt dat journalistiek de primaire toegang tot waarheid vormt, kan zich moeilijk veroorloven instrumenten die die claim toetsen bij voorbaat terzijde te schuiven. Dat is op zijn minst opmerkelijk.
Objection ambieert een bredere rol in geschilbeslechting. Het is niet ondenkbaar dat een dergelijk model in zaken als die rond Arnold Karskens de belastingbetaler en betrokkenen tijd en kosten had kunnen besparen.
PS: Een interessante documentaire van het Nederlandse Submarine over de rechtszaak van Hulk Hogan die Peter Thiel financierde en die de basis vormt voor het ontstaan van Objection.ai kun jue bekijken op Netflix.

Geef als eerste een reactie