
De zaak rond Arnold Karskens oogt op het eerste gezicht als een klassiek arbeidsconflict. De bestuurder en oprichter van Ongehoord Nederland wordt na interne spanningen ontslagen, procedeert en krijgt uiteindelijk deels gelijk. Het gerechtshof laat het ontslag in stand, maar kent wel een schadevergoeding toe van €100.000, mede omdat de onderzoeken waarop het ontslag was gebaseerd “uiterst onzorgvuldig” tot stand kwamen.
Wie iets langer kijkt, ziet echter een patroon dat in het publieke domein inmiddels vertrouwd is geraakt. Niet zozeer de uitkomst van de zaak is opmerkelijk, maar de weg ernaartoe. Een interne brandbrief, gevolgd door onderzoeken die later als gebrekkig worden beoordeeld, een eerste rechterlijk oordeel dat in hoger beroep wordt bijgesteld, en uiteindelijk een financiële compensatie die ergens tussen gelijk en ongelijk in blijft hangen. Het hof formuleert dat terughoudend maar helder wanneer het stelt dat het onderzoek “niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen van zorgvuldigheid en evenwichtigheid”.
Juist die opeenvolging van stappen roept de vraag op waar het systeem nog corrigeert en waar het zichzelf begint te reproduceren. In theorie biedt de rechtsgang een zorgvuldig mechanisme van hoor en wederhoor, toetsing en heroverweging. In de praktijk ontstaat een traject waarin fouten uit eerdere fases pas laat zichtbaar worden, terwijl de juridische, organisatorische en bestuurlijke kosten zich al hebben opgestapeld. In dat licht is het veelzeggend dat het hof expliciet opmerkt dat “de gevolgen van de gevolgde handelwijze voor rekening van de werkgever dienen te komen”.
In dit geval gaat het bovendien niet om een willekeurige private organisatie, maar om een publieke omroep. Daarmee verschuift de rekening naar de belastingbetaler. Niet alleen via de uiteindelijke schadevergoeding, maar ook via de kosten van onderzoek, juridische procedures en bestuurlijke tijd. De constatering van het hof dat het onderzoek ondeugdelijk was, krijgt zo een bredere betekenis. Het betreft niet alleen een juridische tekortkoming, maar ook een bestuurlijke.
Opvallend is dat het systeem hier niet zozeer faalt in de uitkomst, maar in de efficiëntie. Het corrigeert uiteindelijk wel, maar pas nadat meerdere lagen van besluitvorming zijn doorlopen. De vraag is dan niet of de rechter nodig is, maar waarom eerdere stappen onvoldoende kwaliteit leveren om escalatie te voorkomen. Het hof blijft daarbij consistent wanneer het aangeeft dat “het ontslag op zichzelf in stand kan blijven, maar dat de wijze waarop daartoe is gekomen aanleiding geeft tot toekenning van een billijke vergoeding”.
Daarmee raakt deze zaak aan een ongemakkelijke observatie. In een stelsel dat steeds complexer wordt, lijkt de rechtsgang minder een sluitstuk en meer een noodzakelijk correctiemechanisme voor gebrekkige interne governance. Dat is op zichzelf begrijpelijk, maar maakt de rechterlijke macht ook tot een structureel onderdeel van bestuurlijke processen, in plaats van een ultimum remedium.
De prijs daarvan is zichtbaar, maar zelden expliciet gemaakt. Niet alleen in euro’s, maar ook in tijd, reputatie en institutionele geloofwaardigheid. Wie het geheel overziet, ziet een systeem dat uiteindelijk tot een redelijke uitkomst komt, maar onderweg aanzienlijk meer verbruikt dan strikt noodzakelijk lijkt.
En juist daar ligt de kern van de ongemakkelijke vraag die deze zaak oproept. Niet of Karskens gelijk heeft gekregen, maar hoeveel het heeft gekost om dat gelijk vast te stellen, en of een beter functionerend governance systeem dat traject niet aanzienlijk korter en goedkoper had kunnen maken? In een publieke omgeving zou die vraag eigenlijk geen vraag meer mogen zijn.Helaas blijkt de werkelijkheid steeds anders.

Karskens werd ontslagen en kreeg geen vergoeding meer. Dan is een ton, afgezet tegen zijn jaarsalaris, niet zo opmerkelijk. Er zijn omroepbestuurders die bij vertrek aanzienlijk meer meekregen. Ook kreeg Yvonne Coldeweijer naar verluidt circa negen ton voor een Net5-programma dat nooit is uitgezonden.
Voor iemand die zelf een omroepvereniging heeft opgericht en daar vervolgens zonder transitievergoeding wordt uitgezet, is €100.000 eerder bescheiden dan buitensporig.
De belastingbetaler betaalde ook de rekening van Frau Blommensteins haar gerechtskosten. ON is meer geld kwijt aan dit soort gedoe dan aan programma,s. En tuurlijk ligt het aan ons rechtssysteem dat ON moet betalen. Klassiek.
NRC nog gelezen Guido?
Telegraaf…..Israel?
Over die 100.000 euro mag je zo’n 50% belasting betalen.
Netto is het dus de helft.