
Aan de rand van Groningen wordt dagelijks nieuws gemaakt. Streekomroep OOG wil af van het klassieke model van zenden en bewegen naar een rol waarin de omroep een platform wordt voor de stad zelf. Een plek waar verhalen niet alleen worden gebracht, maar ook worden opgehaald. Een gesprek met Arend Jan Wonink (Directeur OOG TV Groningen).
Wat zegt die ambitie over hoe je naar de rol van een omroep kijkt?
‘Wij zijn niet meer alleen een zender. Vroeger was het heel simpel: je maakte nieuws en dat zond je uit, maar dat verandert. We worden steeds meer een platform. Dat betekent dat je niet alleen zelf bepaalt wat nieuws is, maar dat je ook ruimte maakt voor wat er leeft in de samenleving. Dat inwoners een stem krijgen, dat je verhalen ophaalt in plaats van alleen verspreidt. Dat doen we nu al met het OOG Panel, een groep van inmiddels meer dan 2000 inwoners die we maandelijks bevragen over een actuele kwestie. Die beweging zie je overal in de journalistiek, maar voor een lokale of streek omroep is dat misschien nog wel belangrijker omdat je zo dicht op die samenleving zit.’
Waarom is jullie positie bijzonder?
‘Groningen wordt wel de jongste stad van Europa genoemd, de helft van de inwoners is jonger dan 34 jaar, vooral door de studenten. Als je die groep niet bereikt, dan mis je bijna de helft van je bevolking. Dus moet je kijken: waar zitten jongeren, hoe consumeren zij nieuws? Nou, dat is niet via traditionele televisie; negentig procent van de jongeren haalt zijn nieuws van social media en dan kun je wel blijven denken vanuit je oude formats, maar dan ga je die doelgroep niet bereiken. Dus wij investeren heel bewust in social media, in formats die daar werken.’
Hoe vertaalt zich dat concreet in jullie journalistiek?
‘Wij ontwikkelen echt specifieke formats voor platforms als TikTok en Instagram. Dat zijn geen ingekorte versies van tv-items, maar echt eigen producties. Bijvoorbeeld explainers: korte video’s waarin we complexe onderwerpen terugbrengen tot iets begrijpbaars. Neem de gemeenteraad. Veel mensen weten eigenlijk niet wat die doet. Dan maken wij een korte video waarin we dat uitleggen, visueel, helder, toegankelijk en je ziet dat dat werkt. Dat mensen dat kijken, delen, erop reageren. Maar de basis blijft altijd journalistiek. Het moet nieuws zijn, het moet ergens over gaan.’
Is jullie manier van werken veranderd de laatste jaren?
‘Vooral in hoe we georganiseerd zijn, hebben we een professionaliseringsslag gemaakt. We willen steeds meer als één geïntegreerde redactie werken en niet meer in losse kolommen als radio, televisie en online. We brengen nu zeven dagen per week nieuws. Ook in het weekend is er iemand die het nieuws volgt en maakt. Doordeweeks halen we meerdere video-items per dag op en die worden ’s avonds uitgezonden en overdag online gepubliceerd. Dat vraagt structuur, discipline, maar ook voldoende mensen en middelen.’
En daar zit meteen ook een kwetsbaarheid, toch?
‘Ja, absoluut. Onze financiering is een kwetsbaar punt. Als de gemeente zou wegvallen en we alleen de rijksbekostiging overhouden, dan hebben we echt een probleem. Dan gaan we misschien naar een derde van ons huidige budget of nog minder. Dat betekent dat je keuzes moet maken die je eigenlijk niet wil maken. Dus die gemeentelijke financiering kan eigenlijk niet stoppen en tegelijkertijd moet je ook laten zien wat je waard bent. Je moet verantwoording afleggen, laten zien wat je doet, wat je impact is.’
Hoe overtuig je een gemeente daarvan?
‘Door zichtbaar te zijn en je werk goed te doen. Wij zijn overal waar iets gebeurt. Bij raadsvergaderingen, bij persmomenten, in wijken en dorpen. Als er een nieuwe burgemeester komt, staan wij daar met een camera. Dat helpt. Dan zien mensen: OOG is er. En daarnaast laten we via jaarverslagen en projecten zien wat we doen. Dat we investeren in jongeren, in social media, in bereik. Dat we echt een rol spelen in de stad.’
Hoe zou je die rol omschrijven?
‘Wij zijn een waakhond van de macht, maar wel vanuit een positief-kritische grondhouding. Dat betekent dat je niet alles afbrandt, maar wel kritisch kijkt. Dat je hoor en wederhoor toepast en onafhankelijk bent. Als je dat goed doet, word je een betrouwbaar geluid in de stad. Mensen weten: daar kan ik terecht voor informatie die klopt.’
Tegelijkertijd hebben jij en je collega’s bij andere streekomroepen het vaak over verbinden. Hoe verhoudt zich dat tot kritisch zijn?
‘Dat gaat juist heel goed samen. Lokale journalistiek heeft een unieke rol in het verbinden van mensen. Er zijn studies die laten zien dat het mensen activeert om zich in te zetten voor hun omgeving. Als je weet wat er speelt in je wijk, ga je je er ook meer bij betrokken voelen en als je verhalen goed vertelt, ontstaat er ook meer begrip. Zeker in een tijd waarin social media vaak alleen de extremen laten zien, kun je als lokale omroep juist nuance brengen.’
Hoe zorgen jullie dat jullie niet alleen de stad bedienen, maar ook de dorpen?
‘Dat is een belangrijk punt. De gemeente Groningen is groter geworden en omvat nu ook veel dorpen en kleine kernen. Die willen we nadrukkelijk meenemen. Dus als er beleid is, kijken we niet alleen naar de stad, maar ook naar de impact in dorpen zoals Ten Boer of Haren. Dat vraagt dat je bewust keuzes maakt: waar ga je naartoe, welke verhalen vertel je?’
Daar ligt ook een ambitie richting de toekomst, toch?
‘Ja, we willen echt meer de wijken in. Bijvoorbeeld door podcasts te maken vanuit verschillende wijken. Gewoon daar zitten, in gesprek met bewoners, met wijkverenigingen. Wat speelt hier? Daarnaast willen we verslaggevers koppelen aan specifieke gebieden zodat mensen weten: dat is mijn journalist. En op termijn willen we werken met vrijwilligers en bewoners die we opleiden om verhalen uit hun wijk te halen. Dat vraagt wel begeleiding en structuur, maar het kan je impact enorm vergroten.’

Wie maken die journalistiek nu?
‘We hebben zestien mensen in dienst, waarvan elf redacteuren en verslaggevers. Daarnaast werken we veel met stagiaires. Een aantal van onze journalisten heeft een master journalistiek, maar kiest bewust voor OOG om hun talent te ontwikkelen We zijn echt een plek waar talent zich ontwikkelt. Mensen beginnen hier, leren het vak in de breedte – schrijven, filmen, editen – en gaan na een paar jaar door naar grotere media. Dat is vaak jammer, maar het betekent vooral dat we regionaal een belangrijke rol spelen in het opleiden van journalisten.’
Hoe kijk je naar andere media in Groningen?
‘Het is een rijk medialandschap. Je hebt een sterke regionale krant, een provinciale omroep, online spelers. Wij publiceren dagelijks tussen de 15 en 25 nieuwsberichten alleen al over de gemeente Groningen. Daar zitten veel onderwerpen bij die andere media niet oppakken dus we vullen echt een gat. Tegelijkertijd zie ik het niet alleen als concurrentie want we werken ook samen, bijvoorbeeld in projecten met regionale omroepen. Het is zonde om met publiek geld hetzelfde werk dubbel te doen.’
Waar staat OOG over vijf jaar als het aan jou ligt?
‘Dan zijn we nog zichtbaarder in de stad, zitten we misschien in de binnenstad, zijn we sterker in de wijken, beter in politieke verslaggeving en nog relevanter voor jongeren. Maar we zijn er nu nog niet. We zijn continu in ontwikkeling. Het vraagt tijd, mensen en middelen.’
Waarom is investeren in lokale journalistiek volgens jou zo belangrijk?
‘Omdat de maatschappelijke opbrengst enorm is. Mensen zijn beter geïnformeerd, begrijpen beter wat er in de politiek gebeurt en voelen zich meer betrokken bij hun omgeving. Dat is de basis van een gezonde samenleving dus investeren in je streekomroep is investeren in je samenleving.’
