
Bart Nijman uit Roosendaal studeerde aan de journalistenopleiding van Fontys in Tilburg toen zich op 11 september 2001 twee vliegtuigen in de Twin Towers in New York boorden. „Je verwacht dat op zo’n journalistieke opleiding iedereen met die gebeurtenis bezig is; de wereld was immers zojuist een stukje van koers veranderd”, zegt hij. Maar bij Fontys was het tot zijn ontsteltenis de dag daarna goeddeels business as usual. Voor meer dan de helft van de studenten ging het gewone leven door. Het was zo’n afknapper dat hij meteen de lol in die opleiding verloor. „Ik was er wel klaar mee.” Hij stapte op, ging als taxichauffeur verder en ging later Engels studeren.
In 2011begon Nijman bij de activistische website GeenStijl, waarvoor hij schreef onder het pseudoniem Van Rossem. In 2018 werd hij mede-eigenaar. „Het was zo rustgevend om mijn laptop open te vouwen en dan in die chaos, de ruis en het geweld van internet te zitten. Daar werd ik heel kalm van. Ik ben goed bestand tegen de haat, de afgunst en dat soort agressie. Het is toch vaak zo dat mensen hun eigen frustratie op jou botvieren, zoals ik dat natuurlijk zelf ook wel eens doe.”
Literair asiel
Zeven dagen per week, zo’n tien uur achter de computer, eiste qua gezondheid uiteindelijk zijn tol. Sinds 2024 is Nijman eigenaar/redacteur af van GeenStijl. Met het vertrek kwam ook een zekere mate van rust. De hyperbolen, de overdrijving die hij zich onder pseudoniem kon veroorloven, heeft hij achter zich gelaten. Vanuit Portugal bouwt hij gestadig aan zijn nieuwe imperium: het platform Nijmans Nieuwsbriefje. Het is volgens de eigen website een onafhankelijk platform met 10.000 inschrijvingen, zonder vaste politieke positie of ideologische kleur, met de vrijheid van meningsuiting als centraal thema. De content is grotendeels gratis; de financiering komt van grote en kleine donateurs en een paar honderd abonnees.
Zijn bijdragen zijn te vinden op Substack en X. Hij geeft literair asiel aan Theodor Holman, die bij Het Parool werd uitgezwaaid. De journaliste Tamarah Benima hoort tot de vaste columnisten en met Maaike van Charante, onder meer auteur van Het verdriet van de Schilderswijk, maakt hij de podcast Nijman & Charante.
Zelf schrijft hij ook nog zijn nieuwsbriefjes. Zijn analyses zijn langer geworden, zegt hij. Waar GeenStijl uit was op de confrontatie, zoekt Nijman nu de nuance en de verbinding. „Iets minder met het gaspedaal ingetrapt, wat meer met de handrem erop”, maar nog wel in dezelfde wakkere schrijfstijl.
Rechts en links onder één dak
Op het platform is een opmerkelijke samenwerking ontstaan. Enerzijds dus met de bij Het Parool in ongenade gevallen columnist Theodor Holman, maar we komen in de rechtse echokamer van Nijman – zoals oud-SP-Tweede Kamerlid Renske Leijten van de toeslagenaffaire ooit badinerend omschreef – ook blogs tegen met haar linkse visie op de samenleving.
Op Bluesky verweet een van haar critici haar dat „ze gaat werken voor dat wandelende hakenkruis Bart Nijman”.
De achterban van Bart Nijman zelf reageerde positiever op haar bijdragen. „Ik heb leuke lezers”, zegt hij. „Ze zijn misschien geen fan van een links verhaal, maar kunnen het wel op zijn waarde beoordelen.” Hij is blij met de samenwerking. „Renske is geen opportunist, ze verzint niks, ze is gewoon wie ze is.”
Al lijkt het een bont gezelschap met uiteenlopende politieke visies, er ligt toch een gemeenschappelijke deler onder Nijmans opinieplatform. „Het zijn allemaal mensen die een bepaald soort vrijheid nastreven.” Zijn lezers vinden het fijn dat er een vrij geluid is dat zichzelf niet overschreeuwt of op zelfbevestigende dogma’s drijft, merkt hij.
“Links is niet gewend aan een tegengeluid”
Hoe sterk Nederland gepolariseerd is, ontdekte hij bij GeenStijl, een activiteit die hem het label extreemrechts of erger opleverde.
„Dat heb ik altijd heel raar gevonden. Ik ben rechtser dan links, dat klopt wel, maar niet xenofoob. In mijn jeugd was links godsdienstkritisch, ronduit antikerkelijk. In die traditie ben ik opgegroeid. Maar als je dat projecteert op de islam, ben je ineens extreemrechts. Dat is geen zuiver etiket.
Wat me bindt met andere maatschappijcritici is de behoefte aan vrijheid om te denken buiten vaste kaders. Het wordt al snel verkeerd uitgelegd als je niet mee marcheert met de gangbare opvattingen. Dat heeft me vriendschappen gekost. Niet van mijn kant: als jij op GroenLinks stemt – ik noem maar wat – dan moet je dat zelf weten. Maar je moet niet boos worden als ik VVD stem of rechtser.
Ik kijk mijn vrienden niet aan op hun politieke keuze, maar omgekeerd gebeurt dat wel. Iedereen die twee keer naar rechts kijkt voordat hij oversteekt, zit volgens mensen in de links-progressieve hoek al meteen in het verkeerde kamp. Ze zijn het eens met elkaar over de islam, migratie, homorechten en transgenderkwesties. Ze zijn niet gewend aan een tegengeluid. Omdat ze zichzelf die argumentaties niet aanleren, schieten ze meteen in een kramp en zeggen ze dat je een dissident geluid vertegenwoordigt, ook nog eens racistisch, fascistisch of transfoob. In de loop van de jaren is dat alleen maar erger geworden.”
Geen politieke vluchteling
Dat hij vorig jaar naar Portugal emigreerde, heeft niet van doen met het politieke klimaat in Nederland.
„We hadden een prima nieuwbouw tussenwoning in Oostzaan. Maar die wijk was zo rottig, ongezellig. Dat we vertrokken was geen vlucht weg van iets”, zegt hij, „maar we zijn naar iets beters toegegaan.”
Het werd Portugal, zoals zijn partner en journalist Dieuwertje Kuijpers – afkomstig uit Beverwijk en gewend aan de zee – het graag wilde. Vertrek naar het buitenland stond al langer op de bucketlist, met Amerika bovenaan. Daar zou Dieuwertje -gepromoveerd politicologe- wellicht aan de universiteit kunnen werken. „Maar de universiteiten daar zijn nogal woke-geïnfecteerd. En daar hebben we allebei een afkeer van.”
Bij toeval kwam het journalistenstel terecht in Portugal en dat is zo gebleven. Ze vertrokken uit Nederland en hebben daarna nooit meer omgekeken.
„Maar nee: we zijn géén politieke vluchtelingen”, benadrukt hij. Hoewel de naargeestige sfeer in coronatijd wel mede de doorslag gaf om niet langer te aarzelen. „Veel Nederlanders transformeerden in die tijd tot politieagentje en vonden het leuk om andere mensen op de huid te zitten. En daar kon ik slecht tegen.”
Wat is jouw drive?
„Ik wil vrij zijn en die vrijheid gun ik de hele samenleving. Daar hoort het aftasten van de grenzen bij. Ik wil me niet vergelijken met Theo van Gogh, maar het was fijn hoe hij de randen zocht en er soms ook overheen viel. Sommige mensen probeerden hem terug te fluiten, wat niet altijd lukte.
De vrijheid van meningsuiting is erbij gebaat om zo ver mogelijk weg te blijven bij de gemiddelde opvatting. Je moet binnen bepaalde grenzen heel veel kunnen zeggen. De grenzen worden bepaald door de wet en niet door de moraal.
Op social media zijn er steeds meer mensen bijgekomen die uitdagen en daarin veel verder gaan dan ik, zoals Raisa Blommestijn, die voor sommige van haar uitspraken door de rechter werd veroordeeld. Die veroordeling had niet gemoeten, maar de manier waarop zij zich uitlaat, zo zou ik het niet willen. Het zegt iets over haar.
Ze zit in een omgeving waar de woede over migratieontwikkelingen zo groot geworden is dat alle remmen los zijn gegooid. Als je mensen in een tweet reduceert tot een huidskleur, dan kom je op bedenkelijk terrein. Zo wil ik de discussie over islam en migratie niet voeren. Het is niet constructief en ook niet fris.
Mijn principiële liefde voor liberale vrijheid is gebleven. Die vrijheid houdt op waar de vrijheid van een ander in gevaar komt. Alleen: de spelregels zijn de laatste jaren zo herschreven dat mensen zich al snel op onveiligheid beroepen. Hardop iets zeggen kan al een onveilige werkomgeving creëren. Iets moeten aanhoren wat niet past bij jouw mening, zie ik niet als een bedreiging voor jouw vrijheid.”
Is er überhaupt nog een debat?
„Links en rechts leven in twee verschillende werelden met eigen waarheden en feiten die niet met elkaar te verenigen zijn. Dat is zorgelijk, maar ook des te meer reden om daar iets tegenin te brengen.
Op rechts slaat de pendule nu ook steeds verder uit. Daar loop je – net als op links – het risico om uit die sociale kring gegooid te worden. Als je op links migratiekritisch bent of voor Israël, dan ben je in gevaar. En als je op rechts niet islamkritisch genoeg bent of Forum voor Democratie niet als de verlosser ziet, dan lig je er ook snel uit als afvallige nestbevuiler.”
Zie je jezelf als journalist?
„Ik zie mezelf niet als journalist, eerder als blogger, want dat is een ruimere term, minder gemakkelijk te vangen in kaders. In de journalistiek is hoor en wederhoor een goed uitgangspunt, maar wederhoor heeft niet altijd zin. De woordvoering van overheden is geprofessionaliseerd. Ze sturen je met een kluitje in het riet en weten aperte onwaarheden in de krant te krijgen omdat wederhoor nu eenmaal moet, terwijl de feiten dan niet kloppen.Volledige objectiviteit bestaat niet, want alleen al het feit dat ik een onderwerp oppak dat met de islam te maken heeft, is een keuze.”
Wie kun je op social media nog vertrouwen?
„Soms zei een lezer van GeenStijl wel eens: ik lees alleen maar jullie. Maar dat moet je dus niet doen! GeenStijl bestaat in een context waarvan ook de Volkskrant en de NOS deel uitmaken. Neem alsjeblieft de verschillende kanten tot je. Anders krijg je geen volledig en fair beeld.
Ook de DPG-kranten – de Volkskrant, Trouw en Het Parool – zijn een eenheidsworst geworden. Ze nemen afscheid van columnisten die een tegengeluid vormen: Holman bij Het Parool, Ephimenco bij Trouw.
Ook al ben je geen fan van de Volkskrant, het is niet zo dat wat in de krant staat per definitie niet klopt. Ben je geen fan van mij, kijk dan toch of het misschien waar is wat ik zeg.
Wie ik het meest wantrouw, zijn de mensen in de journalistiek die de suggestie wekken dat ze een algemene waarheid verkondigen, omdat ze het wereldbeeld aan hun zijde hebben. Bij de traditionele media hebben journalisten bovendien de neiging om tegen de macht aan te schurken naarmate ze meer met politici in aanraking komen. Ze willen erbij horen. Vooral tijdens corona zag je dat gebeuren.”
Wat voor advies heb je aan jonge opiniemakers?
„Weet wat er op je afkomt en zorg dat je je daar niks van aantrekt. Blijf jezelf en laat je niet aanpraten dat je gek bent, een racist of islamofoob. Als je ergens in gelooft en je laat je niet zomaar omduwen, dan is er echt wel ruimte om gehoord te worden, zonder dat je een karikatuur van jezelf wordt of jezelf moet overschreeuwen.”
TON VERLIND
Lees hier andere interviews in de journalistieke reeks ‘Buiten de bubbel’

WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

1 Trackback / Pingback
Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.