Joost Oranje (genrecoördinator journalistiek NPO):‘Het is een cruciale fout om eerst te bezuinigen en pas daarna te hervormen’

Het valt op dat de genrecoördinator journalistiek van de NPO, Joost Oranje, zich in het anderhalf uur durende gesprek dat ik met hem heb over de bezuinigingen bij de publieke omroep, geen enkele keer de slachtofferrol aanmeet. Hij is realistisch: de publieke omroep staat voor draconische ingrepen die ook de journalistieke programma’s zullen treffen, al zullen die zoveel mogelijk worden ontzien. Maar het is zoals het is. Liever dan te blijven hangen in zuur zelfbeklag zoekt hij samen met de hoofdredacteuren naar mogelijkheden om de schade te beperken.

In ruil voor hun bijdrage aan de efficiëncyoperatie krijgt een groot aantal journalistieke programma’s van de publieke omroep voor minstens twee jaar een continuïteitsgarantie van de NPO. Dat is een voortzetting van de in 2025 ingeslagen weg, waardoor redacties niet elk seizoen opnieuw hun budget moeten bevechten.

De kernpunten van het journalistieke beleid voor de komende jaren zijn helder: niet zozeer méér programma’s, maar liever de bestaande programmering verbeteren, met een sterk accent op kwaliteit, meer aandacht voor de vindbaarheid van journalistieke programma’s en het versterken van de pluriformiteit.
‘Het totale bedrag dat we procentueel uitgeven aan journalistiek zal in de nieuwe situatie nooit lager zijn dan nu, want dat is niet te verkopen,’ zegt Oranje.

Alle hoofdredacteuren hebben kritisch naar hun efficiency gekeken en besparingen gevonden, waardoor de zogenoemde ‘kernprogrammering’ voor twee jaar kan worden voortgezet. Een deel van het vrijvallende geld kan zo mede worden gereserveerd voor onvoorziene projecten, zoals onlangs de berichtgeving over de ontwikkelingen in Venezuela. Het grote aantal mensen dat de publieke omroep hiermee bereikte, ziet Oranje als bewijs dat de publieke omroep ondanks alle kritiek nog altijd een factor van groot belang is.

Open oor voor kritiek

Aanleiding voor dit gesprek is onder meer mijn eerdere post op LinkedIn, waarin ik opmerkte dat er geen duidelijke visie lijkt te liggen onder de manier waarop de NPO bezuinigt. Steeds verschijnen er in de publiciteit nieuwe titels van programma’s die verdwijnen. Het oogt als een puzzel waarin de samenhang ontbreekt. Waarom wordt bijvoorbeeld het succesvolle consumentenprogramma Kassa opgeheven, terwijl het al langlopende Boer zoekt vrouw blijft bestaan? Het lijkt op bezuinigen als een kip zonder kop.

Oranje schiet bij het horen van deze kritiek niet in het defensief. En ja, geeft hij toe, de communicatie kan altijd beter. Maar dat een visie zou ontbreken, weerspreekt hij met verve. Niet eindeloos uitbreiden, maar investeren in kwaliteitsversterking is de centrale leidraad in de journalistieke koers. Dat moet leiden tot een herkenbaardere programmering, waarin ook de journalistieke specialisaties van de verschillende omroepen beter zichtbaar worden.

‘Het gaat er niet om het aanbod aan informatieve programma’s eindeloos uit te breiden. We willen juist investeren in sterke nieuwsmerken op verschillende platformen, zowel audio als video, als online. Geen wildgroei, maar wel oog voor pluriformiteit. Alle geluiden moeten hoorbaar zijn.’

Hier draait het om

Als voorbeelden van projecten die prioriteit krijgen noemt hij het geopolitieke platform van de VPRO, met aandacht voor actuele internationale ontwikkelingen. Maar ook het op datajournalistiek gebaseerde onderzoeksplatform Pointer van KRO-NCRV en natuurlijk klassiekers als Nieuwsuur (NTR/NOS) en EenVandaag (AVROTROS). De EO krijgt middelen om zich te profileren met typische EO-journalistiek op het platform ‘Dit is..’ , MAX vormt Meldpunt Actueel om tot journalistiek platform voor de doelgroep. Allemaal multimediale titels, te volgen op tv, radio en de diverse sociale kanalen.

Daarnaast zijn er beleidsmatige kernpunten die gericht zijn op het beter positioneren van journalistieke content: zorgen dat het brede aanbod terechtkomt op de juiste plekken, via de kanalen waar de beoogde doelgroep zich bevindt.
‘Dus content van Nieuwsuur niet alleen lineair aanbieden, maar ook via een apart YouTube-kanaal -inmiddels met 300.000 abonnees- voor wie nauwelijks nog lineair kijkt. Via sociale kanalen willen we groepen met betrouwbaar journalistiek aanbod binden die de publieke omroep minder makkelijk bereikt.’

Voorbeelden zijn De Marker of BOOS voor jongeren van BNNVARA. Samen met Zembla en de talkshow Pauw en Wit vormen ze volgens Oranje ‘een echte progressieve journalistieke zuil’. Daarnaast zijn er Rewind van HUMAN, de podcast NAV van Omroep Zwart, maar ook PowNed met Hofstad en Land, de politieke programma’s van WNL of de podcast Op z’n kop van Marianne Zwagerman – programma’s waarin het nieuws vanuit andere perspectieven wordt benaderd.

Oranje erkent dat het even heeft geduurd voordat de publieke omroep zijn draai vond op het terrein van streamingmedia, maar dat is een probleem waar alle platforms de afgelopen jaren mee hebben geworsteld: ‘Los van technische malheur, is het binnen de razendsnelle ontwikkelingen in deze sector, best complex om de juiste koers te vinden voor een publieke omroep binnen het streaminglandschap. Dat gaat met vallen en opstaan. Maar inmiddels maken we met NPO Start goede stappen, ook op het gebied van journalistiek.’

Van journalistiek naar diplomatie

Joost Oranje bekleedt zijn bestuurlijke functie nu bijna een jaar en volgde Gijs van Beuzekom op. In zijn nieuwe rol draait het vooral om diplomatieke vaardigheden.
‘Ik ben geen superhoofdredacteur,’ benadrukt hij. Zijn belangrijkste sturingsmechanismen zijn de verdeling van middelen en het al dan niet plaatsen van programma’s. Het primaat over de inhoud ligt bij de omroepen.

Zijn laatste interview als hoofdredacteur van Nieuwsuur dateert uit 2021. NRC beschreef hem toen als een hands-on journalist, met de voeten in de klei en een scherp oog voor micromanagement, omdat in zijn visie alles in het journalistieke werk tot in de finesses moet kloppen. Nu bekleedt hij dus een diplomatieke functie. Dat moet voelen als rijden met de voet op de rem in plaats van op het gas, veronderstel ik.

Meekijken vanuit de machinekamer

‘Ik wil er niet pathetisch over doen,’ zegt hij. ‘Het komt misschien voort uit een verantwoordelijkheidsgevoel. Dat andere werk ken ik inmiddels, ik heb tientallen jaren bij radio, tv en NRC gewerkt, in uitvoerende en leidinggevende functies. Deze meer bestuurlijke positie is nieuw. Journalistiek is belangrijk voor de publieke omroep. Het is interessant om met ervaring en afstand vanuit de machinekamer te kijken naar de dagelijkse praktijk en te zien wat je kunt bijdragen.’

Hij ziet zichzelf als vraagbaak en inspirator. ‘Het is belangrijk dat het journalistieke geluid ook op dit niveau wordt gehoord, ook binnen de NPO. Natuurlijk heb ik momenten waarop mijn vingers jeuken na het lezen van bijvoorbeeld een mooi onderzoeksverhaal. Dan denk ik: dát is het echte vak. Maar ik wil nog iets nieuws doen. Het is waarschijnlijk mijn calvinistisch-gereformeerde inslag, maar ik wilde in wat men noemt ‘de herfst van je carrière’ niet op een makkelijke manier uitbuiken, maar proberen nog iets bij te dragen aan het overeind houden van de journalistiek.’

Wat zag je toen je bij het aanvaarden van je nieuwe functie naar het totaal van journalistieke programma’s bij de publieke omroep keek? Is er iets dat je wilt veranderen?

Ik kende het journalistieke veld natuurlijk goed, maar door de contacten met de hoofdredacties kom je er als genrecoördinator toch dieper in. Ik zeg dit niet om het mooier te maken dan het is: maar de passie waarmee al die verschillende omroepen met journalistiek omgaan en hoe ze proberen er een eigen draai aan te geven, heeft me aangenaam verrast’.

Je vindt niet dat er zoveel moet veranderen?

Alles kan altijd beter, maar als je ziet wat we binnen de publieke omroep bieden aan diversiteit in de journalistieke content, dan is dat echt iets om trots op te zijn. Maak maar eens een benchmark. Niet met de BBC of de ARD, want die vergelijking gaat mank. Kijk naar België, Noorwegen, Denemarken. Dan is het journalistieke aanbod van de publieke omroep hier van een hoog niveau, heel pluriform en ook nog relatief goedkoop gemaakt.

Op social media zie je niet veel steun voor de publieke omroep. Ook de kranten zijn kritisch!

Het is gevaarlijk om alleen op social media af te gaan. Uit onderzoek van onszelf of het SCP blijkt dat de grote zwijgende meerderheid de publieke omroep wel degelijk waardeert en ook opzoekt, vooral waar het gaat om betrouwbare informatie en onafhankelijke journalistiek. Waarbij ik niet wil zeggen dat er geen kritiek mogelijk is. We kennen de discussie die na de dood van Pim Fortuyn is ontstaan: luisteren we wel genoeg naar de mensen in de wijken, zit er voldoende balans in onze berichtgeving, hellen we niet te veel naar links? Dat zijn relevante vragen, maar ze gelden voor de hele journalistiek, niet alleen voor de publieke omroep.

Misschien weerspiegelt de kritiek niet zozeer de aversie tegen individuele programma’s, maar vooral de manier waarop het bestel nog georganiseerd is?

Ik begrijp de kritiek. Het bestel is met dertien omroepen behoorlijk gefragmenteerd, los nog van die hele bestuursstructuur die eraan vastzit. Er zijn ontzettend veel belangen en dat maakt dat iedereen opkomt voor zichzelf. Dat is al decennia zo en laten we eerlijk zijn: de politiek is er niet echt in geslaagd dat te doorbreken. Je kunt van de omroepen niet verwachten dat ze zichzelf opheffen. De knopen moeten doorgehakt worden in Den Haag en dan mag je hopen dat daar binnenkort een volwassen en fundamenteel debat wordt gevoerd over de inrichting van de publieke omroep. Dat moet verder gaan dan gemakkelijke opmerkingen over een managementlaag meer of minder of geld dat verspild wordt. Waarbij ik natuurlijk naar het journalistieke belang kijk en constateer dat dat door de meesten in Den Haag wordt erkend. Nou, koester dat en doe er een strik om!

Oud-omroepbestuurder Ton F. van Dijk zei in een van mijn interviews dat het bij de NPO ontbreekt aan een aansprekend verhaal, met overtuiging verteld door iemand aan de top!

Ook dat is al decennia een bekende- en misschien wel begrijpelijke klacht. En het is ook niet makkelijk om een eenduidig verhaal te houden, omdat er zoveel kikkers in de wagen zitten. Ik geef eerlijk toe dat ik ’s avonds in bed ook wel eens denk; waar zijn we mee bezig, zoals iedereen in Hilversum dat waarschijnlijk wel eens heeft. Maar ik probeer óók iedere dag weer op te staan met een positief gevoel door erbij stil te staan wat we wél goed doen. Daar komt nog bij dat de bestuurlijke route die de politiek genomen heeft-door eerst een gigantische bezuiniging op te leggen en pas daarna te gaan praten over de hervorming van het bestel- een cruciale fout is. Zo is het wel erg moeilijk om tot een visie te komen. Ik bestrijd trouwens dat die visie er niet is. Ik zal je hem sturen.

Ik wil de visie graag hóren!

We willen een brede publieke omroep zijn, toegankelijk voor iedereen. We moeten jongere generaties meer aan ons binden. De journalistiek zien we als ankerpunt en dat willen we zo gevarieerd mogelijk naar voren brengen, in inhoud, in vorm en op alle platforms. En we moeten er natuurlijk voor iedereen zijn.

Een derde van het politieke spectrum ter rechterzijde voelt zich niet bediend!

Dat is niet alleen een probleem van de publieke omroep. Het geldt voor de hele journalistiek. Overal in de wereld zie je politieke ontwikkelingen waarbij de kritiek klinkt dat niet alleen de journalistiek, maar ook het hele maatschappelijke middenveld te laat en te weinig heeft ingespeeld op de sentimenten die er bij die groepen leven. Ook de publieke omroep heeft sommige van die ontwikkelingen onderschat. Op tal van manieren hebben we er wél op ingespeeld. We zijn de wijken ingegaan en hebben over dat onderwerp debatten proberen te organiseren. Probleem is trouwens dat vertegenwoordigers van bijvoorbeeld de PVV maar zelden ingaan op de uitnodiging om in onze programma’s te verschijnen.

Tegelijk werd op bestuurlijk niveau veel moeite gedaan om Ongehoord Nederland uit het bestel te verwijderen.

Dat was een bestuurlijke discussie die uiteindelijk door de toenmalige staatssecretaris is beslecht. Nu is die omroep er en zijn we vanuit verschillende afdelingen van de NPO normaal met elkaar in gesprek. Het is één van de dertien omroepen en dat betekent dat we daar dus serieus mee omgaan.

Journalistiek verliest autoriteit

Ondanks zijn optimisme maakt Oranje zich ook zorgen, bijvoorbeeld over de komst van AI en vooral het verlies aan autoriteit van de journalistiek. Door de opkomst van sociale media kan iedereen zich journalist wanen. Dat is niet altijd negatief, want online opiniemakers hebben de afgelopen jaren ook onderwerpen geagendeerd die journalisten ten onrechte lieten liggen. Het neveneffect is echter dat journalistieke normen als hoor en wederhoor, objectiviteit en evenwichtige berichtgeving vervagen. Uit het recente Reuters Digital News Report blijkt dat meer dan 60 procent van de leidinggevenden in journalistieke organisaties zich hierover zorgen maakt, omdat een deel van het publiek traditionele nieuwsmerken de rug toekeert.

In de mêlee aan meningen en opinies, nemen ook journalisten steeds meer rollen aan, signaleert Oranje: verslaggever, interviewer, columnist, analist, opiniemaker, deskundige. ‘Ik snap die dynamiek. Maar vraag me persoonlijk wel af of het helpt als het publiek een journalist het ene moment als verslaggever ziet opereren en een dag later als opiniemaker of columnist, een trend die je overigens ook in de geschreven pers steeds meer ziet. Ik denk dat journalistiek beter wordt gewaardeerd als we bij onze kerntaken blijven en duidelijke keuzes maken. We moeten professionele afstand bewaren en niet zelf onderdeel worden van het spel. In de kern gaat journalistiek om verslag doen en tegels lichten, dus het controleren van de macht. Dat is al moeilijk genoeg, dus schoenmaker blijf bij je leest!’

TON VERLIND

.

Kijk en luistertips van Joost Oranje
1. Geopolitieke platform VPRO met onder andere Bureau Buitenland op Radio 1 en op NPO 2:   en een titel als Frontlinie,
2. WNL politiek met iedere werkdag Sven op 1 op Radio 1 en wekelijks het politieke programma Café Kockelmann en op zondag WNL op Zondag 
3. Data- en onderzoeksjournalistiek platform Pointer (KRONCRV)  Multimediaal, op radio, tv, podcast en het eigen YouTube kanaal:
4. Multimediale journalistieke vloer van BNNVARA, met Pauw&De Wit en Zembla  maar ook online de jongerenplatforms De Marker en BOOS (meer dan een miljoen abonnees op YouTube). Plus op Radio 1 De Rode Draad:
5. Eerstelijns nieuws en achtergrond van taakomroepen NOS en NTR, waaronder NOS Stories, met een enorm bereik onder jongeren. En qua achtergrond lineair dagelijks Nieuwsuur, met ook een succesvol eigen YouTube kanaal

Los van deze titels verdienen ook de aparte journalistieke series voor NPO Start een vermelding, zoals Kindsoldaten van de Onderwereld (Powned) of het dossier Musk (HUMAN).

2 Comments

  1. We zijn de wijken ingegaan en luisteren naar de mensen… nou hier heb ik ze niet gezien hoor.
    Waarom kan in Nederland niet hetzelfde als in Engeland?
    Er is geen reclame op BBC-kanalen in het VK.
    Het bedrag staat vast per huishouden wat men betaald.

    In Nederland hebben we verschillende omroepen met allemaal hun eigen kijk op het nieuws, maar ook evenzoveel omroepdirecteuren wat een vermogen kost.

    Oh en stop met het woord “jongeren”, die kijken niet, het zijn de ouderen die kijken en lid zijn van een omroep.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*