
Kamerlid Mona Keijzer heeft Kamervragen gesteld aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar aanleiding van berichtgeving dat de salarissen van omroepbestuurders verder zijn gestegen, terwijl gewone medewerkers binnen de publieke omroep vrezen voor hun baan.
Aanleiding is een artikel in De Telegraaf over de beloningen aan de top van de publieke omroep. Keijzer wil van de minister weten of zij de opvatting deelt dat het een onwenselijk signaal afgeeft wanneer bestuurders relatief sterker vooruitgaan dan medewerkers, zeker in een sector die grotendeels met belastinggeld wordt gefinancierd. Ook vraagt zij hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het uitgangspunt dat publieke middelen sober, doelmatig en maatschappelijk verantwoord moeten worden besteed.
In de vragen wordt specifiek ingegaan op de Wet normering topinkomens (WNT). Keijzer vraagt of het klopt dat bestuurdersbeloningen veelal meestijgen met het WNT-maximum en of het wenselijk is dat dit maximum in de praktijk als richtpunt fungeert binnen de publieke omroep. Daarnaast vraagt zij om een overzicht van de verhouding tussen uitgaven aan bestuur, toezicht en management enerzijds en het programmabudget anderzijds over de afgelopen vijf jaar.
Ook plaatst Keijzer vraagtekens bij de manier waarop bezuinigingen binnen de publieke omroep worden ingevuld. Zij wil weten in hoeverre het verdedigbaar is dat bij bezuinigingen vooral wordt gesneden in programmering en redactionele capaciteit, terwijl bestuurlijke lagen relatief worden ontzien. Volgens het Kamerlid zou een publieke omroep bij bezuinigingen “bij zichzelf” moeten beginnen, waarbij ook de top naar rato bijdraagt aan besparingen.
Verder vraagt Keijzer waarom pas in het vierde kwartaal van 2026 een voorstel komt voor een benchmark voor overheadkosten. Zij wil dat de minister toelicht waarom dit niet wordt versneld, gezien de actuele politieke en maatschappelijke discussie over bezuinigingen en bestedingen binnen de publieke omroep. Ook wil zij weten welke definities worden gehanteerd voor het begrip overhead en hoe wordt gewaarborgd dat een toekomstige norm daadwerkelijk transparantie en vergelijkbaarheid tussen omroepen oplevert. Ook vraagt het Kamerlid waar volgens de minister de grens ligt tussen de onafhankelijkheid van de publieke omroep en de verantwoordelijkheid van de overheid voor een doelmatige besteding van publieke middelen. Daarbij wijst zij op het risico dat het draagvlak voor de publieke omroep onder druk komt te staan wanneer bezuinigingen vooral bij makers en programma’s terechtkomen, terwijl de bestuurlijke top buiten schot blijft.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
