
Deze week schreef ik op mijn LinkedIn een uitgebreid vergelijkend onderzoek naar een vraag die verrassend ingewikkeld is geworden: wie is eigenlijk journalist? Voor dat essayheb ik gekeken naar de wetgeving, de beroepspraktijk en het publieke vertrouwen in vijf democratieën: de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. De conclusie laat zich echter verrassend eenvoudig samenvatten. Vrijwel nergens draait de discussie nog werkelijk om de vraag wie journalist is. Langzaam maar zichtbaar verschuift het zwaartepunt naar een veel interessantere vraag: wanneer is iets journalistiek?
Dat lijkt misschien een nuance, maar het is in werkelijkheid een fundamentele verandering. Decennialang vielen journalistiek en nieuwsorganisaties grotendeels samen. Wie voor een krant, omroep of persbureau werkte, werd als journalist beschouwd en wie daarbuiten publiceerde meestal niet. Die institutionele werkelijkheid heeft het digitale tijdperk definitief achter zich gelaten. Nieuwsbrieven bereiken inmiddels grotere publieken dan kranten, onafhankelijke makers publiceren onderzoeksjournalistiek zonder ooit een redactie van binnen te hebben gezien en burgers leggen gebeurtenissen vast voordat de eerste verslaggever arriveert. Het inzichtelijke ‘Buiten de Bubbel’ gaf daar een mooi inzicht in.
Daar komt nu kunstmatige intelligentie bij, die teksten schrijft, interviews samenvat en analyses opstelt in een tempo dat enkele jaren geleden nog ondenkbaar was.
Juist daardoor wordt zichtbaar dat een functietitel steeds minder zegt over de democratische waarde van informatie. In alle onderzochte landen ontstaat, ieder vanuit zijn eigen juridische traditie, langzaam hetzelfde inzicht. Journalistiek is niet in de eerste plaats een beroep, maar een manier van werken. Niet de perskaart is doorslaggevend, maar de bereidheid om informatie zorgvuldig te verzamelen, bronnen te controleren, feiten van meningen te onderscheiden, context toe te voegen en vooral verantwoordelijkheid te nemen voor wat uiteindelijk wordt gepubliceerd. Dat is een opvallende verschuiving, omdat het publieke debat juist steeds vaker wordt gevoerd in termen van identiteiten. Is iemand journalist, influencer, activist of creator? Terwijl de rechtsontwikkeling zich juist steeds minder voor die etiketten lijkt te interesseren.
Nog opmerkelijker is dat dezelfde beweging zichtbaar wordt wanneer je kijkt naar het vertrouwen dat burgers in nieuwsmedia hebben. Frankrijk kent een relatief duidelijke wettelijke beroepsdefinitie van de journalist, maar behoort niet tot de landen waar het vertrouwen in nieuws hoog is. Nederland kent juist nauwelijks een gesloten beroepsgroep en staat al jaren aan de top van internationale vergelijkingen. Dat suggereert dat vertrouwen niet ontstaat doordat de wet bepaalt wie journalist mag zijn, maar doordat burgers ervaren dat journalistiek plaatsvindt binnen een herkenbaar proces van controle, onafhankelijkheid en aanspreekbaarheid. Uiteindelijk willen mensen weten wie de informatie heeft verzameld, hoe die is gecontroleerd en wie verantwoordelijkheid neemt wanneer achteraf blijkt dat iets niet klopt.
De opkomst van AI maakt die ontwikkeling alleen maar relevanter. De vraag of een machine journalistiek kan bedrijven is naar mijn idee minder interessant dan de vraag wie verantwoordelijk blijft wanneer een machine een steeds groter deel van het journalistieke proces ondersteunt. Een algoritme kan immers geen bron beschermen, geen belangenafweging maken en geen publieke verantwoording afleggen wanneer een publicatie schade veroorzaakt. Naarmate het produceren van informatie goedkoper en eenvoudiger wordt, verschuift de schaarste naar iets anders. Niet de inhoud wordt schaars, maar de verantwoordelijkheid erachter.
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van het onderzoek. De toekomst van de journalistiek zal minder worden bepaald door de vraag wie zich journalist mag noemen dan door de kwaliteit van het proces waarmee informatie wordt omgezet in publieke kennis. In een tijd waarin vrijwel iedereen kan publiceren en kunstmatige intelligentie vrijwel iedereen kan helpen produceren, wordt niet de technologie het onderscheidende vermogen van de journalistiek, maar de zichtbare bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen voor iedere keuze die onderweg is gemaakt.
Lees het volledige essay hier op LinkedIn of doe een indicatieve toets op basis van de criteria in het essay hier.
