Waar lobby stopt en netwerkverstrengeling begint

“Lobbyen” is voor sommigen een vieze of schimmige term. Dat beeld is in mijn optiek vaak onterecht. In essentie is lobbyen niets anders dan het behartigen van belangen richting politiek en beleidsmakers. Grote bedrijven, brancheorganisaties, ngo’s en maatschappelijke instellingen doen het dagelijks. Dat is logisch: politici en ambtenaren kunnen onmogelijk overal diepgaande kennis van hebben. Juist daarom zoeken zij input vanuit de praktijk. Goede lobby kan zelfs nuttig zijn. Het helpt om regelgeving uitvoerbaar te maken, onbedoelde effecten te voorkomen en sectoren uit te leggen hoe beleid in werkelijkheid uitpakt. Zonder die kennis zouden wetten en regels soms nog slechter uitpakken. Maar er is een grens. En die ligt daar waar lobbyen overgaat in draaideurconstructies: mensen die jarenlang een bepalende rol speelden aan de publieke of controlerende kant van de tafel, en kort daarna overstappen naar de commerciële (of in ieder geval de andere) kant, of andersom. Dan ontstaat minimaal de schijn van belangenverstrengeling en soms zelfs schaamteloze netwerkverstrengeling.

Neem de mediasector. Streamingdiensten die in Nederland actief zijn, hebben de wettelijke verplichting om 5% van hun omzet te investeren in Nederlandse films en series. Voor Videoland lijkt dat geen groot probleem en ook Prime Video lijkt stevig te investeren. Andere internationale partijen lijken het lastiger te hebben. Het Commissariaat voor de Media kwam eerder echter met uitstel, waardoor streamers meer tijd hebben gekregen. Tot op heden is het niet duidelijk of alle partijen aan de verplichting voldoen.

Uitspraken en ook uitstel komen veelal tot stand door gesprekken met de markt. Dan is het relevant wie namens wie aan tafel zit; zeker als dit mensen zijn die niet onbekend zullen zijn bij het Commissariaat. Zo verliet Suzanne Teijgeler eerder haar functie als algemeen directeur van het Commissariaat voor de Media om in dienst te treden bij Discovery Benelux BV als Regulator Compliance Director. Madeleine de Cock Buning, voormalig voorzitter van het Commissariaat voor de Media, trad later in dienst bij Netflix op governancegebied.

Ook aan politieke zijde zien we dezelfde beweging. Zohair El Yasini maakte na zijn rol als mediawoordvoerder van de VVD de overstap naar Streamingdiensten Nederland om de belangen van streamingdiensten te vertegenwoordigen. Hij kent vanzelfsprekend de weg richting politiek Den Haag, Kamerleden en beleidsmakers. Vorige week trad hij zelfs tijdelijk op als interviewer voor Broadcast Magazine, waarbij hij oud-contacten zoals Mohammed Mohandis kritisch bevroeg. Het laat zien hoe lobbyisme, politiek en journalistiek soms opvallend soepel in elkaar overlopen.

Alles zal legaal zijn, maar weinigen zullen met alle eerlijkheid kunnen ontkennen dat dit schuurt. Want lobbyisme, politiek, toezicht en journalistiek horen elkaar kritisch te controleren en niet onderdeel te worden van hetzelfde netwerkcircuit.

Juist daarom klinken oproepen van het Commissariaat voor de Media over democratie, transparantie en vertrouwen voor veel mensen minder overtuigend. Onafhankelijkheid is niet alleen een juridische status, maar ook een uitstraling. Burgers moeten geloven dat besluiten eerlijk tot stand komen, zonder voorkeursroutes, oude netwerken of achterkamervoordeel.

Lobbyen is dus niet het probleem. Ondoorzichtige draaideuren zijn dat wel.

Als Nederland echt werk wil maken van vertrouwen in instituties, dan zijn strengere afkoelperiodes, openbaarmaking van lobbycontacten en heldere overstapregels geen luxe, maar noodzaak. Want wie vandaag toezicht houdt, moet morgen niet direct aanschuiven aan de andere kant van de tafel.