‘Onder alles ligt een fundament: het belang van journalistiek’

Ronald Boutkan en
Ed van Oerle

Op de redactie in Schagen is het geen kwestie van rustig doordraaien, maar van opnieuw uitvinden. Tussen de bureaus zitten Ed van Oerle en Ronald Boutkan, beiden hoofdredacteur, beiden gevormd door jaren lokale journalistiek. Ze bouwen allebei aan Noordkop 247, een streekomroep die voortkomt uit de samenvoeging van meerdere lokale omroepen.

Die fusie voelt als een begin. Een nieuwe organisatie, met nieuwe structuren, maar vooral: een nieuwe manier van denken. ‘Het is een lang proces geweest,’ zegt Ed. Wat ooit begon als losse gesprekken, groeide uit tot een onvermijdelijke beweging. Niet alleen vanuit de regio zelf, maar ook vanuit landelijke ontwikkelingen. De tijd van kleine, geïsoleerde omroepen loopt op zijn einde en schaalvergroting was geen keuze meer.

Van versnippering naar één organisatie
De oude situatie was overzichtelijk, maar kwetsbaar. Kleine teams, vaak sterk leunend op vrijwilligers, met ieder hun eigen identiteit. Den Helder, Schagen, Hollands Kroon, het waren afzonderlijke werelden.Ed herinnert zich die periode nog goed. ‘We kwamen allemaal uit andere omroepen. Andere niveaus, andere werkwijzen. Dat maakte het lastig om samen te komen.’  De eerste pogingen tot samenwerking strandden dan ook. Te veel verschillen, te weinig gedeeld perspectief. Toch bleef het idee terugkomen omdat het logisch was en het nodig was.

Schaal
De vorming van Noordkop 247 is daarmee geen toevallige keuze, maar het resultaat van jarenlange druk; bestuurlijk, financieel en inhoudelijk. Met de nieuwe organisatie ontstaat schaal. Er werken nu zo’n twaalf betaalde krachten, aangevuld met freelancers en vrijwilligers. Dat biedt ruimte voor professionalisering, maar vraagt ook om structuur.‘Met een klein team was alles overzichtelijk,’ zegt Ed. ‘Nu zit je op twee locaties (in Schagen en Den Helder, red.), met meer mensen. Dan gaat er ook tijd verloren aan overleg en die complexiteit is de prijs van groei. Tegelijkertijd levert het iets op: minder kwetsbaarheid, meer continuïteit. Waar vroeger één zieke collega direct problemen veroorzaakte, kan dat nu worden opgevangen.’

De geboorte van een nieuwe cultuur
Misschien wel de grootste verandering zit niet in de structuur, maar in de cultuur. Waar de omroepen vroeger tegenover elkaar stonden, moeten ze nu samen één redactie vormen.‘We zaten echt lijnrecht tegenover elkaar,’ zegt Ed. ‘Nu zitten we naast elkaar en bouwen we samen.’  Dat proces gaat niet vanzelf. Verschillende werkwijzen, verschillende tempo’s, verschillende verwachtingen..het moet allemaal samenkomen. De eerste maanden stonden dan ook vooral in het teken van afstemming.  Langzaam ontstaat er iets nieuws. Een redactie waarin mensen elkaar opzoeken, overleggen en elkaar iets gunnen.Ronald ziet daarin een duidelijke ontwikkeling: ‘Er is nu echt een redactieteam dat met elkaar praat en samen keuzes maakt.’

Dichtbij blijven in een groter gebied
Een van de grootste spanningen zit in schaal versus nabijheid. De nieuwe omroep bestrijkt een groot gebied, met verschillende gemeenten en talloze dorpen, en die voelen zich niet vanzelf verbonden.‘Mensen identificeren zich met hun eigen dorp,’ zegt Ed. ‘Niet met een hele regio.’  Dat vraagt om een andere manier van werken. Niet centraliseren, maar aanwezig zijn. Daarom is bewust gekozen om twee locaties te behouden. Niet de meest efficiënte oplossing, maar wel de meest logische.‘Als je een locatie sluit, raak je mensen kwijt,’ vindt Ronald.  Daarnaast speelt snelheid een rol. Nieuws is lokaal. Een brand, een raadsvergadering, een incident…je moet er snel bij zijn.‘Als je er niet bent, ben je te laat,’ vult Ed aan.

Concurrentie en verschuivende verhoudingen
De opkomst van streekomroepen verandert ook de verhoudingen in het medialandschap. Waar regionale kranten en omroepen lange tijd dominant waren, ontstaat nu een nieuwe speler met wat meer slagkracht.‘Wij zitten er vaak sneller bij dan andere media,’ zegt Ronald.  Dat is geen toeval. Waar regionale media grotere gebieden bedienen met minder mensen, kan een streekomroep zich volledig richten op één regio.Het verschil zit niet alleen in snelheid, maar ook in aanwezigheid. Lokale verslaggevers kennen de mensen, de dossiers, de context.Ed: ‘Wij zitten nog op de publieke tribune. Wij stellen de vragen.’

Dat maakt de concurrentie interessant. Niet direct vijandig, maar wel voelbaar. Zeker nu traditionele media onder druk staan. Tegelijkertijd is er ook samenwerking. Contact met regionale omroepen, gezamenlijke initiatieven, overlegstructuren. Maar één ding is duidelijk: het simpel uitwisselen van content is geen optie meer. ‘We gaan niet meer zomaar items heen en weer schuiven,’ zegt Ronald.  De meerwaarde moet zitten in eigen verhalen, eigen invalshoeken.Onder alles ligt een fundament: het belang van journalistiek. Niet als abstract begrip, maar als dagelijkse praktijk. Lokale journalistiek gaat over herkenning. ‘Wij zijn degenen die uitleggen wat er gebeurt,’ zegt Ed.  In een tijd waarin sociale media domineren en informatie overal vandaan komt, groeit de behoefte aan betrouwbaarheid. Ronald: ‘Wij moeten betrouwbaar nieuws brengen. Niet slechts meningen, maar vooral feiten.’  Die rol wordt alleen maar belangrijker. Zeker nu andere media zich terugtrekken uit de haarvaten van de samenleving. De lokale omroep wordt daarmee meer dan een zender. Het wordt een publieke voorziening. Een plek waar inwoners terechtkunnen voor informatie, duiding en controle en dat vraagt iets van de organisatie. Van kwaliteit, van continuïteit, van professionaliteit.

Ambitie en onzekerheid
De ambities zijn groot. Meer verdieping, meer achtergrond, misschien nieuwe vormen zoals documentaires. Maar die ambities staan niet los van de realiteit want financiering blijft een onzekere factor. Gemeenten, landelijke overheid, veranderende regelgeving, het speelt allemaal mee.‘We weten nog niet precies hoeveel geld er komt,’ zegt Ronald.  Dat maakt plannen maken lastig. Tegelijkertijd is er vertrouwen.Ed: ‘We laten al jaren zien wat we waard zijn. Dat blijven we doen.’

Arend-Jan Wonink

Vooruitkijken zonder stil te staan

Wat er over vijf jaar staat, is nog niet volledig duidelijk. Maar dat er iets staat, wel. ‘We gaan niet achteroverleunen,’ zegt Ronald. Noordkop 247 is daarmee geen eindstation, maar een tussenfase. Een organisatie in ontwikkeling, gevormd door samenwerking, gedreven door journalistiek en verankerd in de regio. Of, zoals Ed het samenvat: ‘Je moet dichtbij zijn, betrokken en betrouwbaar. Als dat klopt, volgt de rest vanzelf.’