
Nederlandse onderzoekers hebben een nieuwe digitale onderzoeksomgeving ontwikkeld waarmee mediaberichtgeving over verschillende platformen tegelijk kan worden geanalyseerd. De infrastructuur, Twi-XL, combineert onder meer websites, publieke radio- en televisie-uitzendingen, podcast- en radiotranscripties en meer dan tien jaar aan Nederlandse tweets.
Twi-XL is ontwikkeld door een consortium van de Universiteit van Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen, Beeld & Geluid, de Koninklijke Bibliotheek en SURF. Aan de publicatie werkten daarnaast onderzoekers van het Netherlands eScience Center en het Huygens Instituut mee. Het onderzoek naar de infrastructuur verscheen op 13 augustus in het wetenschappelijke tijdschrift Media and Communication.
De onderzoekers willen met Twi-XL een probleem oplossen dat steeds groter wordt binnen mediaonderzoek. Publieke discussies spelen zich niet langer af binnen één medium, maar bewegen tussen televisie, radio, nieuwswebsites, podcasts en sociale platforms. Onderzoekers analyseren die bronnen echter nog vaak afzonderlijk.
Daar komt bij dat toegang tot gegevens van sociale media steeds moeilijker en minder voorspelbaar wordt. Platforms zijn eigendom van commerciële technologiebedrijven, waardoor onderzoekers afhankelijk zijn van de toegang die deze ondernemingen zelf beschikbaar stellen. Daarbij is volgens de onderzoekers niet altijd duidelijk hoe compleet en integer de aangeboden archieven zijn.
Van televisie naar sociale media
Met Twi-XL kunnen onderzoekers verschillende mediabronnen gezamenlijk doorzoeken en analyseren. Zo kan bijvoorbeeld worden onderzocht hoe een onderwerp dat in een televisieprogramma wordt besproken vervolgens op sociale media wordt gedeeld, hoe een discussie zich tegelijkertijd op nieuwswebsites en sociale platforms ontwikkelt of hoe verschillende media gezamenlijk onderdeel zijn van een breder publiek debat.
De onderzoeksomgeving is niet alleen bedoeld voor datawetenschappers. Een belangrijk uitgangspunt is dat ook onderzoekers zonder uitgebreide programmeerkennis met grote hoeveelheden mediadata moeten kunnen werken.
Twi-XL bevat daarvoor verschillende Nederlandse collecties, waaronder gearchiveerde websites, publieke radio- en televisie-uitzendingen, transcripties van radio en podcasts en een archief met meer dan tien jaar Nederlandse tweets.
De onderzoekers demonstreren de mogelijkheden aan de hand van twee cases. De eerste kijkt naar de manier waarop nieuws via sociale media wordt gedeeld. De tweede analyseert het bredere publieke debat rond seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Nederlandse taal als voordeel
Volgens de makers is ook van belang dat Twi-XL specifiek is ontwikkeld voor Nederlandstalig mediaonderzoek. Veel bestaande onderzoeksmethoden en datasets zijn sterk gericht op Engelstalige content.
Door Nederlandse publieke omroepdata, digitale erfgoedcollecties en sociale-mediadata samen te brengen, moet beter zichtbaar worden hoe maatschappelijke onderwerpen zich door het Nederlandse medialandschap bewegen.
Voor de mediasector kan dat nieuwe inzichten opleveren in de wisselwerking tussen traditionele media en digitale platforms. Zo zou met de infrastructuur bijvoorbeeld onderzocht kunnen worden hoe onderwerpen uit televisieprogramma’s zich verder ontwikkelen op sociale media, hoe nieuws wordt gedeeld tussen verschillende platforms en hoe online en traditionele media onderdeel zijn van hetzelfde publieke debat.
Daarmee kan Twi-XL een interessante nieuwe bron worden voor onderzoek naar de samenhang tussen televisie, radio, podcasts, nieuwswebsites en sociale media. Tot nu toe worden die media in bereiksonderzoeken nog vaak afzonderlijk gemeten, terwijl het mediagebruik van consumenten juist steeds sterker met elkaar verweven raakt.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
