
Wat er op tv is veranderd in ruim 40 jaar
Het WK voetbal is al een paar weken aan de gang, het volgende superevenement begint zaterdag 4 juli: de Tour de France.
De NOS doet elke zomer platformbreed verslag van ’s werelds belangrijkste wielerronde, via online, social, teletekst, radio en televisie. We nemen eens een kijkje in de keuken van de tv-wielerredactie van NOS Sport.
De meeste kijkers zullen niet beseffen wat ervoor nodig is om drie weken lang live verslag te doen van een wedstrijd die zich dagelijks verplaatst. Ook zullen ze niet beseffen hoeveel er sinds de jaren zeventig is veranderd, vooral in de techniek en de manier van werken.
Als beginnend beeldredacteur kwam ik in mei 1983 binnen bij de NOS, kersvers van de Academie voor de Journalistiek. Ik was in opleiding met een groep anderen voor de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984. Als beeldredacteur maak je samenvattingen van livewedstrijden. Korte montages van 1 tot 6 minuten voor Studio Sport of het Journaal. Dat was dus ook mijn werk in 1983.
In die tijd zond de NOS alle etappes live uit, maar niet van begin tot eind. Meestal begon de Franse televisie pas 40 kilometer voor de finish met het registreren en zette de beelden dan live door naar de rest van de wereld. Via televisietorens, later per satelliet. Dus ook naar de NOS, lid van de EBU, de European Broadcasting Union.
Regelmatig werd de uitzendtijd opgeschoven omdat de renners te langzaam fietsten en het technisch niet mogelijk was het signaal over meer dan 40 kilometer naar de regiewagens bij de finish te krijgen. De Franse regie moest wachten tot de renners dichtbij genoeg waren.
Franse slag
De beeldkwaliteit liet vaak te wensen over. De livebeelden werden toen vanaf de motor met camera gestraald naar een helikopter die boven het parcours vloog. Vervolgens ging het signaal via een zender naar de Franse regiewagen aan de finish. Die kreeg van twee motoren het signaal binnen, meer was technisch niet mogelijk.
Maar onderweg had het signaal veel last van allerlei storende elementen: bomenrijen met dicht bladerdak, hoogspanningsmasten, tunnels of atmosferische storingen. Met als gevolg regelmatig sputterend beeld, wat wij “peuten” noemden. Je ziet ze nogal eens langskomen in archiefmateriaal. Het leek op registratie met de Franse slag, maar het was simpelweg de beschikbare techniek die de beeldkwaliteit beperkte.
Media Park
In Hilversum stonden in het Registratiecentrum (RC), op het toen nog vrij nieuwe Media Park, enorme opnamemachines van 2 bij 2 meter: de zogenaamde 4-kopsmachines met 2-inchbanden. Die banden waren zo groot als een flink kruiwagenwiel en hadden tape van 5 centimeter breed. Een band van 90 minuten kon zomaar 6 kilo wegen.
De banden moesten worden “ingelust” langs de koppen. Terugspoelen als de band vol was duurde 10 minuten. Je kon niet met beeld terugspoelen. Op de tape werd een tijdcode, kloktijd, opgenomen. Die gebruikte je voor je aantekeningen. Demarrage Laurent Fignon om 15.34.10, schreef je dan op met een waardering erbij die het belang aangaf. Zo kon je achteraf teruglezen wat voor de montage belangrijk was.
Finish om half zes, samenvattingsprogramma om kwart over zes. Dat betekende monteren onder grote tijdsdruk. Verkeerde band gepakt? Terugspoelen maar weer, een andere erop en weer vooruitspoelen naar het juiste moment. Stress verzekerd. Ondertussen moest er een logische samenvatting komen met het commentaar van Mart Smeets en Jean Nelissen, zoals ze dat ’s middags live al hadden gegeven.
Nieuwe techniek
Intussen zat de industrie niet stil en werd de BCN-recorder geïntroduceerd: met 1-inch tape. Een veel kleinere machine met een kleiner formaat band: tape van 2,5 centimeter breed. Maar nog steeds met bandrecorderachtige spoelen. Je moest nog steeds inlussen. Wel kon je veel sneller heen en weer spoelen, maar nog niet met behoud van beeld. Dat kwam pas met de zogenaamde C-formatmachines, die werden gebruikt om slowmotions te maken in de regiewagen bij voetbalwedstrijden.
Ondertussen had de NOS natuurlijk een club mensen ter plekke in Frankrijk. Mart en Jean, ondersteund door een producer, een cameraman en een geluidsman, twee chauffeurs en oud-renner Gerrit Solleveld, die optrad als assistent-redacteur aan de finish. Renners moesten gehaald worden voor interviews bij Mart vlak bij de commentaarpositie. Dat deed Solleveld, rennend en puffend achter de streep.
Dat is zo’n tijd gebleven. Ondertussen kwamen eind jaren tachtig de cassettebanden en was het gedaan met de bandrecorderachtige spoeltapes. De satellietverbinding deed zijn intrede en de techniek voor de cameraregistratie onderweg maakte ook grote sprongen.

Van tape naar computers
Maar de echte verandering kwam natuurlijk met de intrede van computers, met enorme servers daarachter. Dat maakte alles zoveel makkelijker: monteren ging sneller, je kon stukjes eruit halen of juist ertussen zetten, zonder de hele tape te moeten terug- of vooruitspoelen.
Audionabewerking werd ook eenvoudiger. Internet maakte in één klap de communicatie makkelijker en ook het redactionele werk ging daardoor een stuk sneller.
Met de millenniumwisseling werd er flink opgeschaald qua “boots on the ground”. Steeds meer mensen in Frankrijk: verslaggevers voor de interviews, meer producers en een apart programma vanuit een Frans dorp of een Franse stad: De Avondetappe, met gasten aan tafel voor een andere, diepere kijk op alles wat er in de Ronde van Frankrijk gebeurde. Dat vroeg om heel wat technische mensen.
Anno 2026
Tegenwoordig zijn er 25 mensen op pad om die Avondetappe te realiseren: cameramensen, audiotechnici, satelliettechnici, lichtexperts, redacteuren, eindredactie, beeldredacteuren die filmpjes monteren, presentator Dione de Graaff, visagie en de allesregelaars die onmisbaar zijn: de producers.
Want elke locatie vraagt veel werk: vergunningen, toestemming van een landeigenaar, hotels, vliegtickets van gasten, transport voor iedereen, catering en ga zo maar door. Daar zit maanden voorbereiding in.
Ook het middagprogramma, de live-etappe, vereist de inzet van veel mensen. Presentator Jeroen Stomphorst staat aan de finish met een analist bij zich, bijvoorbeeld oud-renners Tom Dumoulin en Annemiek van Vleuten. Daar staat ook weer een regiewagentje met een regisseur van de NOS en een satellietwagen. Han Kock en Steven Dalebout zijn de vliegende reporters voor de interviews vooraf en achteraf met de renners en de ploegleiders.

Wie er niet meer zitten: de commentatoren. Andries Lamain en Michael Boogerd zitten tegenwoordig in Hilversum. Daar zien ze de beelden beter dan in Frankrijk op de streep en hoeven ze niet zoveel te reizen. Internet voorziet hen van alle benodigde informatie en updates van actuele ontwikkelingen. Ze worden ondersteund door een redacteur, eindredacteur, beeldredacteuren en een regieteam. Dus ook weer een aardig clubje mensen.
Zo zijn er vanaf 4 juli drie weken lang zo’n 60 mensen elke dag fulltime bezig om de Tour de France in de huiskamers op televisie te brengen. Het is mijn laatste Tour; na deze Ronde ga ik met pensioen.
Otto van der Parre
Eindredacteur NOS Sport televisie
Foto ( Otto van der Parra in rode broek) en in het midden cameraman Peter Bakker van Cinevideo
Eerste uitzending Tour de France 2026: zaterdag 4 juli, 16.50 uur-19.52 uur
Kunt u niet kijken? Dan is er Radio Tour de France vanaf 14.00 uur.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
