
Vorige maand nam ik afscheid van de NPO, na dertig jaar als jurist gewerkt te hebben binnen de publieke omroep. Daarvoor werkte ik als directiesecretaris bij het ANP en hielp ik tijdens mijn studietijd mee aan de opbouw van Burafo, het auteursrechtenbureau voor fotografen dat later zou opgaan in Pictoright. Het waren decennia waarin het medialandschap veranderde, maar één constante bleef: de media acteren in een wereld waarin journalistiek, programma’s, recht en bestuur onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. En na dertig jaar publieke omroep weet ik één ding zeker: achter elke uitzending, achter elke beslissing, achter elke rel schuilt een juridisch verhaal dat het waard is om verteld te worden.
Het was voor mij het Disney-verhaal: “When dreams come true’” Als klein jongetje speelde ik voor Radionieuwsdienst ANP en maakte ik mijn eigen fantasie-nieuwsbulletins. Tegelijkertijd was ik uitgever van het Blaadje van de Week dat ik snel omdoopte tot het Blaadje van de Maand om het als hoofdredacteur wat rustiger aan te kunnen doen. Ik ontwierp zelfs een compleet omroepbestel in een fantasieland — opvallend genoeg leek het verdacht veel op het Nederlandse systeem van toen, met omroepen die je als kijker bewust kon mijden omdat die niet bij je eigen wereld pasten. Zo deed ik dat met de Evangelische Omroep toen deze vanaf 1 april 1970 ging uitzenden als aspirant-zendgemachtigde. Daar waren toen nog maar 15.000 leden voor nodig. In de statuten van toen stond als doel de bevordering in de ruimste zin des woords, van de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus door middel van radio- en televisie-uitzendingen. En tsja, daar deden we thuis niet aan. Hoewel mijn oma
vanaf het begin best wel regelmatig keek, want zij beschouwde zichzelf als een kosmopoliet. Hoe jong ik ook was, ik liep toen demonstratief de kamer uit en boycotte de EO. De EO is inmiddels een heel andere omroep geworden. De statuten zijn gemoderniseerd. Nu staat er keurig en verantwoord: “Het doel van de vereniging is om vanuit het christelijk geloof uitvoering te geven aan de publieke mediaopdracht om op landelijk niveau media-aanbod te verzorgen en alle activiteiten te verrichten die nodig zijn om daarmee een publieke taak van algemeen nut te vervullen, alsmede het verrichten van nevenactiviteiten en verenigingsactiviteiten.”
Het aanbod is publiek, breder en journalistieker. Ik kijk er alweer vele jaren naar, zoals de recente dramaserie over de Joodse Raad daarvan een goed voorbeeld is. Ook het Eurovisie Songfestival speelde een grote rol in mijn jeugdige omroepleven. Hoogtepunt van mijn kinderomroep-carrière was mijn eigen songfestival. In onze stadstuin organiseerde ik jaarlijks goed hoorbaar voor de buren mijn eigen Eurovisie songfestival, waarin Nederland uiteraard altijd won. De echte geschiedenis van het festival bleek minstens zo boeiend met in de jaren zestig van de vorige eeuw al pogingen het festival te boycotten.
In 1964 werd het podium in Kopenhagen bestormd door een keurig geklede demonstrant met een spandoek “Boycott Franco & Salazar”, gericht tegen de verschrikkelijke dictaturen in Spanje en Portugal.
En in 1968 werd Spanje volgens de uit 2008 stammende Spaanse documentaire ‘1968: Ik maakte de Spaanse mei mee’ van Montse Fernandez Vila, onder dubieuze omstandigheden winnaar. Medewerkers van de Spaanse publieke omroep zouden juryleden in diverse deelnemende landen hebben gepaaid met de belofte om hun programma’s aan te kopen als zij maar op Spanje zouden stemmen.
In 1969 boycotte Oostenrijk het festival in Madrid uit protest tegen het nog steeds bestaande regime van Franco, maar zond het wel uit. Of in 1969 de Oostenrijkse ORF nog wel omroepbestuurders naar het festival heeft afgevaardigd zoals nu de boycottende NPO volgens een bericht in het Parool van 2 mei naar Wenen schijnt te doen, kon ik niet achterhalen. Oostenrijk was toen overigens het enige land dat het festival boycotte vanwege die vreselijke Spaanse dictatuur.
Wat hier verder van zij, ik leerde op jonge leeftijd het woord boycot kennen en hield er een grote belangstelling voor het Songfestival en de media aan over en mocht toen ik groot was in juridische zin bij veel zaken betrokken zijn, zoals de organisatie van het evenement in Rotterdam. En zo gingen mijn kinderdromen dus in vervulling.
Nu ik een nieuwe fase inga, richt ik me in deze rubriek Juridische Zaken op het juridische wel en wee van het Mediapark en far beyond. Want of we het leuk vinden of niet, de media zijn tegenwoordig tot in detail gereguleerd. Publiek, commercieel, online — overal groeit de juridische complexiteit. En het einde daarvan lijkt nog lang niet in zicht, integendeel. Het heeft zijn fraaie kanten, maar zeker ook zijn minder fraaie en duistere kanten.
In deze blogserie wil ik al die juridische ontwikkelingen duiden en van commentaar voorzien: van toezicht en governance tot auteursrecht en verder naar Mediarecht tot platformregulering, privacy, mededinging, nationaal en internationaal. Ik zie ernaar uit en hopelijk de lezer ook.
Ronald Vecht.
