Blog Guido van Nispen: Wie verbindt de publieke omroep?

De discussie over de recente veranderingen binnen de top van de NPO roept vanzelf vragen op over bestuur, leiderschap en organisatie. Toch ligt onder die bestuurlijke onrust een fundamenteler vraagstuk dat zich al veel langer ontwikkelt. Het Nederlandse publieke bestel is gebouwd op pluriformiteit, maar juist die pluriformiteit lijkt steeds moeilijker samen te gaan met de opdracht om maatschappelijke verbinding te creëren. Dat is geen verwijt aan individuele omroepen. Integendeel, het is misschien wel het logische gevolg van een systeem dat steeds sterker vraagt om profilering, terwijl de behoefte aan een gedeelde publieke ruimte alleen maar groter wordt.

Wie terugkijkt naar de geschiedenis van het omroepbestel ziet dat omroepen zich vrijwel altijd scherper zijn gaan onderscheiden zodra hun positie onder druk kwam te staan. Ledenaantallen, publieke legitimiteit en concurrentie om aandacht hebben identiteit steeds belangrijker gemaakt. Een duidelijke signatuur helpt immers om herkenbaar te blijven in een medialandschap waarin het aanbod vrijwel onbeperkt is geworden. Vanuit het perspectief van de afzonderlijke omroep is dat een begrijpelijke ontwikkeling. De vraag is alleen of wat rationeel is voor de afzonderlijke organisatie, ook vanzelfsprekend goed uitpakt voor het publieke bestel als geheel.

De vraag hoe pluriforme media de toekomst in moeten, stond centraal tijdens Media voor Democratie 2026, van Stichting Democratie en Media, waar bestuurders, hoofdredacteuren, toezichthouders, wetenschappers en beleidsmakers samen de balans opmaakten van het Nederlandse medialandschap. Opvallend genoeg ging het gesprek nauwelijks over het produceren van méér journalistiek. De onderliggende zorg was een andere: hebben we straks nog een medialandschap dat als zodanig wordt herkend en vertrouwd? ‘De versplintering, die wordt versneld en verdiept door AI, maakt dit alles urgenter,’ aldusSDM directrice Nienke Venema. Aan het eind van de dag kwamen zes inzichten uit de groep naar boven; variërend van de journalist als gids tot de economie van de aandacht. 

De internationale benchmark die door Project Polders Media (waar ik betrokken bij ben) na afloop werd uitgevoerd bevestigt dat beeld vrijwel volledig. Nederland behoort nog altijd tot de wereldtop als het gaat om persvrijheid en vertrouwen in nieuws. Tegelijkertijd laat de vergelijking met acht andere nieuwsmarkten zien dat de maatschappelijke samenhang onder druk staat. De benchmark concludeert dat de beslissende vraag verschuift van de vraag óf mensen toegang hebben tot nieuws naar de vraag of zij voldoende geverifieerde, originele én voldoende diverse perspectieven tegenkomen om gezamenlijk betekenis te kunnen geven aan de samenleving. Pluriformiteit alleen blijkt daarvoor niet langer voldoende.

Dat raakt precies aan het oorspronkelijke idee achter het publieke bestel. De publieke omroep is immers niet opgericht om verschillende werkelijkheden naast elkaar te laten bestaan, maar om burgers vanuit verschillende perspectieven toegang te geven tot één gezamenlijke werkelijkheid. Pluriformiteit was nooit het einddoel. Zij vormde het instrument waarmee een samenleving zichzelf vanuit meerdere gezichtspunten kon leren begrijpen. Naarmate de afzonderlijke profielen scherper worden, ontstaat echter het risico dat de onderlinge verbinding steeds minder vanzelfsprekend wordt. De afzonderlijke stemmen worden sterker, terwijl het gezamenlijke gesprek stiller wordt.

Die ontwikkeling wordt opmerkelijk goed geduid in het onderzoek van Sanne Vrijenhoeknaar normatieve diversiteit binnen algoritmische nieuwsaanbevelingen. In haar proefschrift laat zij zien dat diversiteit geen technisch vraagstuk is, maar een normatieve keuze die voortvloeit uit de democratische opdracht die een nieuwsorganisatie zichzelf geeft. Verschillende journalistieke organisaties mogen verschillende democratische idealen centraal stellen en geen van die modellen is per definitie beter dan een ander. Juist die vrijheid maakt een pluriform medialandschap mogelijk.

Dat inzicht maakt tegelijkertijd zichtbaar waar de publieke discussie misschien te gemakkelijk aan voorbijgaat. Wanneer iedere organisatie haar eigen democratische opdracht invult en haar eigen publiek steeds gerichter bedient, ontstaat vanzelf een rijker landschap van perspectieven. Wat daarmee echter niet automatisch ontstaat, is een plek waar al die perspectieven opnieuw met elkaar worden verbonden. Diversiteit produceert niet vanzelf samenhang. Zij vergroot juist de behoefte aan instituties die zichtbaar maken hoe verschillende werkelijkheden zich tot elkaar verhouden en waar burgers die perspectieven weer in relatie tot elkaar kunnen plaatsen.

Misschien ligt daar wel de grootste uitdaging voor de publieke omroep (en alle andere nieuwsorganisaties) in een tijd waarin kunstmatige intelligentie de toegang tot informatie steeds vaker organiseert. AI-systemen brengen uiteenlopende bronnen moeiteloos terug tot overzichtelijke antwoorden, terwijl nieuwsorganisaties zich tegelijkertijd steeds scherper onderscheiden om relevant te blijven. De één produceert meer variatie, de ander meer synthese. Beide ontwikkelingen versterken elkaar, maar lossen niet dezelfde maatschappelijke opgave op. Het vermogen om verschillende perspectieven naast elkaar te zien, is immers iets anders dan het vermogen om te begrijpen wat die perspectieven gezamenlijk zeggen over de samenleving waarin wij leven.

Juist daarom is de vraag wie, na de reorganisatie, binnen het publieke bestel verantwoordelijk is voor verbinding misschien belangrijker geworden dan de vraag wie verantwoordelijk is voor pluriformiteit. Over dat laatste bestaat nauwelijks twijfel; de afzonderlijke omroepen vervullen die rol met overtuiging en vanuit hun eigen traditie. Maar naarmate iedere organisatie begrijpelijkerwijs haar eigen profiel verder aanscherpt, wordt minder duidelijk wie zich nog eigenaar voelt van de ruimte tussen die verschillende perspectieven.

Misschien is dat uiteindelijk niet alleen een bestuurlijke vraag voor Hilversum, maar een democratische vraag voor ons allemaal. De gesprekken tijdens Media voor Democratie 2026, de daaropvolgende internationale benchmark en het proefschrift van Vrijenhoek wijzen in dezelfde richting. De toekomst van het Nederlandse medialandschap zal waarschijnlijk minder afhangen van de vraag hoeveel verschillende stemmen wij organiseren dan van de vraag wie ervoor zorgt dat die stemmen elkaar blijven ontmoeten.