
De NPO presenteerde deze week de laatste fase van haar reorganisatie als een noodzakelijke stap naar een kleinere, efficiëntere organisatie. Het aantal directies wordt teruggebracht van zes naar vijf, het aantal directeuren van zeven naar vijf en de eerder aangekondigde bezuinigingsdoelstelling wordt daarmee gerealiseerd. Organisaties veranderen voortdurend en ook de publieke omroep ontkomt daar niet aan. Toch lijkt deze reorganisatie over meer te gaan dan een aanpassing van het organogram.
Vrijwel gelijktijdig vertrekken drie directeuren die de afgelopen jaren verantwoordelijk waren voor enkele van de meest strategische dossiers binnen de NPO. Ezra Eeman, directeur Strategie & Innovatie, Charelle Akihary, directeur Publiek & Marketing, en Jojanneke Doorn, directeur Media, verlaten de organisatie. Ook de opdracht van interim-directeur Personeel & Cultuur Richard Greve loopt af. Dat juist deze groep vrijwel tegelijkertijd vertrekt, maakt het moeilijk om de gebeurtenissen uitsluitend als een reorganisatie te beschouwen.
Opvallend is bovendien dat de drie vertrekkende directeuren allen werden benoemd tijdens het voorzitterschap van Frederieke Leeflang. Sinds de komst van Jet de Ranitz lijkt de nadruk binnen de organisatie zichtbaar te verschuiven. Daar waar de afgelopen jaren sterk werd ingezet op innovatie, digitale transformatie, publieksontwikkeling en een meer geïntegreerde organisatie, ligt het accent nu nadrukkelijk op vereenvoudiging, efficiëntie en een compactere bestuursstructuur. Dat hoeft geen breuk te betekenen, maar het wijst wel op een andere bestuurlijke prioriteit.
De persoonlijke afscheidsberichten van de vertrekkende directeuren geven daarvan misschien wel de duidelijkste aanwijzingen. Zonder ook maar één kritisch woord te schrijven, blikken zij uitgebreid terug op de dossiers waaraan zij de afgelopen jaren hebben gebouwd. Eeman noemt onder meer de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie, de koers rond AI, distributie, NPO Start, publieke waarde en innovatie. Akihary beschrijft de digitale transformatie, de versterking van het merk NPO, nieuwe onderzoeksmethoden en de ambitie om de organisatie sterker op het publiek te richten. Doorn benadrukt juist de integratie van audio en video, de groei van NPO Start en de intensievere samenwerking tussen omroepen.
Het zijn niet zomaar projecten uit een portefeuille. Samen vormen zij vrijwel de volledige moderniseringsagenda waarmee de NPO zich de afgelopen jaren probeerde voor te bereiden op een medialandschap waarin technologie, platformen en kunstmatige intelligentie het speelveld fundamenteel veranderen.
Juist daarom roept het gelijktijdige vertrek van de bestuurders die deze agenda vormgaven vragen op. Niet omdat bestuurders nooit mogen vertrekken, maar omdat de samenloop moeilijk los kan worden gezien van een veranderende visie op de rol van de organisatie zelf. De reorganisatie suggereert een NPO die minder nadruk legt op een centraal sturende en strategische organisatie en zich sterker positioneert als dienstverlener voor de omroepen. Dat zou een wezenlijke koerswijziging zijn, ook al wordt die nergens expliciet uitgesproken.
Daarmee verschuift ook de betekenis van deze reorganisatie. Het gaat niet langer alleen over kostenbesparing of een plattere organisatiestructuur, maar over de vraag welke publieke omroep Nederland de komende jaren wil hebben. Is de NPO primair een strategische organisatie die richting geeft aan innovatie, distributie en digitale ontwikkeling, of wordt zij vooral een faciliterende organisatie waarin de omroepen weer nadrukkelijker het initiatief nemen?
Die vraag blijft vooralsnog onbeantwoord. De officiële communicatie spreekt vooral over zorgvuldige afwegingen, respectvolle gesprekken en logische vervolgstappen in carrières. Dat is begrijpelijk; niemand heeft belang bij publieke speculatie over interne verhoudingen. Tegelijkertijd maakt juist die bestuurlijke terughoudendheid het noodzakelijk om verder te kijken dan de formuleringen van een persbericht.
Want reorganisaties vertellen zelden het hele verhaal. De belangrijkste veranderingen laten zich vaak niet aflezen aan het aantal functies dat verdwijnt, maar aan de mensen die vertrekken, de expertise die daarmee verdwijnt en de thema’s die daarmee aan gewicht lijken te verliezen. In dat licht is de reorganisatie bij de NPO waarschijnlijk minder het nieuws dan de machts- en koersverschuiving die zich erachter lijkt te voltrekken. Dat is uiteindelijk de ontwikkeling die de komende jaren zal bepalen hoe de publieke omroep zich positioneert in een tijdperk waarin technologie, AI en veranderend mediagedrag sneller dan ooit de toekomst van het publieke bestel vormgeven.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Geef als eerste een reactie