Machtsconcentratie in media verschuift van uitgevers naar platforms

Niet alleen mediabedrijven, maar vooral digitale platforms als Google, Meta, Apple, Amazon, Microsoft en TikTok bepalen steeds sterker welke informatie burgers bereiken. Dat stelt onderzoeker Theresa Josephine Seipp in haar proefschrift Media Concentration 2.0: Regulating Platform Opinion Power in a Concentrated Digital Media Ecosystem, waarop zij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Volgens Seipp is het klassieke debat over mediaconcentratie te beperkt geworden. Traditioneel richt mediabeleid zich vooral op eigendom van kranten, radio- en tv-zenders of uitgeverijen. De vraag is dan: krijgt één mediapartij te veel invloed op het publieke debat? Maar in het digitale medialandschap ligt die macht steeds vaker bij platforms die zelf niet altijd als mediabedrijf worden gezien, maar wel bepalen hoe nieuws wordt gevonden, verspreid, aanbevolen, gemonetariseerd of juist onzichtbaar wordt gemaakt.

Het proefschrift onderzoekt hoe zogenoemde “opinion power” — de macht om publieke opinievorming te beïnvloeden — verschuift naar grote technologiebedrijven. Die invloed ontstaat niet alleen door bereik, maar ook door algoritmes, data, distributie, advertentiemarkten, infrastructuur en inmiddels ook AI-technologie. Platforms zijn daarmee niet langer slechts doorgeefluik of marktplaats, maar functioneren steeds vaker als poortwachter van het digitale publieke debat.

Seipp stelt dat deze ontwikkeling grote gevolgen heeft voor journalistieke autonomie en mediapluriformiteit. Nieuwsorganisaties zijn voor bereik, data, advertentie-inkomsten en technologie steeds afhankelijker geworden van platforms. Vooral kleinere, lokale en regionale nieuwsorganisaties zijn kwetsbaar, omdat zij minder onderhandelingsmacht hebben en vaak afhankelijk zijn van externe infrastructuur om hun publiek te bereiken.

Een belangrijk punt in het proefschrift is dat bestaande mediawetgeving tekortschiet. Regels rond mediaconcentratie zijn volgens Seipp nog te veel gebaseerd op klassieke media-eigendom en lineaire distributie. Daardoor blijven nieuwe vormen van machtsconcentratie buiten beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om de macht van platforms over algoritmische aanbevelingen, toegang tot gebruikersdata, communicatiestructuren, cloudinfrastructuur en AI-ontwikkeling.

Ook Europese regelgeving zoals de Digital Services Act, Digital Markets Act en de European Media Freedom Act biedt volgens het proefschrift wel aanknopingspunten, maar is nog onvoldoende toegesneden op de specifieke positie van journalistiek in een platformafhankelijk medialandschap. De EU erkent inmiddels dat platforms invloed hebben op publieke opinievorming, maar de bescherming van journalistiek, mediapluriformiteit en lokale nieuwsvoorziening blijft volgens Seipp te veel ondergeschikt aan economische en mededingingsrechtelijke logica.

Daarmee raakt het proefschrift aan een actueel debat in Nederland. Discussies over mediaconcentratie gaan vaak over fusies tussen mediabedrijven, de positie van publieke omroepen of de rol van grote commerciële uitgevers. Maar Seipp laat zien dat de macht in het medialandschap niet alleen zit bij de eigenaar van een krant of zender, maar ook bij de partij die bepaalt of nieuws überhaupt zichtbaar wordt in zoekmachines, sociale media, appstores, advertentienetwerken of AI-antwoorden.

Volgens de onderzoeker moet regulering daarom breder kijken dan marktaandeel alleen. Niet alleen economische macht, maar ook politieke, journalistieke, technologische en infrastructurele macht moet worden meegewogen. Transparantie over eigendom blijft belangrijk, maar moet worden aangevuld met transparantie over algoritmes, data, afhankelijkheden en platformrelaties.

De centrale conclusie van het proefschrift is dat democratische opinievorming niet vanzelf beschermd blijft in een digitaal ecosysteem dat wordt gedomineerd door enkele grote technologiebedrijven. Mediaconcentratie 2.0 vraagt volgens Seipp om nieuw beleid dat macht spreidt over de digitale ruimtes, infrastructuren en relaties waarbinnen nieuws wordt geproduceerd, verspreid en geconsumeerd.

Voor de mediasector is dat een belangrijke waarschuwing: de toekomst van pluriformiteit wordt niet alleen bepaald in redactielokalen, bestuurskamers of omroephuizen, maar ook in algoritmes, cloudsystemen, advertentieplatforms en AI-modellen. Juist daar dreigt de nieuwe mediaconcentratie te ontstaan.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -