Chris Aalberts: ‘Eigenzinnige keuzes worden niet op prijs gesteld’

Chris Aalberts noemt zichzelf liever blogger dan journalist. Niet omdat hij vindt dat zijn werk geen journalistiek is, maar omdat de bestaande labels niet goed passen. Journalist, blogger, publicist, wetenschapper, opiniemaker: het is allemaal een beetje waar, maar ook net niet helemaal. “Wat ik doe, dat bestaat niet”, zegt hij.

Aalberts schrijft via Reporters Online en zijn eigen website over politiek. Niet over de dagelijkse Haagse ophef waar al veel journalisten bovenop zitten, maar juist over plekken waar bijna niemand kijkt: partijcongressen, waterschappen, ledenvergaderingen en kleinere politieke bewegingen. Hij gaat erheen, luistert, schrijft op wat hij ziet en probeert politieke werelden zichtbaar te maken die in de grote media vaak nauwelijks aandacht krijgen. Zijn motivatie is simpel: hij wil dingen uitzoeken die anderen niet doen. “Ik wil allerlei dingen over politiek weten waarvan ik merk dat anderen dat niet schrijven.”

Van wetenschapper naar blogger

Aalberts is van oorsprong wetenschapper. Na zijn proefschrift bleef hij schrijven. Eerst waren dat boeken, maar boeken bereikten volgens hem niet het publiek dat hij wilde bereiken. Later ging hij bloggen. Dat begon niet met een groot plan of een uitgewerkt verdienmodel. Hij schreef gewoon over onderwerpen die hij zelf interessant vond. Eerst ging dat bijvoorbeeld over de achterban van de PVV en later over Europa. Niet omdat hij dacht dat daar meteen een groot publiek op zat te wachten, maar omdat hij het zelf wilde begrijpen. “Ik ben gewoon gaan schrijven over wat ik interessant vind.” Gaandeweg ontdekte hij dat er wel publiek voor was. Niet per se een massapubliek, maar wel een publiek dat juist bij hem informatie vindt die ergens anders moeilijk te vinden is.

Geen alternatieve media

De term “alternatieve media” vindt Aalberts ingewikkeld. Hij begrijpt waarom mensen die gebruiken, maar herkent zich er niet in. Volgens hem komt die term snel terecht bij mensen die traditionele media niet zouden willen hebben. Dan wordt hij in één hoek gezet met makers en platforms waar hij zich niet mee verbonden voelt.

Hij ziet zichzelf niet als iemand uit de complothoek of als activistisch opiniemaker. Hij wil vooral dat wat hij schrijft klopt. “Mijn enige criterium is of het klopt. Als het klopt, is het oké.” Daarom vindt hij het lastig als alles wat buiten de klassieke media valt onder één noemer wordt gezet. Alles is misschien media, zegt hij, maar niet alles is journalistiek. En juist dat onderscheid vindt hij belangrijk.

Blogger of journalist?

Als mensen hem vragen waar hij voor schrijft, heeft Aalberts nog steeds geen perfecte elevator pitch. Hij zegt meestal dat hij journalist is en voor zijn eigen website schrijft. Toch voelt blogger soms beter. Dat woord maakt duidelijk dat hij niet altijd volgens de klassieke journalistieke manier werkt. Maar ook blogger vindt hij te klein. Daarmee doet hij zichzelf tekort, zegt hij. Publicist is ook niet ideaal, want dat kan ook iemand zijn die één keer per jaar een opiniestuk schrijft. Wetenschapper klopt deels, omdat hij nog steeds wetenschappelijk onderwijs geeft. Opiniemaker vindt hij weer te weinig, omdat zijn werk volgens hem te feitelijk en serieus is. Zijn probleem is dus precies wat hem interessant maakt: hij past niet makkelijk in een bestaand vakje.

Genegeerde politiek

Het grootste verschil tussen Aalberts en andere onafhankelijke makers is dat hij naar plekken toegaat, vertelt Aalberts. Hij zit niet alleen achter zijn bureau analyses te schrijven. Hij bezoekt congressen, vergaderingen en politieke bijeenkomsten waar weinig of geen andere journalisten zijn.

Als voorbeeld noemt hij Water Natuurlijk, de grootste waterschapspartij van Nederland. Volgens Aalberts is dat een belangrijke politieke organisatie, maar grote media zijn daar meestal niet bij. Ook bij congressen van kleinere partijen, zoals Volt of de ChristenUnie, ziet hij vaak weinig tot geen journalisten. Dat vindt hij problematisch. Niet omdat elk congres groot nieuws oplevert, maar omdat politiek ook buiten de grote Haagse debatten plaatsvindt. Dat is belangrijk, omdat dat je leert wie er in die partijen aan de touwtjes trekken en hoe standpunten zich ontwikkelen “Dit is allemaal genegeerde politiek.” Volgens Aalberts is er weinig aandacht voor dit soort onderwerpen omdat ze minder bereik opleveren. Een stuk over een klein partijcongres of een waterschapsvergadering trekt minder lezers dan een ophefverhaal over Den Haag. Maar juist daarom vindt hij het belangrijk om er wel naartoe te gaan.

Erkenning is het probleem

Aalberts zegt dat hij op sommige plekken serieus wordt genomen. Veel Kamerleden kennen hem van het platform X, van zijn blog of van bijeenkomsten. Ook traditionele media weten hem soms te vinden. Zijn boek over Forum voor Democratie noemt hij zelf zijn belangrijkste werk. Daarmee kwam hij onder meer bij grote media terecht.

Toch voelt hij dat volledige erkenning ontbreekt. Hij vindt dat kranten als Trouw, de Volkskrant of NRC hem best een column hadden kunnen geven. Niet omdat hij per se bij een krant wil horen, maar omdat zo’n titel heeft als voordeel dat direct duidelijk maakt is wie je bent. Als je kunt zeggen dat je columnist bent bij NRC, hoef je nergens meer uit te leggen waarom je toegang wilt tot een politieke bijeenkomst. Nu moet hij dat vaak wel. Bij congressen, publieke tribunes of politieke instellingen moet hij uitleggen wat hij doet en waarom hij daar hoort te zijn. Dat maakt zijn positie kwetsbaar. Zeker omdat systemen voor perskaarten en toegang vaak uitgaan van klassieke journalistieke banen en vaste inkomsten. Daar wringt het volgens hem. Hij maakt bewust oncommerciële keuzes. Hij gaat naar onderwerpen die journalistiek belangrijk zijn, maar weinig publiek trekken. Tegelijk wordt hij soms afgerekend op bereik of inkomsten. “Eigenzinnige keuzes worden eigenlijk niet op prijs gesteld.”

Geld is een middel, geen doel

Aalberts verdient geld met donaties, maar hij leeft niet volledig van zijn journalistieke werk. Hij werkt daarnaast in het onderwijs, onder meer in het hbo en aan de Erasmus Universiteit. Juist daardoor kan hij oncommerciële keuzes maken. Hij zou graag meer donaties krijgen, zodat hij minder onderwijs hoeft te geven en meer tijd heeft om te schrijven. Maar een groot mediabedrijf bouwen is niet zijn doel. Werknemers wil hij niet. “Ik zie het niet als een bedrijf. Ik zie het als een roeping.”

Geld is voor hem een middel. Het zorgt ervoor dat hij naar bijeenkomsten kan gaan, stukken kan maken en zijn werk kan blijven doen. Jarenlang kostte zijn werk vooral geld. Inmiddels kan hij ermee rondkomen, maar rijk wordt hij er niet van. Dat hoeft ook niet. Zijn probleem zit volgens hem minder in geld dan in erkenning. Hij heeft trouwe lezers die hem steunen. Wat hij vooral nodig heeft, is dat duidelijker wordt dat zijn werk journalistiek relevant is.

Succes is niet alleen bereik

Aalberts meet succes niet alleen in lezerscijfers. Sterker nog: hij houdt zijn bereik niet precies bij. Hij kijkt eerder naar donaties, retweets, reacties en vooral naar impact. Als hij over Water Natuurlijk schrijft en een paar mensen binnen die partij denken daarna: zijn wij hier eigenlijk wel goed bezig?, dan is dat voor hem al waardevol. Ook als maar een kleine groep het leest.

Hij vergelijkt dat met oude publieke omroepprogramma’s waar weinig mensen naar keken, maar die toch belangrijk werden gevonden. Niet elk journalistiek verhaal hoeft een massapubliek te bereiken om betekenis te hebben. Daarmee verzet hij zich tegen de logica dat bereik altijd de belangrijkste maatstaf is. Als hij vooral geld of clicks wilde, zou hij ophef kunnen maken. Dat heeft hij eerder gedaan en hij weet dat het werkt. Maar het interesseert hem niet. “Ophefstukjes schrijven is niet interessant.”

Publieke missie

Aalberts ziet zijn werk als een vorm van publieke controle. Hij wil dat politieke partijen, bewegingen en bestuurders weten dat er iemand meekijkt. Ook als grote redacties er niet zijn.

Dat maakt zijn werk tegelijk belangrijk en moeilijk. Belangrijke onderwerpen leveren niet altijd veel publiek op. En wie weinig bereik heeft, wordt in het huidige medialandschap sneller als minder relevant gezien. Voor Aalberts is dat precies het probleem. Hij schrijft voor een klein, politiek geïnteresseerd publiek. Misschien voor één tot vijf procent van Nederland, zegt hij. Maar dat publiek zoekt verdieping, context en politieke kennis die niet overal beschikbaar is.

Zijn werk laat daarmee zien dat onafhankelijke online journalistiek niet altijd draait om grote YouTube-kanalen, virale video’s of scherpe meningen. Het kan ook gaan om een eenling die op zaterdag naar een ledenvergadering gaat waar niemand anders zit, omdat daar óók politiek wordt gemaakt.

Buiten het hokje

Chris Aalberts past niet makkelijk in de categorie alternatieve media. Hij wil daar ook niet zomaar in worden geplaatst. Toch laat zijn werk precies zien waarom nieuwe vormen van onafhankelijke journalistiek belangrijk zijn. Hij werkt buiten de vaste redacties, maar niet buiten de journalistieke werkelijkheid. Hij heeft een eigen publiek, eigen inkomsten en eigen keuzes. Hij zoekt geen massa, maar betekenis. Geen ophef, maar controle. Geen groot bedrijf, maar ruimte om te schrijven over wat volgens hem anders blijft liggen. En misschien is dat de kern van zijn positie: hij hoort nergens helemaal bij, maar juist daardoor ziet hij dingen die anderen missen.


Lees hier andere interviews in de reeks ‘Buiten de bubbel’

1 Trackback / Pingback

  1. Onderzoeksproject Spreekbuis: hoe alternatieve media het medialandschap veranderen - Spreekbuis.nl

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.