
In januari van dit jaar trad mediaveteraan Paul van Gessel aan als nieuwe hoofdredacteur van de Limburgse regionale omroep L1. Hij was, twee interimmers meegerekend, de vijfde hoofdredacteur in vier jaar tijd en trof naar eigen zeggen – na vele jaren van turbulentie – een redactie in rouw aan. Maar ook een organisatie die hunkerde naar een vergezicht. Een koerswending bracht volgens Van Gessel het zelfvertrouwen terug. Met zijn omroep wil hij enerzijds een positieve bijdrage leveren aan de Limburgse gemeenschap, maar bestuurders mogen best ook bang zijn voor L1, vindt hij.
De cultuur was naar binnen gericht, zegt hij. Er was nauwelijks geïnnoveerd. De organisatie stond op het punt als een van de laatste regionale omroepen de omslag te maken naar ‘online first’, een transformatie waarbij het accent van traditionele radio en televisie werd verlegd naar online en sociale media. Als gevolg van de reorganisatie die voor deze omslag noodzakelijk was, verdwenen programma’s en dat veroorzaakte onrust.
Het tij is gekeerd. Er kwam een merkbeleid met duidelijk omschreven doelgroepen. ‘Met dat proces kwam de energie terug in de organisatie en begon het hart weer te kloppen.’ Liefde voor Limburg werd de leidraad. ‘Niet zomaar een slogan’, benadrukt Van Gessel. ‘Je moet die liefde niet alleen etaleren, je moet haar ook zijn. Als je niet van auto’s houdt, moet je niet in een garage werken.’ Er werd ook afscheid genomen van een enkeling die in de nieuwe organisatie zijn plek niet kon vinden. De cultuuromslag bracht nieuw elan.
Focus op Wendy
Met Wendy als denkbeeldige focuspersoon gaat L1 de toekomst in. Wendy is verpleegkundige en staat symbool voor het moderne Limburg. Het is een provincie waarvan de bevolking heel gewoon lijkt, maar die dankzij de vele Wendy’s -meer dan in andere provincies- volgens Van Gessel in werkelijkheid heel bijzonder is. In het nieuwe programmabeleid wil L1 zoveel mogelijk aansluiten bij de belevingswereld van deze voorbeeldpersoon. Daarnaast is Limburg ook de provincie van het culturele ondernemerschap, met grote festivals, processies, carnaval, de schuttersfeesten, de Amstel Gold Race, een rijke historie en jonge ondernemers die de toekomst inkijken in plaats van naar het verleden.
Hij ziet voor zijn omroep een rol die zich niet beperkt tot het verslaan van wat anderen bedenken, maar vindt dat L1 als belangrijk regionaal instituut ook zelf het voortouw moet nemen. ‘De zendfunctie is belangrijk, maar het creëren van een relatie met het publiek is belangrijker.’
‘Moderne journalistiek moet niet louter verslag doen van wat anderen bedenken’, vindt Paul van Gessel. Meedoen met de samenleving én tegelijk kritisch zijn op het bestuur zullen de komende jaren hand in hand gaan. ‘We gaan niemand naar de mond praten. We pakken alle journalistieke onderwerpen aan, maar we zijn niet de Volkskrant.’
Partner in de regio
Ook al ziet L1 zich nadrukkelijk als partner in de regio, het betekent niet dat bestuurders op hun lauweren kunnen rusten. ‘We onderzoeken of ze hun afspraken nakomen. Bijvoorbeeld of er voldoende maatregelen zijn genomen om een overstroming te voorkomen, zoals die Limburg vijf jaar geleden trof. Bij het controleren van de macht moeten ze ons gevaarlijk vinden, maar tegelijk zijn we – en dat is anders dan bij andere journalistieke organisaties – ook een partner in de regio.’
Wat gaan de Limburgers daarvan merken?
‘Aan het journalistieke vak hangt sterk het idee dat de feiten moeten kloppen. Dat is natuurlijk ook zo. Maar het is ook belangrijk hoe een verhaal wordt verteld. Het is belangrijk om het nieuws een gezicht te geven: maak het empathisch. Niet via een stropdas, maar via iemand die het echte verhaal vertelt. Wel dezelfde onderwerpen, maar op een andere manier gebracht.’
Wat is het uiteindelijke doel?
‘Laten zien – voor zover dat niet al duidelijk is – dat zonder L1 het leven wel erg kleurloos is. Neem de vastelaovend. Carnaval is aan het festivaliseren en trekt naar de grote steden. In grote delen van Limburg klopt het hart nog volop, maar elders is carnaval toch aan het uitdoven. Als L1 er niet zou zijn, zou het op veel plekken de huiskamer niet meer bereiken. In de landelijke media zie je veel cultuurpessimisme. Hier leef je in een andere wereld. Tradities houden moedig stand. De vrijheid om te zijn wie je wilt zijn is voor mij een belangrijke drijfveer. Daarbij hoort ook de vrijheid om de tradities te koesteren waarin je bent grootgebracht. Daar moeten anderen van afblijven.’
Journalistiek bedrijven is moeilijker geworden, omdat het politieke spectrum zo verdeeld is. Hoe ga je daarmee om?
‘We richten ons niet op het spel, maar vooral op de knikkers. Er spelen hier grote thema’s: de vergrijzing, het feit dat de Limburgse economie voor een derde afhankelijk is van een groot chemisch bedrijf als Chemelot. Als dat omvalt, gebeurt dat ook met heel veel andere bedrijven. Dan is er nog de vraag wat er is gedaan om herhaling van de overstromingsramp van vijf jaar geleden te voorkomen. Maar er is ook droogte. Water is hier een groot thema en dan boeit het me niet zo of het CDA in Provinciale Staten vier of vijf zetels heeft. Wendy wil weten of ze ook in de toekomst droge voeten houdt.
Soms wordt de olifant in de kamer niet benoemd. Bijvoorbeeld als het om migratie gaat. Je moet er niet voor weglopen, want dan geef je het podium aan de schreeuwlelijken op sociale media. Maar als je het onderwerp bespreekt, doe het dan wel met beheersing en klasse. Elkaar vliegen afvangen over de vraag wiens kop moet rollen, draagt niets bij. Ik ben voor constructieve journalistiek: je moet de problemen niet alleen benoemen, maar ook kijken naar oplossingen.’
Wringt dat niet met de stelling: ‘Ze moeten bang zijn voor ons’?
‘Je moet niemand weg laten komen met de bewering dat van alles is ondernomen om een volgende overstromingsramp te voorkomen, terwijl je kunt vaststellen dat dat niet zo is.’
Hoe kijk je naar je functie; voelt het als een opdracht of als een speciale verantwoordelijkheid?
‘Hahaha… Ik zit hier wel met een taak. Ik kon niet aanzien dat deze club, waar ik eerder met zoveel plezier heb gewerkt, ten onder zou gaan aan gesubsidieerd ruzie maken. Mijn missie is: tot hier en niet verder. Mensen weer gelukkig maken met het feit dat ze een mooi vak mogen uitoefenen. Het moet klaar zijn met die naar binnen gerichte ellende. Daar is dit vak te belangrijk voor en de regio te mooi. En ik zou met L1 brainstormbijeenkomsten willen organiseren om het denken over de toekomst op een hoger plan te brengen. De omroep achterlaten als een middelpuntvliedende kracht. Dat is mijn doel.’
TON VERLIND
Lees hier de reeks:


1 Trackback / Pingback
Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.