
Europa beschikt over instrumenten om meer tegenwicht te bieden aan de dominante positie van Amerikaanse streamingplatforms, maar het huidige beleid is daarvoor nog onvoldoende. Dat concluderen Europese wetenschappers in het nieuwe academische boek The European Union as a Global Film Enabler, dat op 22 augustus is gepubliceerd. Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers verbonden aan onder meer de University of Liège, European University Institute, University of Vienna en Vrije Universiteit Brussel.
De onderzoekers bekijken film nadrukkelijk niet alleen als culturele sector, maar ook als economische en geopolitieke industrie. Centraal staat de vraag of de Europese Unie over voldoende beleid, industriële slagkracht en publiek beschikt om zich sterker te positioneren tegenover de Verenigde Staten. Amerikaanse platforms als Netflix, Amazon Prime Video, Disney+, Apple TV+ en HBO Max hebben volgens de onderzoekers inmiddels grote invloed op productie, distributie én de zichtbaarheid van audiovisuele content.
Uit een Europees onderzoek onder filmprofessionals blijkt hoe groot de zorgen zijn. Van 355 ondervraagden noemt 59,2 procent de VOD-platforms een belangrijk obstakel voor het bereiken van een breder publiek. Daarnaast vindt 72,4 procent dat Amerikaanse streamingdiensten nauwelijks bijdragen aan de internationale concurrentiekracht van de Europese filmindustrie. 74,8 procent ziet de platforms vooral als verspreiders van Amerikaanse cultuur.
Een belangrijk probleem is dat Europese content wel in de catalogus van streamingdiensten kan staan, maar daarmee nog niet automatisch zichtbaar wordt. De bestaande Europese regels schrijven een aandeel Europese werken voor, maar aanbevelingsalgoritmen bepalen uiteindelijk in belangrijke mate wat gebruikers daadwerkelijk te zien krijgen. Volgens de onderzoekers zijn quota daarom onvoldoende wanneer niet ook de vindbaarheid en aanbeveling van Europese producties worden geregeld.
Ook de positie van producenten baart zorgen. Uit interviews en enquêtes komt het behoud van intellectuele eigendomsrechten naar voren als een van de belangrijkste kwesties. Wanneer internationale streamers langdurig of volledig eigenaar worden van rechten, kunnen onafhankelijke producenten minder inkomsten uit latere exploitatie halen en die opbrengsten niet opnieuw in nieuwe producties investeren. De onderzoekers zien hierin een bedreiging voor de zelfstandigheid en duurzaamheid van de Europese productiesector.
De onderzoekers pleiten daarom voor een herziening van de Europese Audiovisual Media Services Directive (AVMSD). Begrippen als de ‘prominence of European works’ zouden juridisch veel duidelijker moeten worden vastgelegd, zodat Europese producties niet alleen beschikbaar zijn, maar ook daadwerkelijk vindbaar worden. Ook moeten quota, investeringsverplichtingen voor streamers en regels rond zichtbaarheid beter op elkaar aansluiten.
Daarnaast moet Europa volgens het onderzoek minder eenzijdig geld steken in productie. Meer ondersteuning is nodig voor distributie, marketing, publieksopbouw en internationale verspreiding. Juist op die terreinen beschikken de grote Amerikaanse platforms over enorme schaalvoordelen. Een sterkere Europese positie vereist daarom beleid dat verder gaat dan simpelweg méér Europese films en series produceren. Volgens het onderzoek kan een actievere Europese rol daadwerkelijk kan helpen om de Amerikaanse dominantie in mondiale audiovisuele distributie te verminderen. Daarvoor zijn volgens de onderzoekers wel sterkere regelgeving, betere distributie, meer aandacht voor kleinere Europese markten en een langetermijnstrategie noodzakelijk.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
