Nieuwe internationale standaard moet podcastbereik beter vergelijkbaar maken

De Alliance for Measurement in Podcasting (AMP) heeft The AMP Accords bekrachtigd. Met deze afspraken wil de organisatie komen tot een internationale, platformoverstijgende standaard voor het meten van audio- en videopodcasts.

AMP werd in juli 2025 bijeengebracht door Oxford Road, een groot Amerikaans bureau voor podcastreclame. De onafhankelijke coalitie telt twaalf stemgerechtigde partijen uit verschillende delen van de podcastmarkt, waaronder platforms, adverteerders, uitgevers, makers en meetbedrijven. Tot de betrokken organisaties behoren onder meer Spotify, SiriusXM Media, Libsyn, Podscribe, BetterHelp, DraftKings, Shopify, FlightStory en United Talent Agency.

De organisatie richt zich op drie vraagstukken: een gemeenschappelijke definitie van wat een podcast is, het vergelijkbaar meten van gebruik op audio- en videoplatforms en een uniforme methode om het effect van podcastreclame vast te stellen. Deelname en toepassing van de afspraken zijn vooralsnog vrijwillig. Podcastbereik wordt nu niet overal op dezelfde manier berekend. Bij traditionele, via RSS verspreide podcasts is de download jarenlang de belangrijkste maatstaf geweest. Spotify rapporteert daarnaast streams en YouTube werkt met videoweergaven. Die cijfers vertegenwoordigen verschillende vormen van gedrag en kunnen daardoor niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken.

De AMP Accords introduceren vier begrippen. Een Podcast Play ontstaat wanneer iemand minimaal dertig seconden audio of video heeft afgespeeld. Podcast Audience staat voor het aantal unieke gebruikers met zo’n play. Een Ad Impression wordt geregistreerd zodra een reclameboodschap begint af te spelen en Ad Audience betreft het aantal gebruikers dat aan zo’n reclame-impressie is blootgesteld. Daarmee verschuift de aandacht van de technische levering van een bestand naar daadwerkelijke consumptie. De download blijft volgens AMP bruikbaar als distributiesignaal, maar wordt aangevuld met een meetlaag waarmee audio- en videopodcasts op dezelfde manier kunnen worden beoordeeld. De standaard is bedoeld voor zowel open RSS-distributie als gesloten omgevingen zoals Spotify en YouTube.

Ook voor de Nederlandse podcastmarkt kan de ontwikkeling belangrijk worden. Nederlandse podcasts worden steeds vaker gelijktijdig verspreid via RSS, Spotify, YouTube en sociale videoplatforms. Voor uitgevers en adverteerders wordt het daardoor moeilijker om op basis van downloads, streams en views één totaalbeeld te vormen. Nederland heeft overigens al een eigen Podcast Standaard van het Nationaal Media Onderzoek. NMO werkt hiervoor samen met Triton Digital en baseert de metingen op de richtlijnen van het IAB Tech Lab. De maandelijkse cijfers zijn vooral gebaseerd op downloads en audiostreamstarts die via censusdata worden geregistreerd. NMO benadrukt daarbij dat een download niet automatisch betekent dat een aflevering daadwerkelijk is beluisterd. Daar ligt het belangrijkste verschil met de AMP Accords. De Nederlandse standaard zorgt voor vergelijkbare cijfers tussen deelnemende audio-uitgevers, maar is primair gericht op podcast en audio-on-demand. AMP probeert juist een verbinding te leggen tussen audio, video en gesloten internationale platforms, waarbij minimaal dertig seconden daadwerkelijk afspelen centraal staat.

AMP kan op termijn wel relevant worden als Spotify, YouTube, hostingbedrijven en internationale advertentieplatforms de definities breed gaan toepassen. Nederlandse mediabedrijven zouden hun podcastaanbod dan beter kunnen vergelijken met videopodcasts en internationaal verspreide producties. Ook kan een gemeenschappelijke definitie helpen bij de verkoop van campagnes die over meerdere platforms lopen. Daarbij past wel een kanttekening. AMP is sterk vanuit de Amerikaanse podcast- en advertentiemarkt opgezet en onder de publiek genoemde leden bevinden zich vooralsnog geen Nederlandse organisaties of Europese gezamenlijke meetinstanties. De praktische betekenis voor Nederland hangt daarom af van de bereidheid van internationale platforms, NMO, Audify, podcastuitgevers en mediabureaus om de nieuwe begrippen over te nemen. De AMP Accords zijn daarmee nog geen wereldwijd verplicht meetsysteem, maar vormen wel een poging om internationale afspraken te maken voor een podcastmarkt waarin audio en video steeds verder in elkaar overlopen.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -