Govert ten Brakel: Moord op het Mediapark

Heel af en toe ligt op het Mediapark een bosje bloemen bij een kleine bronzen tegel. Het is de plek waar Pim Fortuyn maandagavond 6 mei 2002 even na zessen werd vermoord.

Het was de achteringang van het Audiocentrum waar de studio’s waren van de popzender 3FM. Ik ken de plek goed.
Ik bracht er heel wat zondagmiddagen door voor de presentatie van Langs de Lijn.

Net als iedereen was ik ontdaan. Een politieke moord bestond alleen in onze vaderlandse geschiedenisboeken. Je moest er ver voor terug in de tijd. Naar 1584 toen Balthasar Gerards in Delft Willem van Oranje met twee pistoolschoten om zeep hielp. Of naar 1672 toen het gepeupel van de Haagse schutterij de gebroeders De Witt lynchte in een land waar de regering radeloos was en de bevolking redeloos.

Niemand kon vermoeden dat in onze tijd een politicus zou worden vermoord omwille van zijn gedachtengoed, nota bene op een terrein waar het vrije woord het hoogste goed is.

Fortuyn was aan het begin van de eeuwwisseling een kortstondig fenomeen in de Nederlandse politiek. Nederland had op dat moment zijn buik vol van twee Paarse kabinetten onder leiding van premier Kok. Sinds 1994 regeerde hij als voorman van de PvdA met de VVD en het neoliberale D66. Ons land groeide en bloeide. Privatisering werd het toverwoord. En volgens minister Zalm van financiën klotste het geld over de plinten.

Maar Paars II stuiterde naar het einde. Er waren veel problemen die onrust veroorzaakten, maar adequate politieke antwoorden bleven uit. Vooral het asielbeleid wekte in de samenleving een gevoel van onveiligheid. Het werd versterkt door de aanslagen in New York en Washington op 11 september 2001.

Fortuyn was een buitenstaander die, hoewel hij een bredere politieke agenda had, vooral deze onvrede tot een speerpunt maakte. Hij hekelde “het gepolder en gekonkel in de achterkamertjes en de regentenpolitiek,” zette zich af tegen de gevestigde politieke orde die elkaar in zijn ogen de baantjes toeschoof en meende dat de islam een gevaar was voor de Nederlandse identiteit.
Moslims mochten hem als homo best een varken noemen als hij de moslimcultuur dan maar ‘achterlijk’ mocht vinden.

Onder dit gesternte ging Nederland op weg naar de gemeenteraadsverkiezingen in maart en de landelijke verkiezingen in mei. Wekelijks besprak ik in de uitzending van het Radio 1 Journaal de actuele politieke barometer met de Haagse redactie.

Met de week moet onze verbazing meer hoorbaar zijn geweest. Als een komeet harkte Fortuyn met zijn LPF zetels bij elkaar. Van drie, naar zeven, naar twaalf. Op het hoogtepunt stond hij op 24. We werden er een beetje lacherig van. Klopten die peilingen wel? Zat er niet ergens een grote fout in het systeem?

Nee. Het was waar. Fortuyn gaf de zwijgende, ontevreden massa een stem. At your service! De vaste waarden op het Binnenhof hadden aan hem een flamboyante tegenstander van formaat. In Rotterdam plukte Fortuyn bij de gemeenteraadsverkiezingen vooral de PvdA kaal, werd met 17 zetels de grootste partij in de Maasstad. Dat beloofde wat voor de aanstaande Tweede Kamervrrkiezingen.

Maar alles werd anders op de avond van maandag 6 mei 2002.
Tot 6 uur ‘s avonds was het een weinig opwindende dag wat het nieuws betrof. Het aanbod was als het weer. Al een tijdje geen winter meer, maar ook niet echt lente: elf graden onder een flauw zonnetje.

Rond half vier die middag parkeerde milieuactivist Volkert van der Graaf uit Harderwijk z’n rode Toyota voor de deur van Celebeslaan 45, aan de rand van het Mediapark. Getooid met baseballpetje liep hij de laan uit, stak de weg over en bereikte na luttele meters het aan zijn rechterhand gelegen Dievenpaadje; een smal weggetje waarlangs in vroeger tijden de veldwachter boeven naar het gerecht in Naarden bracht.

Hij droeg een plastic tasje met daarin een semi-automatisch vuurwapen. Lopend tussen het gebouw van het Commissariaat voor de Media en het pand van de educatieve omroep RVU had hij ongezien toegang tot het Mediapark.

Pim Fortuyn arriveerde een kwartiertje later bij de hoofdingang. De bewaker was op de hoogte van zijn komst. De slagboom zwaaide omhoog.
Iets van onheil hing in de lucht. Kort voor de aanslag kreeg Fortuyn tijdens een persconferentie in Nieuwspoort in Den Haag een smerige taart in het gezicht geduwd onder de uitroep: “Op naar 0 zetels.” Verslaggever Joris van de Kerkhof van het Radio 1 Journaal stond naast hem, bleef bewonderenswaardig koel en legde rustig uit wat er gebeurde.

Rond de klok van zes uur op de avond van zes mei dook de moordenaar op. Collega Peter de Vries was ooggetuige.
“Oh mijn God, oh mijn God, oh mijn God. Hier op de parkeerplaats van Radio 3, terwijl de Ster loopt, twee minuten, drie minuten nadat het programma is afgelopen, ligt hier Pim Fortuyn.”

Indringender en indrukwekkender kan de radio niet klinken. Joris van der Kerkhof constateerde voor de officiële aankondiging al dat Fortuyn moest zijn overleden. “Je legt geen wit laken over iemand die nog in leven is,” zei hij.

Ook voor het buitenland was de moord groot nieuws. Het Amerikaanse NBC News deed iets wat nog nooit eerder was voorgekomen: de zender opende zijn uitzending met de gebeurtenissen in ons land.

Rudi Boon, programmamaker van de VPRO-televisie en voordien mijn redactiechef bij het Radio 1 Journaal, herinnert zich dat hij en zijn collega’s het gebouw van hun omroep, dat in de directe nabijheid van de plek des onheils staat, niet mochten verlaten.

Ze kwamen bijeen op de begane grond en luisterden naar de radio. “Allemaal mensen die doorgaans over van alles en nog wat een mening hadden en eraan gewend waren die de ether in te slingeren. Nu had niemand een zinnig woord te zeggen. Urenlang niet. En nog steeds niet eigenlijk,” herinnerde hij zich later.