
Een Amerikaanse president die de Britse publieke omroep voor tien miljard dollar naar een rechtbank in Florida sleept en een Poolse oud-strijder die een Duitse televisieserie in Warschau aanvecht. In beide gevallen gaat het om dezelfde vraag, namelijk in welk land kan een omroep ter verantwoording worden geroepen wanneer iemand denkt dat een programma zijn goede naam zou hebben aangetast?
Die vraag lijkt saai en technisch en dat is ook zo. Toch kan het antwoord beslissend zijn over de uitkomst van een zaak. Wie zijn geschil voor de “juiste” rechter brengt, kan mogelijk meer schadevergoeding binnenhalen, sneller een rectificatie afdwingen of de tegenpartij op thuisterrein onder druk zetten. Aan de hand van twee recente zaken hoop ik deze saaie maar belangrijke materie onder de aandacht te brengen.
De claim van Trump in Miami
Eind 2025 stapte Donald Trump naar een federale rechtbank in Miami met een lastervordering van tien miljard dollar tegen de BBC. De inzet was een aflevering van het actualiteitenprogramma Panorama waarin een toespraak van begin 2021 zo was gemonteerd dat de indruk ontstond van een rechtstreekse oproep tot geweld. De omroep bood zijn excuses aan en haalde de montage van zijn platforms, de top trad af, maar houdt vol dat er geen juridische grondslag voor laster bestaat.
In de procedure die volgde, koos de BBC voor wat heet een territoriaal verweer. Volgens de omroep kan de zaak niet standhouden omdat de documentaire nooit in Florida is uitgezonden en omdat Trump de verkiezingen hoe dan ook heeft gewonnen, zodat van werkelijke reputatieschade nauwelijks sprake kan zijn. Dit zogenoemde jurisdictieverweer vormt de kern van het verzoek tot niet-ontvankelijkheid dat de BBC aan de rechter in Amerika voorlegde. De BBC verzocht de rechter ook om de bewijsfase aan te houden, zolang over de ontvankelijkheid nog niet was besloten, De rechter wees dat verzoek echter af zodat de zaak die bewijsfase inmiddels is ingegaan. Die bewijszaak wordt naar verwachting in Miami in februari 2027 voor de rechter behandeld. Wat het verweer tot niet-ontvankelijkheid interessant maakt, is de redenering dat de plaats waar beelden te zien zijn, bepalend moet zijn voor de plaats waar je erover mag procederen.
Dezelfde vraag, maar dan in Europa
Bijna gelijktijdig boog het Hof van Justitie van de Europese Unie zich over exact die vraag in een zaak die qua sfeer en toepasselijk recht mijlenver van Miami afstaat. Een voormalig Pools soldaat en een vereniging van oud-strijdmakkers vonden dat een Duitse televisieserie hun eer aantastte. Het drama schetste leden van een Poolse verzetsgroep uit de Tweede Wereldoorlog als antisemieten en collaborateurs. De serie werd vanaf 2013 in Duitsland uitgezonden, later ook elders in Europa en stond bovendien online. De eisers daagden de Duitse producenten voor de Poolse rechter, maar die producenten vonden dat alleen een Duitse rechter mocht oordelen. Het Poolse hoogste rechtscollege legde de te ontwarren knoop voor aan het Hof in Luxemburg, omdat het hier ging om uitleg van Europees recht.
In zijn arrest van 18 juni 2026 trekt het Hof een scherpe lijn tussen twee soorten media. Voor een klassieke televisie-uitzending blijft de oude “mozaïek”-benadering gelden. Een rechter in elk land waar de serie te zien was, mag oordelen, maar telkens alleen over de schade die binnen zijn eigen landsgrenzen is ontstaan. Wie zijn volledige schade in één keer wil verhalen, moet daarvoor naar het land van de omroep zelf. De ruimere mogelijkheid om alle schade te bundelen bij de rechter van het “centrum van je belangen”, doorgaans je eigen woonland, geldt volgens het Hof niet voor televisie. Het Hof blijft voor lineaire televisie uitgaan van een territoriale benadering, ondanks de voortgaande convergentie met online media.”
Maar het Hof zegt nog iets belangrijks. Bij online verspreiding ligt het anders. Daar mag de gedupeerde zíjn volledige schade wél bundelen bij de rechter van zijn eigen belangencentrum, dus meestal daar waar de klager woont. Daar is wel één voorwaarde aan verbonden. De inhoud moet hem of haar herkenbaar aanwijzen. En dat werd de Poolse veteraan fataal. De serie is fictie en noemt geen echte personen. Het enkele feit dat iemand tot een herkenbare groep behoort, maakt hem juridisch nog niet persoonlijk identificeerbaar.
Voor de andere klager, de vereniging, had het Hof echter een positieve uitkomst. De verzetsgroep zelf wordt door de serie benoemd als een afgebakend collectief en de vereniging bestaat nu juist om de belangen van die groep te behartigen. Daarmee was het voor de makers voorzienbaar dat zij in het thuisland van die vereniging zouden worden aangesproken. Het gevolg is opvallend want een belangenorganisatie kan haar volledige claim centraliseren op een plek waar haar afzonderlijke leden dat volgens het Hof in dit geval niet zouden kunnen. Daarmee ging het Hof verder dan zijn eigen adviseur, de advocaat-generaal, die beide vorderingen wilde afwijzen.
Wat dit betekent voor de zaak Trump -BBC
Belangrijk om te benadrukken is dat het arrest van het Hof van Justitie geen bindende betekenis heeft voor de procedure in Florida. De bevoegdheidsregels waarop het Hof zich baseert, gelden alleen binnen de Europese Unie. Trump procedeert in de Verenigde Staten, onder Amerikaans recht, terwijl de BBC in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd. Het Europese recht is daarom niet rechtstreeks van toepassing.
Toch laat de vergelijking zien dat aan beide kanten van de Atlantische Oceaan vergelijkbare vragen spelen. De BBC heeft in Florida aangevoerd dat de rechter daar niet bevoegd zou zijn omdat het programma niet in Florida werd uitgezonden. Dat argument vertoont gelijkenis met de Europese gedachte dat schade in beginsel moet worden gekoppeld aan de plaatsen waar de inhoud daadwerkelijk is ontvangen.
De discussie wordt echter ingewikkelder zodra dezelfde inhoud ook online beschikbaar is. Het Hof van Justitie maakt in zijn arrest immers een duidelijk onderscheid tussen klassieke televisie-uitzendingen en internetpublicaties. Hoewel die Europese benadering niet rechtstreeks kan worden toegepast op de Amerikaanse procedure, illustreert het wel hoe de wijze van verspreiding steeds belangrijker wordt bij de beoordeling van grensoverschrijdende reputatieschade.
Sinds het verschijnen van de eerste berichten over de procedure heeft de zaak bovendien een nieuwe dimensie gekregen. De discussie verschuift inmiddels naar de vraag welke schade Trump daadwerkelijk heeft geleden en in hoeverre die schade kan worden aangetoond. De BBC probeert onder meer inzicht te krijgen in financiële gegevens om de gestelde economische schade te toetsen, terwijl Trumps advocaten juist hebben betoogd dat de zaak in essentie draait om reputatieschade. Daarmee staat niet alleen de vraag centraal waar geprocedeerd mag worden, maar ook hoe reputatieschade en vermogensschade juridisch van elkaar moeten worden onderscheiden.
Er is inmiddels een voorlopige procesdatum in 2027 vastgesteld, terwijl de bewijsvoering tussen partijen verder wordt uitgewerkt. Daarmee lijkt de zaak zich op dit moment te verplaatsen van een discussie over bevoegdheid naar een discussie over bewijs en schadeomvang.
De les voor omroepen
Voor omroepen, producenten en uitgevers loopt door beide zaken dezelfde rode draad. Een zuiver territoriale uitzending in eigen land beperkt blootstelling aan claims. Een omroep riskeert mogelijk wel deelclaims, land per land. Maar zodra dezelfde inhoud onbeperkt online staat en een herkenbare persoon of een welomschreven groep raakt, kun je in het thuisland van die gedupeerde voor het volledige bedrag worden aangesproken. Dat is goed om als omroep te realiseren wanneer je je online aanbod buiten de eigen landsgrenzen beschikbaar wilt maken en overigens soms op basis van Europese wetgeving beschikbaar moet maken. Geoblocking kan relevant zijn bij de beoordeling van gerichtheid op een bepaald publiek, maar biedt geen garantie dat een rechter zich onbevoegd verklaart.
Als opvallende bijkomstigheid illustreert de zaak een ongemakkelijke waarheid voor wie kritische media met miljardenclaims bestookt. Het proces dwingt de eiser om zijn eigen boeken en naaste kring open te leggen, want de BBC mocht inmiddels tientallen vertrouwelingen dagvaarden. Een aanpak die misschien in Europa ook uitkomst zou kunnen gaan bieden tegen het te pas en te onpas procederen tegen media als aanvulling op de Europese regelgeving ter bescherming tegen zogeheten strategische rechtszaken tegen publieke participatie (Strategic Lawsuits Against Public Participation, SLAPPs).
De grens tussen televisie en internet, die door streaming en video-on-demand allang vervaagd leek, blijkt juridisch dus nog levend. Of de rechter in Miami zich daar iets van aantrekt, zal blijken. Maar de onderliggende vraag of de plaats van uitzending mag bepalen waar je recht zoekt, zal voorlopig niet verdwijnen.
Bron: HvJ EU 18 juni 2026, zaak C-232/25 (ECLI:EU:C:2026:494). Feiten over de zaak Trump/BBC ontleend aan openbare persberichtgeving (o.a. CNBC, Variety, The Guardian).
