Blog Hans van Dijk: ‘Zit TV in de herfst van haar bestaan?’

In het uiteinde van 2026 vieren we 75 jaar televisie in Nederland. Een mooi jubileum, vol nostalgie, historische fragmenten, legendarische programma’s en verhalen over de tijd dat heel Nederland op hetzelfde moment naar hetzelfde scherm keek. Wellicht is het ook symbolisch, want lineaire televisie lijkt ook is in de herfst van haar bestaan te zijn beland

Dat is niet de mooiste conclusie op een verjaardag, maar wie naar de ontwikkeling van de kijkcijfers kijkt, kan moeilijk beweren dat er niets aan de hand is. In 2024 keek de gemiddelde Nederlander nog 98 minuten per dag live naar de traditionele tv-zenders. Een jaar later waren daar nog 87 minuten van over. Bij 20- tot 34-jarigen ging het in één jaar zelfs van 36 naar 25 minuten live televisie per dag.  Dat zijn niet allemaal kijkers die opeens besloten hebben om ’s avonds een boek van Tolstoj te pakken.

Er wordt nog steeds ongelooflijk veel video gekeken. Alleen steeds minder op het moment dat Hilversum heeft bedacht dat wij moeten kijken. Tina Nijkamp zegt het al langer. Deze zomer waarschuwde ze dat het met de lineaire kijkcijfers inmiddels echt snel gaat. Ze wees erop dat er steeds vaker dagen zijn waarop geen enkel televisieprogramma nog een miljoen lineaire kijken.

Rond 75 jaar televisie zei ze opnieuw dat het lineaire kijken sterk terugloopt en dat de klassieke televisieavond verdwijnt. Haar verwachting is dat vooral nieuws en sport het langst lineair bekeken zullen blijven. Daarmee sterft niet tv, maar wel de klassieke televisieavond. Jarenlang was dat schema misschien wel het belangrijkste product van een televisiezender. Om acht uur het Journaal. Om half negen de grote show. Daarna een dramaserie of talkshow. De kijker paste zijn avond aan de programmering aan, maar nu gebeurt steeds vaker het tegenovergestelde, waarbij de programmering zich moet aanpassen aan het leven van de kijker.

RTL heeft Videoland. De NPO heeft NPO Start. Talpa heeft KIJK. Programma’s worden steeds vaker niet meer uitsluitend gemaakt voor een uitzendavond, maar voor een veel langere levenscyclus, via Videoland, NPO Start, NLZIET, KIJK of Youtube.  Ondertussen schuift ook het reclamegeld mee. Screenforce noemde 2025 zelf een ‘kanteljaar’. De totale tv-reclamemarkt kromp met 5,1 procent, terwijl het aandeel online video en streaming binnen de spotmarkt voor het eerst naar 10 procent steeg.

En bij deze viering vergeten we bijna de ruim dertig jaar oudere broer van televisie; de radio. De eerste Nederlandse radio-uitzendingen voor een breed publiek dateren uit 1919. Toen de televisie in oktober 1951 officieel begon, had radio er dus al ruim drie decennia opzitten. Je zou daarmee erwachten dat juist radio inmiddels diep in de winter van haar bestaan zou zitten.

Bij de opkomst van de cassette,  cd , MTV, Napster, iPod, Spotify,  YouTube en Podcasts werd steeds gezegd dat radio nu toch echt dood was.

Toch blijkt uit de nieuwe NMO AudioMonitor 2026 iets opvallends: live radio is nog altijd goed voor 66 procent van alle audioluistertijd in Nederland. Muziekdiensten komen uit op 25 procent. Podcasts en andere audiovormen blijven daar ver achter zich in luistertijd én reclame-inkomsten. Een medium dat meer dan honderd jaar oud is, heeft binnen zijn eigen domein nog altijd een veel sterkere livepositie dan televisie.

Daarmee kun je zelfs stellen dat lineaire televisie momenteel structureel meer onder druk staat dan live radio. Joop van den Ende ga in een AD-interview al aan dat hij verwacht dat de daling in lineaire kijktijd na volgend jaar zal stoppen.
Van den Ende “Er komt een bodem en die bodem zal volgend jaar bereikt zijn, is mijn inschatting.”. Daarnaast heeft  televisie nog één groot voordeel: terugkijken is inmiddels volledig ingeburgerd.

In 2025 werd gemiddeld 31 minuten per dag uitgesteld naar televisiezenders gekeken. Bij 20- tot 34-jarigen bestond zelfs een derde van de kijktijd naar lineaire zenders uit uitgesteld kijken.  Wie een programma maandagavond mist, kijkt het dinsdag alsnog. Bij radio gebeurt dat op het eerste gezicht veel minder. Het terugluisteren van bijvoorbeeld een NPO Radio 2-programma gebeurt een stuk minder dan een gemiddeld NPO 2 programma. Radio is daarmee veel vluchtiger. Je zet hem aan in de auto, tijdens het koken, op het werk of ’s morgens bij het ontbijt. Je stapt ergens midden in een uitzending in en even gemakkelijk weer uit.

‘Wat voorbij is, is voorbij.’, maar wel met nuance want steeds meer radioprogramma’s verschijnen na uitzending ook als podcast. Soms integraal. Soms in delen. Soms worden interviews, columns en rubrieken losgeknipt en opnieuw aangeboden (en soms als reel op Insta of TikTok. Dat maakt overigens het meten van bereik wel knap lastig.

Televisie zit nu midden in diezelfde transitie, waarbijtelevisie ophoudt uitsluitend televisie te zijn. Een programma kan tegenwoordig beginnen als Videoland-serie, daarna op RTL 4 verschijnen, fragmenten produceren voor TikTok en YouTube en weken later nog bekeken worden. In Hilversum wordt het teruglopende lineaire bereik soms wel erg gemakkelijk weggepoetst met termen als total video, crossmediaal bereik en online views.

Al is het natuurlijk onzin om het verlies van honderdduizenden lineaire kijkers als geen probleem is zolang ergens op Instagram nog een filmpje drie miljoen keer langs een duim is geschoven. Een miljoen mensen die op hetzelfde moment naar hetzelfde programma kijken, heeft veel meer maatschappelijke en commerciële betekenis die je niet zomaar kunt vervangen door een optelsom van views, starts, streams en social clips.

De gezamenlijke ervaring was altijd de enorme kracht van televisie. Dat sluit precies aan bij wat Tina Nijkamp voorspelt: nieuws, sport en actualiteit zullen het langst overeind blijven als echte lineaire televisie. De lineaire televisie zit wellicht dus in de herfst, maar dat betekent niet ‘dat de boom dood’ is, maar enkel in transitie is naar een nieuwe fase.