
Het is goed dat Amma Asante van het Commissariaat voor de Media vraagt om input voor de hervorming van het publieke mediabestel. Niet alleen omdat de misstanden inmiddels in een forse bibliotheek aan rapporten zijn beschreven en recent opnieuw naar voren komen in de boeken van Mark Koster en Dieuwke Wynia. Dat is op zichzelf al voldoende reden voor enige bestuurlijke zelfreflectie, al lijkt juist dat soms het meest schaarse goed in Hilversum. Belangrijker is dat de Nederlandse burger een sterk publiek bestel verdient. Niet als historisch bezit van omroepen, bestuurders en toezichthouders, maar als publieke voorziening die vertrouwen moet blijven verdienen.
Dat vertrouwen is niet meer vanzelfsprekend te organiseren met de traditionele formule. Lange tijd was de belofte overzichtelijk. Een professionele redactie verzamelde de feiten, controleerde ze, bracht er vorm in aan en leverde vervolgens iets af dat dicht genoeg bij de waarheid lag om door het publiek te worden vertrouwd. Dat model is niet verdwenen. Het is alleen niet meer voldoende. In een samenleving waarin informatie overvloedig is, maar oriëntatie schaars, moet journalistiek meer doen dan melden wat er is gebeurd. Zij moet ook zichtbaar maken hoe zij tot haar oordeel komt.
Juist bij de publieke media zijn pluriformiteit en verbinding in een ongemakkelijke verhouding terechtgekomen. Pluriformiteit moet verschillende stemmen, achtergronden en perspectieven zichtbaar maken. Verbinding moet vervolgens het maatschappelijke tegenwicht bieden tegen fragmentatie. Dat klinkt nobel, en in beleidsstukken zelfs bijna onschuldig. Maar zodra beide begrippen naast elkaar worden gezet alsof zij elkaar moeten corrigeren, ontstaat precies de spanning die men zegt te willen verminderen. Een van de beste mediajournalisten van Nederland David de Jong schreef daar een uitstekend artikel over naar aanleiding van een bijeenkomst met NPO voorzitter Jet de Ranitz.
Pluriformiteit zonder journalistieke ordening wordt al snel een optelsom van posities. Iedereen herkent zijn eigen gelijk, niemand hoeft nog te bewegen. Dan wordt de publieke ruimte een etalage waarin perspectieven keurig naast elkaar liggen, zonder dat duidelijk wordt wat onderzocht, gewogen of weerlegd is. Verbinding zonder scherpte is even riskant. Dan verandert journalistiek in een oefening in geruststelling, waarin verschillen worden afgevlakt om het geheel draaglijk te houden. Het publiek krijgt dan geen beter begrip van de werkelijkheid, maar een netter verpakte versie van de spanning.
Waarheid is in de praktijk geen vast object dat door één redactie kan worden overhandigd. Zij is de best onderbouwde weergave van de werkelijkheid die op een bepaald moment beschikbaar is, gevormd door bewijs, methode en de bereidheid tot correctie. Dat is minder plechtig dan het oude idee van de waarheid, maar voor journalistiek belangrijker. Zeker op terreinen als geopolitiek, technologie, wetenschap en institutionele macht ontstaat betrouwbaarheid niet doordat één medium het laatste woord heeft, maar doordat controleerbaar wordt hoe dat woord tot stand kwam.
Daar ligt de publieke opdracht. Niet stemmen stapelen om pluriformiteit te bewijzen. Niet tegenstellingen gladstrijken om verbinding te suggereren. Maar zichtbaar maken hoe journalistieke oordelen ontstaan: via selectie, verificatie, twijfel, correctie en weging. Ook door divergentie te tonen, dus door te laten zien waar dezelfde feiten anders worden geïnterpreteerd, welke aannames daaronder liggen en waarom die verschillen ertoe doen. Niet om relativisme te organiseren, maar om begrip mogelijk te maken voor andere zienswijzen zonder het journalistieke oordeel op te geven.
Verbinding ontstaat niet doordat verschillen verdwijnen. Zij ontstaat doordat zichtbaar wordt hoe ermee wordt omgegaan. Misschien is dat wel de moeilijkste opdracht voor een publiek bestel dat lang heeft geleefd van instituties, herkenning en gewoonte. In een tijd van narratieve overvloed verdient vertrouwen minder een beroep op gezag dan een blik in de werkplaats. Niet omdat journalistiek dan minder zeker wordt, maar omdat duidelijker wordt waar haar zekerheid vandaan komt. Ik wens Asante succes met de invoering van de veranderingen en haar gesprekken daarover met De Ranitz.
