Blog Guido van Nispen: Altijd wel iets om ruzie over te maken, en belastinggeld in overvloed om dat te bekostigen

Twee nieuwe boeken liggen op mijn bureau. Van Mark Koster en Dieuwke Wynia, beiden schrijven over misstanden bij de publieke omroep. (In het boek van Koster komt zelfs de vreselijke periode aan bod die ik als toezichthouder bij AVROTROS heb meegemaakt.) Tekenend is dat beide boeken vrijwel hetzelfde ontwerp en dezelfde kleurstelling hebben. Het voelt als meer van hetzelfde, ook al doen de auteurs hun best om helder inzicht te geven in wat er speelt.  Het is geen lichte kost, maar ook geen verrassing. Wie de afgelopen jaren de stroom aan rapporten, onderzoeken en reconstructies heeft gevolgd, herkent de patronen onmiddellijk. Cultuurproblemen. Governance die hapert. Interne verhoudingen die verharden. En daarbovenop een juridisering die zich als een tweede laag over alles heen legt.

Je zou denken dat herhaling op enig moment tot verbetering leidt. Dat een sector leert. Dat toezicht zich aanscherpt. Dat bestuurders zich realiseren dat publieke middelen ook publieke verantwoordelijkheid impliceren. Maar die gedachte veronderstelt een lerend vermogen dat zich niet vanzelf organiseert.

Wat wel vanzelf lijkt te gaan, is het mobiliseren van juridische capaciteit. Advocaten zijn in de publieke omroep geen sluitpost, maar een vaste factor geworden. Procedures stapelen zich op, verweren worden opgebouwd, tegenaanvallen voorbereid. Het is een dynamiek die zich beperkt laat verklaren door de complexiteit van het bestel, maar die ook een eigen logica heeft gekregen. Wie eenmaal in een conflict zit, kan er moeilijk uitstappen zonder gezichtsverlies. En het geld voor de advocaten blijft gewoon uit de kraan van OCW stromen.

De vraag die daarbij blijft hangen, is hoe uitzonderlijk dit eigenlijk is. Ik ken weinig organisaties waar zo structureel en zo ruimhartig met belastinggeld juridische trajecten worden gefinancierd. Zeker niet op een manier die zo zichtbaar samenhangt met interne conflicten. In het bedrijfsleven zou een dergelijke situatie al snel aanleiding zijn voor ingrijpen door aandeelhouders of toezichthouders. In de publieke sector lijkt de tolerantie groter, of misschien de afstand. Of desinteresse.

Tegelijkertijd is er geen gebrek aan reflectie. Integendeel. De stapels rapporten groeien gestaag. Elk nieuw onderzoek voegt nuance toe, legt nieuwe accenten, benoemt andere oorzaken. Maar in de praktijk lijken ze vooral nieuw materiaal te leveren voor het volgende conflict. Peter Vlemmix van Ongehoord Nederland is zo’n bestuurder met conflicten. Hij merkte op dat zijn dagtaak voor een flink deel bestaat uit het afwikkelen van juridische zaken. Een constatering die tegelijk nuchter en onthullend is. Nuchter, omdat zij de realiteit beschrijft. Onthullend, omdat zij impliciet erkent dat het systeem zichzelf in stand houdt.

Er zit ook iets ongemakkelijks in de openheid waarmee dit wordt uitgesproken. Alsof de juridische druk een externe factor is, een gegeven waar men zich toe moet verhouden. Terwijl die druk in belangrijke mate voortkomt uit interne keuzes, uit omgangsvormen, uit governance die ruimte laat voor escalatie. Met de zomer voor de deur zou een andere toon denkbaar zijn. Minder nadruk op procedures, meer op reflectie. Minder nadruk op gelijk halen, meer op begrijpen waar het misgaat. Dat vraagt niet alleen om andere bestuurders, maar vooral om een andere manier van besturen.

Voor schrijvers van boeken en uitvoerders van cultuuronderzoeken lijkt de komende periode in ieder geval verzekerd van werk. Dat is misschien de meest stabiele constante in dit geheel. Een ecosysteem waarin analyse en conflict elkaar voeden, zonder dat duidelijk wordt waar de cyclus doorbroken kan worden. En misschien ligt daar precies de vraag die deze boeken impliciet stellen, zonder haar te beantwoorden. Niet wat er misgaat. Dat is inmiddels uitvoerig gedocumenteerd. Maar wie er belang bij heeft dat het zo blijft.