
Afgelopen maanden vielen twee Nederlandse media-iconen in de prijzen. Eind april kreeg John de Mol vanuit Spreekbuis en NLZIET een onderscheiding als meest invloedrijke tv-maker uit 75 jaar Nederlandse televisiegeschiedenis. Eerder deze week ontving Reinout Oerlemans de Media Oeuvre Award 2026 voor zijn bijdrage aan het Nederlandse medialandschap.
Twee verschillende carrières en twee verschillende generaties, maar ook twee ondernemers die iets gemeen hebben: ze bewezen dat je vanuit een klein land een wereldspeler kunt worden. En ze zijn niet de enigen. Waarom brengt Nederland relatief zoveel succesvolle mediaondernemers voort? En wie zijn de volgende namen die internationaal het verschil kunnen maken?
Historie
Het succes van Nederlandse (media)ondernemers heeft een lange historie, dat verder teruggaat dan Hilversum. Nederland is van oorsprong een handelsland. Eeuwenlang waren Nederlanders gewend om over grenzen heen te kijken. Niet omdat dat leuk was, maar omdat het noodzakelijk was. Met een beperkte thuismarkt liep Nederland al snel tegen zijn natuurlijke grenzen aan. Wie echt wilde groeien, moest naar het buitenland. Voormalig premier Jan Peter Balkenende noemde dat ooit de “VOC-mentaliteit“: ondernemerschap, avontuur, internationale handel en het lef om nieuwe markten te verkennen.
Die term VOC ligt tegenwoordig bij somigen onder ons gevoelig, door de schaduwzijden van de koloniale geschiedenis en de rol die slavernij daarin speelde. Tegelijkertijd wordt vaak vergeten dat de slavernijhandel economisch slechts een zeer beperkt deel vormde van de totale handelsactiviteiten van de VOC en ook moet bekeken in de context van een zeventiende-eeuwse wereld waarin koloniale macht, handelsstrijd en uitbuiting breed voorkwamen. De VOC wordt nog steeds gezien als grootste mediaconcern uit de wereldgeschiedenis dat groter is dan de huidige top 20 grootste bedrijven (inclusief Apple, Amazon, Meta, Microsoft, Meta en Indivia). Belangrijker dan de (beruchte) historische discussie is misschien de mentaliteit die eruit voortkwam: internationaal denken, kansen zien buiten de landsgrenzen en durven investeren in nieuwe markten. Die houding zien we eeuwen later nog steeds terug bij Nederlandse mediaondernemers.
Daarnaast beschikte Nederland al vroeg met Philips over een internationaal technologiebedrijf van formaat. Philips investeerde decennialang in radio, televisie, consumentenelektronica, audiovisuele technologie en innovatie. Daardoor ontstond in Nederland een unieke combinatie van technische kennis, creativiteit en ondernemerschap. Hoewel het succes van De Mol, Van den Ende of Oerlemans uiteraard niet rechtstreeks aan Philips kan worden toegeschreven, heeft het bedrijf wel een belangrijke voedingsbodem gecreëerd voor een innovatieve media-industrie. De combinatie van technologie en content blijkt immers ook vandaag nog de sleutel tot succes.
Exportproduct
Wanneer we praten over internationale mediasuccessen uit Nederland, denken veel mensen direct aan John de Mol met formats als Big Brother, The Voice en talloze andere programma, maar hij stond uiteraard niet alleen. Samen met Joop van den Ende bouwde een internationaal productie-imperium op. Hun Endemol vormden mede de basis van de moderne Nederlandse televisie-industrie. Er waren ook andere pioniers zoals Ralph Inbar, Harry de Winter en René Stokvis, die al vroeg aantoonden dat Nederlandse programma’s succesvolle exportproducten konden zijn. Juist doordat het niet één persoon was groeide Nederland uit tot een van de belangrijkste exporteurs van televisieformats ter wereld.
Op het eerste gezicht lijken John de Mol en Reinout Oerlemans totaal verschillende ondernemers. Toch delen ze opvallend veel eigenschappen. Allereerst denken ze groter dan Nederland. Vrijwel ieder project wordt bekeken vanuit internationaal potentieel. Daarnaast zijn ze zowel creatief als zakelijk. Veel mensen hebben goede ideeën. Veel ondernemers kunnen bedrijven bouwen. Slechts weinigen beheersen beide disciplines tegelijk, maar misschien nog belangrijker is dat ze risico’s durven te nemen. Dat geldt overigens niet alleen voor De Mol en Oerlemans, maar ook voor Joop van den Ende. Alle drie hebben ze in hun loopbaan forse mislukkingen gekend. Denk aan TV10, Tien, mislukte formats, tegenvallende investeringen of internationale avonturen die niet direct opleverden wat ervan werd verwacht. Het verschil zit niet in het vermijden van mislukkingen, maar in hoe ze ermee omgaan (en ze soms alsnog om te buigen tot een succes). Ze durven tijdig ergens de stekker uit te trekken. Ze blijven niet hangen in projecten die niet werken. Tegelijkertijd laten ze zich niet verlammen door tegenslagen. Na iedere mislukking volgt vrijwel direct een nieuw initiatief.
Mislukkingen ombuigen tot een succes
Daarnaast zijn ze opportunistisch in de positieve zin van het woord. Ze schakelen op meerdere borden tegelijk, herkennen kansen voordat anderen dat doen en weten waarde te halen uit projecten die ogenschijnlijk mislukt lijken. Soms blijkt een programma geen succes, maar wordt een format alsnog internationaal verkocht. Soms levert een zender weinig op, maar ontstaan er nieuwe samenwerkingen of nieuwe zakelijke kansen. John de Mol bracht de formats van het mislukte Tien onder bij RTL en kreeg daar een belang van 26 procent. Niet veel later werd hij uitgekocht en kreeg een deal dat RTL formats van hem bleef aankopen. En vervolgens kocht hij SBS. Joop van den Ende wist na het mislukte TV10 zijn sterrenstal weg te zetten bij RTL en werd hofleverancier op het gebied van tv-formats bij RTL en VTM van de familie Van Thillo, waarmee hij ook direct aan de wieg stond van de expansie van DPG Media als grootste mediabedrijf van de Benelux. Ook begrijpen ze iets wat veel ondernemers onderschatten: succes bouw je zelden alleen. De grootste Nederlandse mediabedrijven zijn ontstaan door samenwerking, het delen van risico’s, het aantrekken van talent en het creëren van netwerken waarin ideeën kunnen groeien. Zowel Van den Ende als De Mol hebben bewezen dat concurrenten soms ook partners kunnen zijn wanneer de schaal daarom vraagt. Met de verkoop van Endemol maakten zij de grootste mediaklapper ooit. Het mediaduo verkocht Endemol aan Teleconica destijds voor ruim 12 miljard gulden (€5,5 miljard). De overname van RTL Nederland door DPG Media (€1,1 miljard) is daarmee een peulenschil.
De volgende generatie mediaondernemers
Reinout Oerlemans is deze week 55 jaar geworden, John de Mol is 71 en Joop van den Ende zelfs 83. Grote vraag is dus: wie worden hun opvolgers. Dat antwoord zal waarschijnlijk breder zijn dan televisie alleen. Nederland blijft sterk in formats. Het internationale succes van The Traitors laat zien dat Nederlandse creativiteit nog steeds wereldwijd aanslaat. Tegelijkertijd verschuift de macht steeds meer naar streaming, social media, gaming, kunstmatige intelligentie en technologieplatforms. De volgende internationale mediaspeler uit Nederland zal waarschijnlijk geen traditionele televisieproducent meer te zijn.
Misschien komt de nieuwe generatie mediaondernemers wel uit de creator economy of is het een ondernemer die een internationaal social-mediaplatform bouwt (Hyves 2.0), een AI-mediabedrijf of een nieuwe streamingdienst. Grote kans dat het niet meer een format uit een studio is, maar iets wat geheel gericht is op technologie. Het Hilversumse techbedrijf MediaMonks (tegenwoordig Monks) heeft al laten zien dat Nederlandse creativiteit internationaal schaalbaar is wanneer technologie, marketing en content samenkomen. Eelco van Kooten, zoon van mediaondernemer Willem van Kooten, wist een groot internationaal dancelabel op te zetten, wat hij enige jaren geleden verkocht. Media is tegenwoordig een breed begrip. Kikkerlandje Nederland is een ultieme proeftuin voor muziek en tv-formats, waarmee je op kleine schaal kan testen of iets internationaal een succes kan worden.
Internationaal denken
Nederland telt minder dan twintig miljoen inwoners. Op papier zou het een bescheiden speler moeten zijn in de mondiale media-industrie, maar de praktijk laat iets anders zien. Van Philips tot Endemol. Van Joop van den Ende tot John de Mol. Van Reinout Oerlemans tot een nieuwe generatie ondernemers in AI, streaming, social media, gaming en technologie. Steeds opnieuw blijken Nederlandse mediaondernemers in staat om een kleine thuismarkt om te zetten in een internationaal voordeel. Juist omdat Nederland te klein is om uitsluitend naar binnen te kijken, zijn ondernemers gedwongen om vanaf het begin internationaal te denken. En dat is uiteindelijk de belangrijkste overeenkomst tussen De Mol, Van den Ende en Oerlemans. Ze exeleren niet enkel door hun televisiekennis en tv-formats, maar vooral hun overtuiging dat de grens van Nederland nooit de grens van hun ambitie hoefde te zijn.
Ondernemersklimaat
Toch nog een kantekening op het Nederlandse succesverhaal. Nederland heeft historisch gezien altijd geprofiteerd van een relatief open economie, internationale handel en een ondernemingsklimaat waarin risico nemen werd beloond. Die omstandigheden staan steeds vaker onder druk. Ondernemers hebben te maken met toenemende regelgeving, hogere administratieve lasten, strengere rapportageverplichtingen en een groeiende belastingdruk. Vooral in technologie, media en AI klinkt regelmatig de klacht dat innovatie sneller verloopt dan wet- en regelgeving kan bijhouden. Dit laatste is overigens iets wat voor de gehele EU geldt. Juist deze zaken maken de voedingsbodem voor succesvolle mediastartups in Nederland minder vruchtbaar.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
