Omroepen kunnen verduurzamen door weer meer vanuit hun vereniging te bouwen

Publieke omroepen zouden minder afhankelijk moeten worden van centrale NPO-structuren en gezamenlijke omroephuizen. Juist door sterker te investeren in hun eigen vereniging, eigen media-units en eigen publieksgemeenschappen kunnen zij hun identiteit en pluriformiteit beter waarborgen.

In het publieke bestel is de afgelopen jaren steeds meer nadruk komen te liggen op samenwerking, centrale platformen en grotere omroephuizen. Dat kan efficiënt zijn, maar het heeft ook een keerzijde: de eigen signatuur van omroepen dreigt minder zichtbaar te worden. Terwijl het Nederlandse publieke bestel juist is gebouwd op verschil, pluriformiteit en maatschappelijke worteling.

Daarom zouden omroepen meer vanuit hun eigen verenigingskracht moeten durven bouwen. Niet alleen met NPO-programmabudgetten, maar ook met eigen middelen, ledenbinding, communities, fondsen, toegestane partnerships en activiteiten die passen bij hun publieke missie. Denk aan zelfstandige media-units rond sterke titels, makers of thema’s: een zeer op social media gerichte jongerenredactie zoals #BOOS, een onderzoeksjournalistieke unit, een cultuurplatform, een debatcommunity, een ledenprogramma of een thematische redactie rond bijvoorbeeld klimaat, geloof, consumentenzaken of maatschappelijke verandering.

Juridisch is daar ruimte voor, al zijn er duidelijke grenzen. Omroeporganisaties hebben redactionele onafhankelijkheid en inhoudelijke autonomie bij het verzorgen van media-aanbod; de NPO programmeert en plaatst, maar gaat niet over de productie van de inhoud zelf. Tegelijkertijd ziet het Commissariaat voor de Media toe op naleving van de Mediawet en controleert het onder meer waaraan omroepen hun geld besteden en of regels rond reclame en sponsoring worden nageleefd.

Dat betekent dat commerciële spin-offs, betaalde evenementen, sponsoring of merkexploitatie niet zomaar buiten het toezicht vallen. Zodra activiteiten buiten het reguliere media-aanbod vallen of een commerciële component krijgen, kunnen ze als nevenactiviteit worden beoordeeld. Dat maakt zulke initiatieven niet onmogelijk, maar vraagt wel om transparantie, marktconforme afspraken, duidelijke scheiding van publieke middelen en commerciële inkomsten, en een aantoonbare relatie met de publieke taak.

Strategisch is het pleidooi juist urgent. Als omroepen vooral productie-eenheden binnen grotere NPO- of omroephuisstructuren worden, verliest het bestel een belangrijk deel van zijn legitimatie. Dan blijft er misschien een efficiënter systeem over, maar geen herkenbaar pluriform systeem. Verenigingen dreigen dan te veranderen in ledenadministraties, terwijl zij juist levende mediagemeenschappen zouden moeten zijn.

De verduurzaming van de publieke omroep hoeft daarom niet alleen te gaan over bezuinigingen, fusies of schaalvergroting. Ze kan ook gaan over het tegenovergestelde: omroepen die ondernemender worden vanuit hun eigen identiteit. Met eigen geld waar dat kan, met eigen communities waar dat nodig is, en met zelfstandige media-units die rechtstreeks contact houden met hun achterban. Zo kunnen omroepen hun onafhankelijkheid en herkenbaarheid versterken in een tijd waarin de druk op afzonderlijke omroepidentiteiten toeneemt. Niet minder publieke omroep dus, maar een publieke omroep die minder leunt op centrale structuren en sterker op de kracht van de vereniging.

Spreekbuis.nl

WAARDEER DIT ARTIKEL!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.

Donatie Spreekbuis € -