
De redactie van 1Twente in Enschede staat op grond die onlosmakelijk verbonden is met de vuurwerkramp van 2000. In die zin is het nieuws nooit ver weg. Directeur-bestuurder Flip van Willigen bouwt hier sinds 2007 aan de ideale manier van lokale journalistiek bedrijven: minder versnipperd, meer professioneel en vooral dichter bij de samenleving. In dit gesprek vertelt hij hoe lokale omroepen één streekomroep werden, waarom journalistiek juist dichtbij moet beginnen en hoe lastig, maar noodzakelijk, die verandering is.
Kun je eens vertellen hoe jouw werk bij de omroep eigenlijk begonnen is?
‘Ik werd hier in 2007 binnengehaald met een vrij duidelijke opdracht: kijk eens of er iets van te maken valt omdat de organisatie net failliet was gegaan. Er werkten een paar mensen via de sociale werkplaats en daarnaast waren er veel vrijwilligers, maar een echte structuur of toekomstvisie ontbrak.Voor mij begon het dus niet met bouwen, maar met inventariseren. Wat is er? Wat werkt wel? Wat niet? En vervolgens: hoe kun je daar iets van maken dat toekomstbestendig is? Dat is geen proces van maanden, maar van jaren. Je bouwt laag voor laag en ondertussen moet je de mensen meenemen in waarom je dat doet.’
Hoe zag de lokale omroep er in die beginjaren inhoudelijk uit?
‘Het was vooral een verzameling losse initiatieven. Mensen maakten programma’s omdat ze dat leuk vonden en het soms al tientallen jaren deden: de nadruk lag op radio met vooral informatieve programma’s op basis van persberichten overdag en muziek in de avond, dat soort dingen. En dat is ook waardevol, laat dat duidelijk zijn.Maar de vraag wat je rol is in de samenleving, werd nauwelijks gesteld. Journalistiek was vaak ondergeschikt. Als er al nieuws werd gebracht, ging het veel over activiteiten en evenementen terwijl je ook een controlerende- en duidende rol hebt, die minstens zo belangrijk is.
Wanneer ontstond het besef dat het anders moest?
‘Dat was voor mij vanaf het begin de reden om de opdracht aan te nemen, maar bij mijn omgeving kostte dat meer tijd. Langzamerhand is men zich ervan bewust geworden dat de wereld om hen heen is veranderd. Gemeenten hebben meer verantwoordelijkheden gekregen, lokale kranten hebben het steeds moeilijker en de informatievoorziening op lokaal niveau neemt structureel af.Dat biedt een grote kans voor de lokale omroepen mits ze niet blijven hangen in die oude structuur. En dan kun je niet meer alleen met vrijwilligers en losse initiatieven blijven werken, maar moet je professionaliseren.’
Hoe geef je zo’n verandering vorm?
‘Door eerst heel helder te krijgen wat je wil zijn. Voor ons werd dat: we willen een journalistiek platform zijn dat midden in de samenleving staat en mensen in beweging brengt. Dat betekent dat je anders gaat kijken naar alles wat je doet.Niet meer denken in losse programma’s, maar in een geheel. Niet meer alleen zenden, maar ook verbinden en onderzoeken en niet meer alleen radio of tv of website, maar alle kanalen inzetten die nodig zijn om mensen te bereiken en beweging te creëren.’
Je werkt inmiddels vanuit één lokale omroep. Hoe is die samenwerking ontstaan?
‘Dat is eigenlijk een logisch gevolg van die professionaliseringsslag. Als je kwaliteit wil leveren, heb je een bepaalde schaal nodig. Er zijn onvoldoende middelen om in elke kleine gemeente alles afzonderlijk te organiseren.Dus zijn we gaan samenwerken met andere omroepen in de regio. Eerst vrijblijvend, wat geen succes werd, en later intensief, wat nu nog steeds heel goed gaat. Uiteindelijk is dat uitgegroeid naar een streekomroep: één organisatie die op dit moment negen gemeenten bedient, met lokale redacties die dicht bij de inwoners staan.’
Hoe ziet zo’n streekomroep er in de praktijk uit?
‘Wij werken nu met meerdere redacties, verspreid over de verschillende gemeenten in Enschede, Hengelo, Almelo en Oldenzaal. Elke redactie heeft een eigen focus op wat lokaal speelt, maar maakt tegelijkertijd deel uit van één groter geheel.Aan de achterkant bundelen we dingen: techniek, organisatie, beleid en dat maakt het efficiënter en sterker. Aan de voorkant blijven we juist zo lokaal mogelijk. Dat is cruciaal.’
Wat levert die schaalvergroting concreet op?
‘Continuïteit, kwaliteit en ook slagkracht. Je kunt investeren in journalisten, in onderzoek, in betere producties.Als je klein en versnipperd blijft, ben je vooral bezig met overleven. Door samen te werken kun je vooruitkijken en bouwen. Maar het is wel belangrijk dat je daarbij niet de lokale wortels verliest dus dat is altijd de balans waar we naar zoeken.’
Is die samenwerking vanzelf gegaan?
‘Nee, zeker niet. Verandering is altijd lastig. Mensen zijn gehecht aan hun eigen manier van werken, aan hun eigen omroep.Daarnaast speelt er soms ook wantrouwen: worden we overgenomen, verliezen we onze identiteit? Dat zijn begrijpelijke vragen en daarom moet je daar heel open over zijn en steeds uitleggen wat je aan het doen bent en waarom.’
Wat is volgens jou de kern van lokale journalistiek?
‘Dat je dichtbij mensen staat. Dat je weet wat er speelt en dat je toegankelijk bent. Mensen moeten bij je binnen kunnen lopen, je kunnen aanspreken.We willen daarbij verbinden, maar ook onafhankelijk zijn en kunnen zeggen ‘dit klopt niet, dit moet anders’. Dat betekent dat je altijd moet openstaan voor feedback, dat gesprek met de samenleving is essentieel.’
Hoe zorg je dat die journalistiek ook echt mensen bereikt?
‘Door anders te werken dan vroeger. Een verhaal kan op meerdere manieren verteld worden: als artikel op de site, als video op televisie, als reel op social media.Daarnaast proberen we verbindingen te leggen. Een interview kan leiden tot een artikel, dat weer gekoppeld wordt aan een dossier of een evenement. Zo bouw je een netwerk van informatie waar mensen makkelijker in stappen.’
Je noemde eerder het belang van professionaliteit. Wat betekent dat concreet?
‘Dat je een vaste kern van gekwalificeerde mensen hebt die dit werk doen. Mensen die er elke dag zijn, die verantwoordelijkheid dragen.Vrijwilligers blijven belangrijk, maar de organisatie wordt te kwetsbaar als je volledig op hen moet leunen. Daarvoor is journalistiek te belangrijk en bovendien een vak.’
Hoe reageerden gemeenten op die ontwikkeling?
‘Dat is nog steeds een proces. In het begin was de noodzaak minder duidelijk en was er alleen sprake van tijdelijke extra financiering door incidentele projecten. Dat gaf ruimte om te ondernemen, maar het was ook onzeker.Op een gegeven moment hebben we gezegd: dit kan zo niet verder, we moeten naar een structurele basis. Dat was spannend, maar uiteindelijk zien veel gemeenten ook dat het nodig en belangrijk is.’
Wat maakt het gesprek met gemeenten soms ingewikkeld?
‘Dat het vaak over geld begint, terwijl het eigenlijk eerst over inhoud moet gaan. Wat voor samenleving wil je zijn? Hoe belangrijk vind je goede onafhankelijke informatie voor je inwoners?Als je dat gesprek goed voert, volgt het financiële deel vanzelf. Zolang je alleen over budget praat, mis je de kern.’
Hoe kijk je naar de toekomst van de streekomroep?
‘Ik denk dat we nog midden in de ontwikkeling zitten. Er komt meer aandacht en ook meer geld, maar het is nog niet stabiel.De uitdaging is om te zorgen dat wat we nu hebben opgebouwd, ook blijft bestaan. Dat we niet terugvallen, maar door kunnen groeien naar een sterke, duurzame lokale journalistieke infrastructuur die alle inwoners in Twente in staat stelt om goed in onze complexe samenleving te functioneren.’
Wat drijft jou om hier al zo lang aan te werken?
‘Het geloof dat dit ertoe doet. Dat lokale journalistiek niet iets kleins is, maar juist een onderdeel van de basis vormt van hoe een samenleving functioneert en dat je hier echt verschil kunt maken. Niet abstract, maar concreet. In de straat, in de wijk, in de gemeente. Dat is wat mij en onze mensen binnen 1Twente drijft.’
Wie goed kijkt, ziet dat de verandering bij 1Twente niet alleen organisatorisch is, maar vooral inhoudelijk.
Van losse programma’s naar een samenhangend platform. Van vrijwilligersclub naar professionele organisatie met vrijwilligers. Van eilandjes naar samenwerking in een streek en misschien nog wel het belangrijkste: van zenden naar verbinden. Juist daar, op lokaal niveau, wordt zichtbaar wat journalistiek kan zijn en waarom het zo belangrijk is en nodig blijft.’
Lees ook:
