Blog Rene van de Kolk:Vertraging nieuwe Mediawet dwingt CvdM tot verkorte aanwijzingsprocedures

Het Nederlandse lokale publieke omroepstelsel bevindt zich in een overgangsfase. Terwijl het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werkt aan de Wet versterking lokale publieke omroepen, die vanaf 2028 moet leiden tot een landelijk dekkend netwerk van streekomroepen, loopt het wetgevingstraject vertraging op. Daardoor dreigt een juridisch gat in tientallen gemeenten. Het kabinet wil tevens 3 miljoen extra per jaar uittrekken voor extra middelen voor NLPO. De extra middelen moeten lokale redacties helpen overeind te blijven in een periode van onzekerheid en herstructurering. Dit sluit aan bij eerdere investeringen in lokale journalistiek en de zorgen over continuïteit. Het Commissariaat voor de Media (CvdM) grijpt nu echter in met een noodmaatregel: per 1 mei 2026opent het verkorte aanwijzingsprocedures voor 22 gemeenten waarvan de huidige aanwijzing afloopt tussen 1 juli 2026 en 1 januari 2027. De verkorte procedure moet voorkomen dat gemeenten maandenlang zonder aangewezen lokale omroep komen te zitten.

Lokale publieke omroepen: wettelijke taak en cyclus

Een lokale publieke omroep verzorgt het publieke media‑aanbod voor één of meerdere gemeenten. De wettelijke opdracht bestaat uit drie pijlers:

  • het bieden van nieuws en informatie uit de directe leefomgeving;
  • het vervullen van een waakhondfunctierichting lokale politiek en bestuur;
  • het versterken van verbinding binnen de gemeenschap.

Het CvdM kan per gemeente één lokale publieke omroep aanwijzen, telkens voor een periode van vijf jaar. Sommige omroepen bedienen meerdere gemeenten. Tot de invoering van het nieuwe stelsel blijft deze vijfjaarscyclus volledig van kracht.

Vertraging in de Wet versterking lokale publieke omroepen

De nieuwe wet zou oorspronkelijk op 1 juli 2026 worden vastgesteld. OCW heeft inmiddels laten weten dat die datum niet haalbaar is. De nieuwe streefdatum is 1 november 2026, maar ook 1 januari 2027of later is mogelijk. De beoogde start van het nieuwe stelsel blijft 1 januari 2028, al bestaat daarover nog geen zekerheid. Daardoor ontstaat een periode waarin aanwijzingen aflopen, maar het nieuwe stelsel nog niet van kracht is.

Salland 1

De noodgreep van het Commissariaat

Om dat gat te dichten opent het CvdM op 1 mei 2026 verkorte aanwijzingsprocedures. De betrokken gemeenten zijn onder meer Barendrecht, Barneveld, Nijkerk, Haarlem, Heemstede, Bloemendaal, Meerssen, Schiedam, Nunspeet, Putten, Ermelo, Harderwijk, Velsen en Bodegraven‑Reeuwijk.

Aanvragen kunnen worden ingediend van 1 tot en met 31 mei 2026. De besluitvorming wordt verwacht tussen oktober 2026 en april 2027. De verkorte procedure vervangt de reguliere Beleidsregel 2025 en valt onder een Tijdelijke leidraad aanwijzingsprocedure lokale publieke omroepen 2026. Die leidraad beschrijft de termijnen, voorwaarden en verplichtingen die gelden tijdens deze verkorte ronde. Het Commissariaat benadrukt dat deze verkorte procedures geen streekomroep‑aanwijzingen zijn. Ze gelden uitsluitend voor de huidige lokale omroepen tot aan de start van het nieuwe stelsel.De aanwijzingsprocedures voor streekomroepen — die de vijfjarige periode vanaf 2028 moeten dekken — volgen later, zodra de wet definitief is vastgesteld.

Breder probleem: een stelsel op twee sporen

De noodgreep legt een structurele spanning bloot in het lokale omroepstelsel. Gemeenten moeten formeel blijven werken volgens de oude Mediawet, terwijl OCW toewerkt naar een regionaal model. In de praktijk leidt dat tot bestuurlijke en journalistieke frictie. In verschillende gemeenten, waaronder Haaksbergen, Deventer en Apeldoorn, botsen lokale keuzes met de landelijke koers. In Haaksbergen zette het CvdM het gemeentelijke advies opzij en wees 1Twente aan als lokale omroep, omdat het lokale advies “ondeugdelijk gemotiveerd” was. In Deventer koos de Adviesraad Cultuur voor Koekstad Media, ten koste van Salland1 — een beslissing die de regionale samenwerking onder druk zet. En in Apeldoorn leidt de keuze voor RTV Apeldoorn tot bezwaarprocedures en onzekerheid over de continuïteit van Samen1, de huidige streekomroep voor de Veluwe‑regio.

Financiering en continuïteit onder druk

De overgang naar het nieuwe stelsel betekent dat gemeenten hun rol als primaire financier verliezen. De middelen worden vanaf 2028 landelijk verdeeld via het streekomroepmodel. De NLPOwaarschuwt dat de beschikbare €27,5 miljoen voor 80 streekomroepen onvoldoende is om een volwaardig journalistiek netwerk te garanderen. Vooral stedelijke regio’s dreigen minder middelen te krijgen, terwijl kleinere regio’s worden beschermd. In gemeenten waar de lokale aanwijzing nu opnieuw moet worden aangevraagd, ontstaat onzekerheid over subsidies, huisvesting en personele continuïteit. Vrijwilligers en redacties weten niet of ze over enkele maanden nog kunnen doorgaan.

Een stelsel in transitie

De verkorte aanwijzingsronde van 2026 is bedoeld als praktische oplossing, maar symboliseert een dieper probleem. De oude Mediawet dwingt gemeenten tot lokale keuzes, terwijl de nieuwe koers juist inzet op regionale samenwerking. Die twee systemen botsen — en veroorzaken onzekerheid, kapitaalverlies en bestuurlijke chaos. De komende twee jaar worden daarmee cruciaal voor de toekomst van de lokale publieke omroep. Gemeenten, omroepen en het Commissariaat moeten laveren tussen oude verplichtingen en nieuwe ambities, terwijl de sector zich voorbereidt op een fundamentele herinrichting van het publieke medialandschap

ik