Blog Guido van Nispen: ‘De bestuurlijke blik op de publieke omroep’

Wie wil begrijpen hoe overheid en politiek naar de NPO kijken, hoeft geen Kamerdebatten terug te lezen. Profielschets voor de voorzitter en een raadslid van de NPO volstaan. Vacatureteksten zijn zelden louter administratieve documenten; ze zijn kleine vensters op het wereldbeeld van instituties. Wat moet bewaakt worden? Waar zit de angst? En misschien nog belangrijker: wat ontbreekt?

In het recente informatiememorandum en de profielschets voor de voorzitter en lid van de Raad van Toezicht wordt de publieke omroep geplaatst in een omgeving die iedere mediapartij anno nu zal herkennen: veranderend mediagedrag, digitalisering, het bereiken van jongeren, toenemende concurrentie, reorganisaties en bezuinigingen. Het is de taal van strategische noodzaak, maar ook van permanente aanpassing. De NPO is geen uitzondering; zij is onderdeel van een bredere sector die onder druk staat.

Interessanter dan deze inmiddels vertrouwde diagnose is de wijze waarop het toezicht wordt ingevuld. De gevraagde competenties vormen een bijna klassieke inventaris van bestuurlijke zekerheden: strategisch denkvermogen, bedrijfseconomische kennis, risicomanagement, accounting, HR-ervaring, stakeholdermanagement en juridische expertise, bij voorkeur mediarecht. Het is een zorgvuldig geformuleerd profiel, consistent met hedendaagse governanceprincipes en volledig begrijpelijk binnen een semipublieke context.

Wat daarin echter doorklinkt, is een diepgewortelde reflex: de publieke omroep als organisatie die vooral bestuurlijk, financieel en juridisch in control moet zijn.

Die nadruk is niet moeilijk te verklaren. De NPO beheert een miljard euro publiek geld, opereert onder politieke hoogspanning en bevindt zich structureel in het vizier van kabinet, Kamer en pers. Waar publieke middelen en publieke zichtbaarheid samenkomen, ontstaat vanzelf een focus op beheersing. Op risico’s. Op incidenten. Op reputatieschade. Het toezicht wordt daarmee primair een mechanisme van stabiliteit.

Maar precies daar ontstaat een spanningsveld.

De profielschets benoemt financiële expertise expliciet. Risicomanagement krijgt nadruk. HR en cultuurverandering worden zwaar aangezet. Juridische kennis is een uitgesproken wens. Het document leest als een handleiding voor institutionele veerkracht. Wat minder zichtbaar is, is een even uitgesproken inhoudelijke mediavisie. Diepgaande digitale productervaring wordt niet als kerncompetentie geformuleerd. Expertise op het gebied van platformdynamiek, algoritmische distributie of AI-gedreven contentomgevingen ontbreekt als expliciete vereiste. Digitalisering verschijnt als uitdaging, niet als fundament.

Dat verschil is subtiel, maar betekenisvol. Het suggereert een perspectief waarin technologie nog steeds primair een verandertraject is – iets dat gemanaged moet worden – in plaats van de dominante structuur waarin media zich inmiddels bewegen. Terwijl mediaconsumptie steeds sterker wordt bepaald door internationale platforms, data-ecosystemen en algoritmische selectie, blijft de bestuurlijke taal opvallend traditioneel.

Ook de nadruk op “sensitiviteit voor de politieke omgeving” is veelzeggend. Natuurlijk moet een toezichthouder begrijpen hoe Den Haag werkt. De publieke omroep bestaat immers bij de gratie van wetgeving en financiering. Maar de formulering herinnert aan een oud spanningsveld: de publieke omroep als instituut dat permanent moet laveren tussen onafhankelijkheid en politieke realiteit. Tussen publieke opdracht en politieke perceptie.Het toezicht wordt daarmee niet alleen een kwestie van controle, maar ook van navigatie.

Wat zichtbaar wordt, is een overheid die de NPO primair benadert als een complex bestuurlijk ecosysteem dat stabiel moet blijven functioneren onder druk. Een organisatie waarin governance, compliance en stakeholderbalans centraal staan. Dat is geen onlogische benadering. Integendeel: zij is consistent met de logica van publieke verantwoording. De vraag is echter of zij voldoende is.

Want een publieke omroep die bestuurlijk perfect in control is, maar strategisch achterloopt op technologische en platformmatige ontwikkelingen, loopt een minstens zo groot risico. Alleen manifesteert dat risico zich zelden als incident. Het verschijnt niet in krantenkoppen of Kamervragen. Het sluipt geruisloos binnen.

De profielschets laat daarmee een subtiele botsing zien tussen twee werelden. De wereld van bestuur, controle en beheersing, waarin stabiliteit de hoogste waarde is. En de wereld van media, creativiteit en technologische versnelling, waarin ontregeling vaak de motor van vernieuwing vormt. De publieke omroep bevindt zich precies op dat snijvlak.

Misschien is dat wel de werkelijke uitdaging van toezicht in het huidige medialandschap: niet alleen bewaken wat fout kan gaan, maar ook de ambitie van de vernieuwing vormgeven.

Solliciteren kan tot 10 maart.