Omroepen zitten in de Gouden Kooi van de NPO en moeten ontsnappen met een hybride model

De discussie over de toekomst van de publieke omroep wordt al jaren gevoerd. De zelfstandigheid en financiering, maar ook indentiteit staat op het spel. Omroepverenigingen staan er doorgaans niet op te wachten om met andere omroepen samen te gaan in een omroephuis. Het idee dat ze in de toekomst enkel een veredeld productiehuis zijn, zint ze al helemaal niet. Nu de technieken het laagdrempeling maken om eigen kanalen op te zetten via FAST-kanalen, Youtube of eigen streamingplatform zou het wellicht interessant zijn dat omroepen uit het bestel stappen.

Het omroepbestel is een gouden kooi
De meeste omroepen kúnnen echter helemaal niet zomaar uit de ‘gouden kooi’. Ze zitten vast aan de regels van de NPO, aan budgetten, aan wetgeving en aan rechtenconstructies die maken dat je niet even je formats, archief en bereik meeneemt. Alles wat je jarenlang hebt opgebouwd, blijft voor een groot deel achter. Financieel is het een sprong in het diepe. Juridisch is het een mijnenveld. En qua rechten zit je vast aan afspraken die vaak complexer zijn dan mensen denken.

Dat is geen theoretisch verhaal. Dat bleek al begin deze eeuw, toen de VARA serieus flirtte met een commerciële toekomst. Na langdurige onderhandelingen lag er een mogelijke samenwerking met de SBS-groep (SBS6 en Net5) op tafel. Het had een aardverschuiving kunnen worden, vergelijkbaar met wat Veronica eerder had gedaan door het publieke bestel te verlaten. Maar het ging niet door. Niet alleen omdat de top van SBS het financieel te risicovol vond en twijfelde aan de lange termijn winstgevendheid en de financiële slagkracht van de VARA, maar ook omdat intern de verdeeldheid groot was. Medewerkers spraken zich massaal uit voor behoud van de publieke rol.

Tegelijkertijd probeerde de VARA binnen het bestel meer ruimte te krijgen. Toenmalig voorzitter Vera Keur stelde een duidelijke voorwaarde: vijf jaar lang gegarandeerde primetime-zendtijd op Nederland 3. Daarvoor zouden andere omroepen moeten inleveren. Het voorstel werd unaniem afgewezen. Niet omdat het onrealistisch was, maar omdat andere omroepen geen precedent wilden scheppen waarbij één partij een voorkeurspositie kreeg. Ironisch genoeg wisten zij op dat moment nog niet eens dat de deal met SBS al van tafel was. Het laat zien hoe complex, politiek en fragiel het systeem is. Zelfs als een omroep dreigt te vertrekken, is het nog geen zekerheid dat de rest meebeweegt.

De omroep kan ook kiezen voor een hybride model
Hier zit precies de kern van het probleem. Uitstappen is geen knop die je even omzet. Het is een strategische sprong waarbij je alles riskeert. Daarom gebeurt het vrijwel nooit. Maar dat betekent niet dat omroepen geen keuze hebben. Sterker nog, de echte strategische fout die omroepen maken, is dat ze denken dat het een alles-of-niets beslissing is. Blijven of vertrekken. Publiek of commercieel. Binnen of buiten. Terwijl de werkelijkheid allang anders is geworden. Omroepen kunnen namelijk prima blijven waar ze zijn én tegelijk iets anders bouwen. Binnen het publieke bestel gelden strikte regels. Maar die regels stoppen bij de voordeur van de organisatie. Buiten die muren ligt een speelveld waarin veel meer kan dan vaak wordt gedacht. Daar kun je nieuwe formats ontwikkelen, eigen distributie opzetten en direct een relatie met je publiek bouwen, zonder afhankelijk te zijn van zendtijd of centrale programmering. Dat gebeurt al, maar nog te voorzichtig en te versnipperd. Omroepen experimenteren met YouTube-kanalen, podcasts en digitale formats, maar zelden met de ambitie om daar een volwaardig tweede ecosysteem van te maken. Terwijl juist daar de echte vrijheid ligt. Het cruciale verschil zit in eigenaarschap. Alles wat je binnen de NPO maakt, zit vast in een web van rechten, afspraken en publieke kaders. Maar alles wat je daarbuiten ontwikkelt, is van jou. Dat betekent dat je formats kunt bouwen die je zelf exploiteert, dat je nieuwe concepten eerst buiten het systeem kunt testen en dat je niet automatisch je beste ideeën hoeft weg te geven aan een structuur die ze vervolgens beheert.

Een andere mindset
Dat vraagt wel om een fundamenteel andere mindset. Minder denken als omroep, meer als mediabedrijf. Minder afhankelijk zijn van gegarandeerd budget en meer sturen op eigen inkomsten en bereik. En misschien nog wel het belangrijkste: accepteren dat zekerheid en groei zelden samen gaan. Daar zit de echte spanning. Want het publieke bestel biedt comfort. Zekerheid van financiering, van distributie, van bestaansrecht. En precies dat comfort maakt voorzichtig. Waarom risico nemen als het systeem je overeind houdt? Maar ondertussen verandert alles eromheen. Individuen bouwen hun eigen mediakanalen. Journalisten opereren buiten traditionele structuren. Nieuwe platforms ontstaan zonder zenders, zonder schema’s, zonder Hilversum. De macht verschuift, niet van publiek naar commercieel, maar van instituties naar makers en netwerken. Als omroepen daar geen antwoord op formuleren, worden ze langzaam gereduceerd tot wat ze eigenlijk niet willen zijn: uitvoerders binnen een systeem dat steeds minder ruimte biedt. De ironie is dat ze niet eens hoeven te kiezen. Ze kunnen blijven én bouwen. Binnen voor stabiliteit, buiten voor groei. Een tweede leven naast het eerste. Een plek waar ze weer volledig eigenaar zijn van wat ze maken en hoe ze het distribueren. Misschien is dat wel de enige echte uitweg. Niet ontsnappen door te vertrekken. Maar ontsnappen door ernaast iets te bouwen dat op een dag belangrijker wordt dan waar je ooit begon.

WALTER VAN DIJK