Pete Felleman (1921-2000), de eerste Nederlandse radio-dj

Met zijn diepe, gruizige stem als belangrijkste handelsmerk was Pete Felleman niet alleen de eerste Nederlandse radio-dj, maar ook één van de bekendste. Cor Gout haalt herinneringen op.

Stond de glanzende carrière als radio-dj van de op 17 mei 1921 in Zandvoort als Jaap Albert Louis Sidney Felleman geboren ‘Pete’ Felleman, de zoon van een joodse vader (beroep diamantklover en diamanthandelaar) en een katholiek meisje uit Helmond, in de sterren? Of kwam die veeleer voort uit de groeven van de grammofoonplaten die in Huize De Esdoorn aanwezig waren en waar Jaap eindeloos naar luisterde? Op het tafeltje naast de platenspeler lagen platen van Jack Hylton, Al Jolson, Paul Whiteman en The Rhythm Boys met Bing Crosby. Nadat Louis Armstrongs I’m A Ding Dong Daddy From Dumas (1932) in huis was gekomen, draaide (toen nog:) Jaap die plaat dertig of veertig keer per dag.

Na de verhuizing van het gezin naar Amsterdam, waar Jaap de 2e Openbare Handelsschool bezocht, ontwikkelde de jongen zich van platenfreak naar bezoeker van clubs waar zijn geliefde (jazz)muziek gespeeld werd: de Cirkel, Heck’s Lunchroom, het Palace, la Gaîté. Hij gaf zijn oren en ogen de kost, sprak de artiesten aan en raakte met sommigen bevriend. Grootheden als de Coleman Hawkins zouden tot zijn vriendenschaar gaan behoren. Aan een van die contacten zou Jaap de naam ‘Pete’ overhouden. De Newyorkse saxofonist Johnny Russell had eens tegen hem gezegd: “Jaap, that’s not a good name. Give me some Dutch names.” Waarop Jaap stamelend had geantwoord: “Jan… Piet… Klaas…” Waarop Russell had gereageerd met: “Pete, dàt moet het zijn.”

Bij de VARA
Zijn loopbaan als dj begon bij de VARA, maar met een ‘bang!’ verliep dat niet. In 1947 was er bij de omroep een behoefte aan platen, waar Felleman met zijn uitgebreide verzameling aan kon voldoen. Ab de Molenaar en Sanny Day van het Miller Sextet hadden VARA-voorzitter Jan Broeksz in juli van dat jaar op die collectie geattendeerd. Kort daarna togen twee vertegenwoordigers van de omroep naar de Watteaustraat waar Felleman toen woonde. Of ze zijn platen mochten lenen….

Nee, dat mochten ze niet. Pete wilde zelf programma’s maken: de muziekkeuze bepalen èn teksten schrijven. En op die basis ging het programma Swing and Sweet from Hollywood & 52nd Street van start, gepresenteerd door verschillende omroepers, van wie de meesten, tot ergernis van de tekstschrijver, de Engelse namen en titels verkeerd uitspraken. Op een keer presenteerde Coen Serré (een ervaren rot in het vak) een programma over Frankie Laine. In een aankondiging van een van de nummers had Felleman het volgende citaat van een journalist opgenomen: “Vocalists give me the screaming meemies (de bibbers-Cor Gout), but Frankie Laine is an exception”. Omdat het Coen niet lukte de tekst samen met de quote uit te spreken, vroeg hij of Felleman het citaat voor zijn rekening wilde nemen. En zo gebeurde. Ary van Nierop, hoofd gesproken woord van de VARA, hoorde het radiofragment en zei tegen de directie: “Die man moet je nemen!”

In de verschillende programma’s die Felleman voor de VARA zou maken, zoals LP Parade, de naam die Swing and Sweet vanaf 1951 zou aannemen, USA Cabaret en Hitparade, liet hij het luisterpubliek kennis liet maken met de bebop-revolte van Charlie Parker, Miles Davis, Dizzy Gillespie en anderen. Zo konden bopliefhebbers voor het eerst de legendarische opnamen van het Miles Davis-nonet uit 1949 horen. Zijn helden uit de jaren dertig en veertig, zoals de tenorsaxofonisten Coleman Hawkins en Lester Young en altsaxofonist Benny Carter bleef hij zolang hij radio maakte trouw.

Dichterlijk
Dat hij als radio-dj een stijl van presenteren had die in de jaren veertig en vijftig weldadig klonk in het stijve Hilversumse medialandschap, daarover zijn vriend en vijand het eens. Zijn voordracht was foutloos, wat minder verwonderlijk is wanneer je weet dat hij voor een halfuurprogramma drie uur opnametijd reserveerde. Zijn taalgebruik zou je, mede door zijn overvloedig gebruik van alliteraties, dichterlijk kunnen noemen. Neem deze aankondiging uit een van de VPRO-programma’s Jazz met Pete Felleman: “Wie Kim Weston was? Een lange, slanke jonge vrouw, met fiere-, naar hooghartigheid neigende houding. Waarneembare sporen van Indiaanse achtergrond. Een volumineuze stem met een volwàssen vibrato – wide open, niet fake of phoney. Een zangeres die haar voordracht woord voor woord en zin voor zin opbouwt en die onverbiddelijk naar een kokende climax koerst. Die vreugde verklankt zonder koketterie of valse kreetjes – wanhoop zonder gesuikerde sentimentaliteit.”

Spontaan waren Fellemans aankondigingen niet. Hij tikte zijn teksten in drievoud uit. Eén voor de technicus, één voor de producer, één voor zichzelf. De passage die beklemtoond of juist niet beklemtoond moest worden onderstreepte hij en gaf die in kleur aan. De schuif van de mengtafel moest dan iets omhoog of omlaag naargelang er een klemtoon of geen klemtoon moest zijn.

De grootste ‘trademark’ evenwel was zijn stem: die ging zo diep als een stem maar dalen kan, met gravel in de stembanden. Maar zijn zinnen, volgepropt met Amerikanismen, swingden. Voor Felleman was het Amerikaans er ‘als vanzelf’ ingeslopen. Het Amerikaanse muziekjargon had hij zich eigen gemaakt door bladen als Downbeat en Metronome te lezen en zijn Engels-Amerikaans had hij geleerd van de gangster movies die hij al op jonge leeftijd frequenteerde in de bioscopen Royal en Tuschinski in Amsterdam. Volgens hem was het Engels-Amerikaans de meest levende van alle talen, een taal waarvoor iedere dag weer nieuwe woorden bedacht werden.

In de platenindustrie
In 1953 deed Felleman zijn intrede in de platenbranche. Eerst als labelmanager en producer bij CNR, vervolgens, van 1957 tot 1960, als labelmanager van Capitol bij de NV Bovema, en daarna, in 1960, als labelmanager bij Artone/CBS, waar hij het sublabel Funckler opzette. In 1969 kwam hij terug bij Bovema. De reden daarvan was dat Tamla Motown, dat hij daarvoor via Funckler op de markt had gebracht, te groot voor Artone was geworden. Tot 1978 bleef hij manager van dat Amerikaanse soul-label.

Dat zijn werkzaamheden in de platenbizz menigmaal botsten met zijn radiowerk moge blijken uit het verhaal over zijn gedwongen afscheid bij de VARA. Volgens Jan Broeksz hield zijn dienstverband bij Bovema een belangenverstrengeling in. Dat was een drogreden. Tegen zijn werk bij CNR had de VARA nooit bezwaar gemaakt. Felleman vermoedde hier een intrige uit de hoek van Phonogram, het belangrijkste platenbedrijf van Nederland in die dagen, en de grote concurrent van Bovema. Kopstukken binnen de VARA (en niet alleen daar) hadden een commissarisfunctie bij Phonogram, die erop neerkwam dat ze het bedrijf moesten inlichten over talent dat zich bij de omroep aandiende.

De ‘dubbele pet’ van Felleman zou Bovema te grote voordelen bieden. Fellemans afscheidswoorden voor de VARA-microfoon op zaterdag 28 september 1957 waren mild van toon: “Op 6 juni 1947 zetten Coleman Hawkins Body and Soul in. Op 6 juni 1947 begon een rubriek die uit tien programma’s zou bestaan: Swing and sweet from Hollywood and 52nd Street. De tien uitzendingen zijn er, schat ik, zevenhonderd geworden. De tien weken groeiden uit tot meer dan een decennium. Dit is dan het einde. Aan velen uwer hartelijk, écht hartelijk dank. En een songtitel ten afscheid: Don’t worry ‘bout me!”

Na zijn VARA-tijd maakte hij vier jaar gesponsorde programma’s bij Radio Luxemburg (1959 -1962) en werkte hij voor de NRU (Profile en Jazzpresso, 1967-1969) en de KRO (Where the action is, 1967-1968). Bij die laatste omroep kreeg hij te maken met een nieuwe generatie dj’s, die knokten tegen Radio Veronica en een ander soort muziek draaiden dan Felleman, die zich mede door zijn betrokkenheid bij labels als Chess (Artone) en  Motown (Artone, Bovema) steeds meer op soul was gaan toeleggen. Zijn laatste kunstjes vertoonde hij voor de VPRO in De Soul van Pete Felleman (1985-1988) als onderdeel van Rik Zaals programma Borát en De Jazz van Pete Felleman in De Plantage (1988-1996).

Waardering uit de wereld van de muziek en muziekmedia viel Felleman ten deel toen hij In 1992 tijdens het North Sea Jazz Festival werd onderscheiden met de Bird Award wegens grote verdiensten voor de jazzmuziek. Op 16 februari 2000 overleed Pete Felleman op achtenzeventigjarige leeftijd na twee hersenbloedingen in zijn woonplaats Amstelveen.

Cor Gout

Literatuur:
Cor Gout, De onvolledige, verbrokkelde geschiedenis van Radio Luxemburg, de Nederlandse Service, deel 1, Aether 128, juli 2018
Cor Gout, Het dubbele gezicht van Neerlands eerste dj. Pete Felleman, Dr. Jazz Magazine 240, voorjaar 2018
(Met dank aan Skip Voogd)

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*