
De NPO en de landelijke publieke omroepen steunen de voorgenomen hervorming van het omroepbestel, maar vinden dat het wetsvoorstel op belangrijke onderdelen moet worden aangepast. Vooral de financiering van digitale platforms, de verdeling van verantwoordelijkheden en de ruimte voor innovatie vragen volgens de NPO om extra aandacht. Dat blijkt uit de twaalf pagina’s tellende consultatiereactie van 20 oktober 2026.
Het kabinet wil het huidige publieke omroepbestel vanaf 2029 ingrijpend veranderen. De elf omroepverenigingen moeten opgaan in vier omroephuizen, terwijl NOS en NTR worden samengebracht. De NPO krijgt een minder sturende rol bij de programmering en de omroephuizen krijgen meer zelfstandigheid.
In hun gezamenlijke reactie onderschrijven de omroepen en de NPO de noodzaak van hervorming. Volgens de organisaties moet het bestel slagvaardiger worden en beter kunnen inspelen op digitalisering, veranderend mediagebruik en de groeiende invloed van internationale technologiebedrijven.
NPO wil gegarandeerd budget voor digitale platforms
Een belangrijk kritiekpunt betreft de financiering van de digitale infrastructuur. De omroephuizen krijgen in het nieuwe bestel gegarandeerde budgetten voor de productie van programma’s. Voor de NPO ontbreken volgens de organisatie vergelijkbare financiële garanties voor de ontwikkeling en het onderhoud van digitale diensten.
De NPO waarschuwt dat hierdoor een ongewenste tegenstelling ontstaat tussen investeren in programma’s en investeren in digitale distributie. Wanneer de financiële middelen onder druk komen te staan, bestaat volgens de organisatie het risico dat investeringen in NPO Start en andere eigen platforms worden uitgesteld of teruggeschroefd.
De NPO vraagt het kabinet daarom om een structureel garantiebudget voor digitale infrastructuur en de verdere ontwikkeling van eigen platforms.
Concurrentie met Netflix en Disney+
De publieke omroep wijst erop dat consumenten inmiddels gewend zijn aan de gebruiksvriendelijkheid van internationale streamingdiensten zoals Netflix en Disney+. Om daarmee te kunnen concurreren, moet de NPO voldoende mogelijkheden hebben om eigen digitale diensten verder te ontwikkelen.
Volgens de organisatie ontbreken in het wetsvoorstel belangrijke randvoorwaarden, waaronder voldoende financiële middelen, infrastructuur, zeggenschap en mogelijkheden om gebruikersdata op te bouwen.
Ook bekritiseert de NPO de bestaande regelgeving voor het starten of aanpassen van nieuwe aanbodkanalen. Die systematiek stamt uit 2009 en sluit volgens de organisatie onvoldoende aan bij het huidige digitale medialandschap.
De NPO vraagt daarom om meer bewegingsruimte voor innovatie en een snellere besluitvorming over nieuwe digitale diensten. Daarnaast pleit zij voor regelgeving die ervoor zorgt dat publieke content voldoende zichtbaar blijft op commerciële platforms.
NPO wil invloed houden op programmabudgetten
Hoewel de NPO de grotere programmatische zelfstandigheid van omroephuizen ondersteunt, wil de organisatie wel mogelijkheden behouden om programmabegrotingen te beoordelen.
De NPO vreest dat het wetsvoorstel haar bevoegdheden op dit punt te sterk beperkt. Dat kan volgens de organisatie problemen opleveren wanneer verschillende omroephuizen vergelijkbare programma’s aanbieden of wanneer producties aanzienlijk duurder worden dan gebruikelijk.
Ook in het nieuwe bestel moet de NPO volgens haar eigen reactie kunnen beoordelen of programmavoorstellen doelmatig zijn. Daarbij moeten de kosten van vergelijkbare producties als referentie kunnen dienen.
Aandacht voor onafhankelijke producenten
Ook de positie van externe producenten komt aan bod. In het nieuwe bestel moeten programmavoorstellen in beginsel via een omroephuis of de NOS worden ingediend. Rechtstreekse indiening bij de NPO verdwijnt.
De NPO accepteert deze verandering, maar benadrukt dat rechtstreeks contact met onafhankelijke producenten belangrijk blijft. Dat geldt onder meer voor innovatie, productontwikkeling en kennisuitwisseling.
Daarnaast vraagt de organisatie aandacht voor situaties waarin bepaalde publieksgroepen onvoldoende worden bediend. Wanneer omroephuizen geen passende voorstellen indienen, zou de NPO mogelijk een omroephuis moeten kunnen verzoeken alsnog programmering voor die doelgroep te ontwikkelen.
Zorgen over extra toezicht en bestuurlijke beperkingen
De NPO waarschuwt verder voor een mogelijke opeenstapeling van toezicht. In het nieuwe bestel krijgen verschillende organisaties en toezichthouders een rol, waaronder het Commissariaat voor de Media, de Raad voor Cultuur, de ombudsman en de afzonderlijke raden van toezicht.
Volgens de NPO moet duidelijker worden vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is, om dubbel werk en onnodige bureaucratie te voorkomen.
Ook vraagt de huidige raad van toezicht van de NPO om heroverweging van het voorstel om het aantal toezichthouders terug te brengen tot vijf. Dat aantal zou onvoldoende ruimte kunnen bieden voor de benodigde deskundigheid.
De NPO is wel positief over de versterking van de onafhankelijke ombudsman en de verdere wettelijke verankering van journalistieke en bestuurlijke gedragscodes.
Hervorming moet in 2029 ingaan
Ondanks de kritiekpunten blijft de NPO voorstander van de hervorming. De organisatie benadrukt dat de publieke omroep minder versnipperd moet worden en beter moet samenwerken, zonder dat dit ten koste gaat van pluriformiteit en journalistieke onafhankelijkheid.
De NPO en de omroepen willen vasthouden aan de geplande invoering op 1 januari 2029. Wel stellen zij dat de hervorming alleen succesvol kan zijn wanneer ook de financiële, bestuurlijke en digitale randvoorwaarden goed worden geregeld.
De internetconsultatie over het wetsvoorstel loopt tot en met 23 oktober 2026. Daarna kan het kabinet het wetsvoorstel aanpassen voordat het naar de Raad van State en het parlement gaat.
WAARDEER DIT ARTIKEL!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage, dan kan dat. Zo help je onafhankelijke mediajournalistiek in stand houden.
