Niels Baas (NLZIET): ‘Nederlandse mediapartijen moeten ervoor blijven zorgen dat zij de beste lokale, Nederlandse content maken’

De voortschrijdende digitalisering van de samenleving heeft ook de videomarkt veranderd. Niels Baas (Managing Director NLZIET) betwijfelt dan ook of omroepen (zowel publieke als commerciële) op de langere termijn het huidige aantal lineaire kanalen zullen handhaven.

Baas spreekt van een transformatie van de videomarkt in de afgelopen jaren, die geleid heeft tot een groter aanbod en een toenemende verschuiving van lineair naar on-demand kijken. ‘De digitale technologie wordt steeds beter en toegankelijker,’ zegt hij, ‘video maken is daardoor gemakkelijk en goedkoop geworden. Iedereen heeft dankzij z’n smartphone een goede camera en editing en distributie platform in z’n zak zitten. De omroepen zijn het alleenrecht kwijt, dat ze in praktische zin hadden omdat het ingewikkeld en duur was om content te maken en bij de consument te krijgen. De markt voor audiovisuele content is daardoor veel competitiever geworden.’

Dat heeft gevolgen gehad voor het aanbod van videocontent. ‘Er is heel veel concurrentie voor de omroepen bijgekomen, zoals YouTube en de grote streamingdiensten. In totaal keken we in 2021 gemiddeld per dag zo’n 160 minuten per dag naar lineaire televisie op het grote scherm: live en uitgesteld samen. In april 2022 keken we al ruim een half uur van deze kijktijd uitgesteld. In 2014 was dat slechts 8 minuten!’ De videomarkt raakt steeds verder versnipperd over een groeiend aantal aanbieders, platforms en kanalen, waarbij er verschillen bestaan tussen de generaties. ‘Jongeren pakken het kijken via internet logischerwijs sneller op dan ouderen,’ vertelt Baas. Dat betekent overigens niet dat ouderen digitale mediaconsumptie links laten liggen. ‘Ik verwacht een verdere versnelling van het kijken via internet, waarbij ook meer ouderen overstappen naar kijken via apps.’

Niels Baas

Voor NLZIET, het platform voor live, terug- en vooruitkijken van de publieke en commerciële omroepen in Nederland, is dat een gunstige ontwikkeling. ‘Wij faciliteren het allemaal, ook voor ouderen is het een interessante mogelijkheid om een nieuwe meer gerichte manier van tv kijken te omarmen. We merken meer en meer dat mensen bijvoorbeeld door onze tv-gids bladeren, op een lineair kanaal een programma tegenkomen en daar dan niet middenin willen vallen, maar ervoor kiezen om het vanaf het begin te gaan bekijken. ‘Net niet live’, zeg maar. Dat neemt substantieel toe.’

Lineaire kanalen bundelen?
Als we steeds meer uitgesteld en on-demand kijken en steeds minder live naar de traditionele lineaire tv-zenders, heeft het dan nog zin voor omroepen om die lineaire kanalen te behouden? Baas: ‘Op de lange termijn is dat wellicht een vraag. Maar live televisie is, net als radio trouwens, nog steeds relevant voor een groot publiek. Het is niet voor niets dat Netflix momenteel aan het onderzoeken is of ze ook live-streams kunnen gaan aanbieden. Lineaire kanalen blijven zeker nog zinvol, bijvoorbeeld voor programma’s die snel ‘bederven’, zoals sportwedstrijden of het Eurovisie Songfestival en andere evenementen. Dat kijken mensen het liefst direct. Maar bijvoorbeeld ‘scripted content’ zal zo goed als volledig on-demand bekeken gaan worden. Zijn lineaire kanalen dan ook in de toekomst nog interessant voor het aanbieden van bijvoorbeeld films, series of buitenlandse programma’s? Is dat aanbod voldoende om het huidige aantal tv-kanalen te handhaven? Of gaan omroepen kanalen samenvoegen? Ik kan mij bijvoorbeeld voorstellen dat, als de fusie tussen RTL en Talpa doorgaat, RTL7 en Veronica uiteindelijk één kanaal worden.’

Die voorgenomen fusie past in een consolidatie van mediabedrijven, vindt Baas. ‘Die beweging is al langer gaande, internationaal. Disney heeft Fox overgenomen, ViacomCBS is opgegaan in Paramount Global, Discovery en WarnerMedia zijn samengegaan. Al die conglomeraten willen daarmee hun ‘content library’ en slagkracht vergroten, anders blijven ze in de concurrentieslag naar de kijker moeilijker overeind.’

Lokale content
Op de Nederlandse videomarkt speelt een ander aspect dan alleen schaalvergroting volgens Baas een rol: aansluiting bij de eigen taal en cultuur. ‘De markt voor video globaliseert, maar taal speelt natuurlijk een heel belangrijke rol. Nederlandse mediapartijen moeten ervoor blijven zorgen dat zij de beste lokale, Nederlandse content maken.’ In de slag met de grote buitenlandse bedrijven zijn ze zeker niet kansloos, denkt Baas. ‘Wereldwijde spelers zoals Netflix en Amazon maken ook wel lokale content, maar zijn uiteindelijk toch op een veel bredere markt gericht dan alleen de Nederlandse. De wereldwijde markt biedt voldoende ruimte voor nichespelers en je hebt ook niet voor alles een enorme schaal nodig. Daarnaast kan je aanbod bijvoorbeeld breder zijn dan alleen video, je kunt een crossmediale mix maken.’

2 Comments

  1. ViacomCBS is opgegaan in Paramount Global? Dat is een naamswijziging geen opgaan in! Niels Baas zou als voormalig directeur van de Nederlandse tak toch beter moeten weten…

  2. Heel langzaam worden ze wakker in Hilversum. De kijker / luisteraar bepaald. En in Nederland zijn drie publieke omroepen té veel. 3 gewoon weg, en 2 twee een evenementen zender, met sport, sport, sport en “belangrijke” life events (met een Engels lijkt het belangrijker)
    En 1, dat zal een sterfhuis constructie worden, met programma’s waar het niet zoveel uitmaakt wanneer je die kijkt.
    En… misschien 3 toch in de lucht houden maar alleen digitaal, voor alle aspirant omroepen. Want het schijnt nog steeds zo te zijn dat als je op tv komt, je dan echt belangrijk bent…

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*