Hilversum Media Park bestaat 65 jaar

Terwijl dit jaar vooral wordt stilgestaan bij 75 jaar televisie in Nederland, is er in Hilversum nóg een rond mediajubileum. Het Media Park bestaat in 2026 precies 65 jaar. Op 23 oktober 1961 werd de eerste paal geslagen voor wat toen nog het Omroepkwartier heette. Het terrein zou uitgroeien tot het hart van de Nederlandse media-industrie.

De Nederlandse televisie is net iets ouder. Op 2 oktober 1951 vond vanuit Studio Irene in Bussum de eerste officiële landelijke televisie-uitzending plaats. Nederland telde op dat moment slechts ongeveer vijfhonderd televisietoestellen. Hilversum was al decennialang de radiostad van Nederland, maar de televisieproductie concentreerde zich in de beginjaren vooral in Bussum.

De snelle groei van televisie maakte echter duidelijk dat er veel meer ruimte nodig was voor studio’s, techniek, decorbouw en kantoren. De plannen voor een groot centraal omroepcomplex waren zelfs ouder dan de Nederlandse televisie. Al in 1951 werd gesproken over een terrein voor de Nederlandse Radio Unie in Hilversum-Noord. In eerste instantie werd daarbij de naam ‘Radio-City’ gebruikt, geïnspireerd op Radio City in New York. Toen televisie steeds belangrijker werd, veranderde de naam in 1958 in Omroepkwartier.

Eerste paal in 1961

Op 23 oktober 1961 werd het plan werkelijkheid. NTS-voorzitter Emile Schüttenhelm sloeg op de Hilversumse Eng de eerste paal voor het nieuwe complex. Daarmee werd feitelijk de basis gelegd voor het huidige Media Park. Precies 65 jaar later vormt het terrein nog altijd het centrum van een belangrijk deel van de Nederlandse televisie-, radio- en mediaproductie. De bouw ging daarna in verschillende fases verder. In 1963 werd het energiecentrum als eerste gebouw in gebruik genomen. Het Muziekpaviljoen volgde in 1966. Tegelijkertijd werd gewerkt aan een voor die tijd bijzonder modern studiocomplex. Op 6 februari 1967 werd Studio 1 in gebruik genomen, enkele maanden later gevolgd door Studio 2. Opvallend genoeg vond de officiële opening van het Studiocentrum plaats op 2 oktober 1967: exact zestien jaar na de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending. Prins Bernhard verrichtte de opening. Diezelfde dag vond ook de eerste Nederlandse kleurentelevisie-uitzending plaats. Later kwamen meer studio’s beschikbaar; Studio 6 werd begin 1970 als laatste van deze bouwfase in gebruik genomen.

Televisie verhuist van Bussum naar Hilversum

Het Omroepkwartier betekende uiteindelijk ook het einde van Bussum als belangrijkste televisiestad. Studio Irene en andere Bussumse studio’s bleven nog enige tijd in gebruik, maar gedurende de jaren zestig en zeventig verschoof het zwaartepunt steeds meer naar Hilversum. Na een brand in Studio Vitus in 1971 verhuisde de televisieproductie definitief verder richting de professionele studiocomplexen in Hilversum. Het terrein groeide vervolgens mee met de Nederlandse omroep. Er kwamen kantoren, redacties, technische voorzieningen en steeds grotere studio’s. Daarmee ontstond op één plek een complete keten waarin programma’s konden worden bedacht, geproduceerd, gemonteerd en uitgezonden.

Van Omroepkwartier naar Media Park

Pas veel later kreeg het terrein zijn huidige naam. Sinds 1989 heet het Omroepkwartier officieel Media Park. Die naamswijziging paste bij een medialandschap dat langzaam breder werd dan alleen de traditionele publieke omroepen. Naast omroepen vestigden zich steeds meer productiebedrijven, facilitaire bedrijven en later ook commerciële mediabedrijven op het terrein. Een volgende grote verandering in het aanzicht van het Media Park kwam in 2006. Toenmalig koningin Beatrix opende dat jaar het nieuwe gebouw van het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid aan de ingang van het terrein. Het opvallende gebouw bracht het nationale audiovisuele archief, een museum en verschillende professionele functies bij elkaar en groeide uit tot een van de herkenningspunten van het Media Park.

Van televisieterrein naar mediacampus

Inmiddels is het Media Park al lang niet meer uitsluitend een terrein voor radio en televisie. Het presenteert zich tegenwoordig als een media- en innovatiecampus. Er werken volgens het Media Park dagelijks ongeveer 6.000 mensen bij meer dan honderd mediabedrijven. Onder meer NOS, RTL, NEP en EMG zijn er gevestigd. Het Media Park noemt zichzelf het grootste mediacluster van Europa. Het terrein weerspiegelt daarmee vrijwel de complete ontwikkeling van de Nederlandse media. Van enorme analoge televisiestudio’s en filmcamera’s via satelliettelevisie en commerciële omroep tot streaming, podcasts, sociale media en digitale productie.

Opvallend is hoe dicht de twee jubilea in 2026 bij elkaar liggen. Op 2 oktober is het precies 75 jaar geleden dat de Nederlandse televisie officieel begon. Slechts drie weken later, op 23 oktober, is het precies 65 jaar geleden dat de eerste paal van het Omroepkwartier werd geslagen. Aan 75 jaar televisie wordt dit jaar uitgebreid aandacht besteed. Zo heeft Beeld & Geluid een installatie samengesteld met 75 historische televisietoestellen, één voor ieder televisiejaar. Het 65-jarige bestaan van het terrein waarop een groot deel van die televisiegeschiedenis vervolgens werd gemaakt, lijkt vooralsnog veel minder aandacht te krijgen. Toch zijn de twee jubilea nauwelijks van elkaar los te zien. Zonder de opkomst van televisie was het Omroepkwartier waarschijnlijk nooit in deze vorm gebouwd. En zonder het Omroepkwartier – later Media Park – zou de geschiedenis van de Nederlandse televisie er heel anders hebben uitgezien.