De vier omroephuizen bestaan nog niet, maar de machtsverhoudingen worden nu al bepaald

De grote reorganisatie van de Nederlandse publieke omroep moet officieel pas op 1 januari 2029 haar beslag krijgen. De elf huidige omroepverenigingen moeten dan opgaan in vier omroephuizen, naast de NOS. Maar wie alleen naar 2029 kijkt, mist wat er nu al gebeurt. De uitgangsposities waarmee omroepen straks aan die samenwerking beginnen, veranderen momenteel razendsnel en de bezuinigingen raken omroepen zeer ongelijk.

Dat is vooral zichtbaar bij de personele gevolgen van de bezuinigingen. BNNVARA schrapt vanaf 2027 in totaal 79 arbeidsplaatsen. Uitgaande van de ongeveer 478 voltijdsbanen die de omroep recent telde, gaat het om ongeveer één op de zes arbeidsplaatsen. KRO-NCRV heeft het verdwijnen van circa 35 arbeidsplaatsen aangekondigd, op een personeelsbestand van rond de 440 fte. Ook andere omroepen worden geraakt. Bij de VPRO verdwijnen 58 banen en ontstaan veertien nieuwe functies. De NTR schrapt 43 arbeidsplaatsen, HUMAN veertien en bij AVROTROS vervallen dertien arbeidsplaatsen. Daarmee zijn de verschillen tussen de organisaties aanzienlijk. Bij kleinere omroepen ligt het beeld anders. Omroep MAX verliest programma’s en zendtijd, maar heeft tot nu toe geen vergelijkbare grote personele reorganisatie bekendgemaakt. MAX meldde eerder zelfs dat nog niet duidelijk was hoeveel fte uiteindelijk zouden verdwijnen. Ook van PowNed is vooralsnog geen reorganisatie van de omvang van bijvoorbeeld BNNVARA of VPRO bekend.

Dat maakt deze bezuinigingsronde ook bestuurlijk interessant. De nieuwe omroephuizen moeten straks bestaan uit organisaties die formeel partners worden, maar qua omvang, budget, personeel en productiecapaciteit zeer verschillend aan de start kunnen verschijnen. Wie vóór 2029 zestien procent van zijn personeelsbestand heeft moeten inleveren, begint anders aan zo’n samenwerking dan een omroep die organisatorisch vrijwel intact is gebleven. Dat kan invloed hebben op de verdeling van managementfuncties, redacties, productiecapaciteit, huisvesting en uiteindelijk ook op de vraag welke omroepcultuur binnen zo’n huis het meest bepalend wordt. De samenloop van de eerdere omroepfusies maakt dat relevant. Na de vorige grote bezuinigingsronde ontstonden AVROTROS, BNNVARA en KRO-NCRV. Ook toen was het uitgangspunt samenwerking tussen bestaande omroepen. In de jaren daarna verdwenen de afzonderlijke organisaties echter steeds verder naar de achtergrond. BNN en VARA hielden hun eigen merken aanvankelijk bewust overeind, juist vanwege hun verschillende culturen en identiteiten. In 2017 werd gekozen voor één merk BNNVARA en in 2018 hielden de afzonderlijke verenigingen BNN en VARA juridisch op te bestaan. Bij KRO en NCRV voltrok zich een vergelijkbaar proces. Eerst bleven de verenigingen afzonderlijk bestaan binnen KRO-NCRV, maar vanaf 2019 gingen ook zij volledig op in één vereniging en werd het media-aanbod onder het gezamenlijke label KRO-NCRV gebracht. De huidige directie erkende later dat fusieomroepen na 2014 moeite hadden om een duidelijk herkenbare identiteit te behouden. Ook AVRO en TROS begonnen als twee sterke merken die samen verder gingen. AVROTROS spreekt inmiddels zelf over één organisatie met een eigen identiteit en één bedrijfscultuur.

Dit is een Premium-artikel

Word Vriend van Spreekbuis.nl en lees dit artikel gratis.

Word Vriend van Spreekbuis.nl

Al Vriend?