
Het Commissariaat voor de Media heeft in reactie op een Woo-verzoek meerdere documenten deels openbaar gemaakt over interne communicatie rond kritiek op de politieke achtergrond van voorzitter Amma Asante en de vermeende schijn van vooringenomenheid bij sanctiedossiers tegen Ongehoord Nederland. Het verzoek had betrekking op discussies en interne reflectie over de onafhankelijkheid van de toezichthouder. Volgens het Commissariaat zijn drie documenten aangetroffen die onder dit deel van het verzoek vallen.
Uit de stukken blijkt dat woordvoerder Gert-Jan Hartlief op 17 en 18 maart 2025 intern afstemming zocht over een reactie op een weblogartikel dat ook op Spreekbuis verscheen, met de titel Wat het Commissariaat voor de Media wil, vormt een bedreiging voor onafhankelijke journalistiek. De conceptreactie werd onder meer voorgelegd aan voorzitter Amma Asante.
In de uiteindelijke reactie stelt het Commissariaat dat het een zelfstandig bestuursorgaan is dat onafhankelijk van de politiek toezicht houdt op naleving van de Mediawet. Ook weerspreekt het Commissariaat de bewering dat Asante lid zou zijn van BIJ1. Volgens de toezichthouder is dat “een feitelijke onjuistheid” en is Asante “geen lid van een politieke partij”. Ze is overigens wel lid geweest. Pas toen Ton Verlind het CvdM erop wees dat dit nog wel op haar Wiki vermeld stond, werd dit pas verwijderd.
Daarnaast schrijft het Commissariaat dat zelfs lidmaatschap van een politieke partij volgens de Mediawet geen beletsel hoeft te zijn voor het vervullen van de functie. Daarbij wordt verwezen naar de beantwoording van Kamervragen door de minister van OCW, waarin eveneens werd gesteld dat Asante geen partijlid is en dat politiek lidmaatschap op zichzelf geen belemmering vormt.
Niet alle informatie is openbaar gemaakt. Delen van de documenten zijn zwartgelakt vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke beleidsopvattingen voor intern beraad en passages die buiten de reikwijdte van het verzoek vallen. Ook weigert het Commissariaat een overzicht openbaar te maken van niet-publieke nevenfuncties van medewerkers en externe adviseurs die betrokken waren bij sanctiedossiers tegen ON!. Volgens het Commissariaat kan openbaarmaking leiden tot identificatie van betrokken medewerkers en tot ongewenste externe beïnvloeding of druk.

