Column Bert van der Veer: ‘Korte carrières’

Toen ik als eindredacteur De Surpriseshow maakte werd eindelijk (na jaren amusement en vooral veel muziek) een beroep gedaan op mijn journalistieke capaciteiten. Research was alles. Ik hoefde gelukkig niet op pad, daar had ik topvrouwen voor als Ineke Hilhorst, Connie Brood en Lydia Kriek. Zij bezochten dan de mensen die wij mogelijkerwijs gingen verrassen, altijd onder valse voorwendselen. Als de nieuwe collega van de oudste dochter of zo, ze konden de boel heel goed belazeren, die meiden. 

Maar hoe Henny (Huisman) en ik hen ook vertrouwden, er moest altijd een foto op tafel komen. De cruciale vraag was: gunnen we het deze man of vrouw? Hoe mooi het verhaal ook was, het werkte niet als die gunfactor er niet was. Vooral Henny zat er nooit naast. Ik was ook nog wel eens researcher geweest. Ik zat doodongelukkig om niet te zeggen volledig verlamd op een hotelkamer in Braunschweig. Er was een NCRV-programma getiteld De tijd stond even stil en een aflevering zou gaan over de mijnramp in Lengede, Duitsland. 1963, 29 doden maar ook een aantal miraculeuze overlevers. Ik werd geacht wat betrokkenen te bewegen naar Hilversum te komen. En ik kon het niet. Ik staarde naar de telefoon op het nachtkastje van mijn hotelkamer en ik kon het niet. Ik kwam terug op de redactie met de mededeling dat ik niemand had kunnen vinden, de wat laag uitgevallen telefoonrekening heb ik maar niet gedeclareerd. (Die klus bracht mij ook nog naar Hamburg. Ik ging met presentator Jan van Hillo naar de redactie van de Stern om foto’s  uit te zoeken. We misten bijna het vliegtuig terug. ‘Geeft niet, joh,’ zei Van Hillo, ‘gaan we toch fijn naar de hoeren.’ We haalden het vliegtuig. Van Hillo overleed in 1980, ik heb hem nooit gevraagd hoe serieus hij was. Ik zal zijn nalatenschap niet bezoedelen, het zal een grapje geweest zijn).

Mijn carrière als researcher was ongeveer zo kortstondig als mijn loopbaan als presentator. Destijds – Veronica was net in het bestel gekomen – moest iedere omroep aan cultuur doen. De TROS loste dat wat cynisch op door laat in de avond een programma genaamd Kunst omdat het moet te programmeren. Tineke de Nooy en ik kregen van Rob Out de opdracht een kunstprogramma te maken. Aan de grenzen ging het heten. Tinus had de regiecursus op Santbergen gevolgd, ik deed al een tijdje Toppop. Zij zou regisseren als ik presenteerde en omgekeerd. Ik vond mezelf niet alleen een slechtere presentator/ interviewer dan Tinus maar ook een betere regisseur. Dus gaven we de  rolverdeling op. Geen seconde spijt van gehad, ik kan mijn ego prima kwijt achter de schermen. 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*