
Vraag ChatGPT wat er gisteren in de Bondsdag is gebeurd en je krijgt een antwoord dat klinkt als nieuws. Juridisch is het dat niet zondermeer. In Duitsland willen ze daar iets aan doen. Ik werd daarop geattendeerd toen ik op die Parkplatz uit mijn vorige blog nog even digitaal aan het bladeren was in de Frankfurter Allgemeine Zetung van 28 september.[1] De FAZ vertelde dat op die dag de zestien deelstaten hun ontwerp voor het Digitale Medien-Staatsvertrag Teil 2 hebben gepubliceerd. In dit voorstel wordt de AI-chatbot voor het eerst behandeld als wat hij in de praktijk al is, een medium en dan wel met de verantwoordelijkheden die we kennen van kranten en omroepen.
Het gaat nog om een discussieontwerp. De Rundfunkkommission schrijft er zelf bij dat de tekst niet is afgestemd en onderdelen als de boetebepalingen ontbreken nog. Toch vind ik het de moeite waard om er even goed voor te gaan zitten. Het is namelijk een van de eerste serieuze Europese pogingen het mediarecht bij te werken voor een tijd waarin mensen hun informatie steeds vaker uit een algoritme of een taalmodel halen. En er zitten ideeën in waar we in Nederland misschien ons voordeel mee kunnen doen.
De chatbot wordt een medium
De Duitsers introduceren een nieuwe categorie, het KI-Informationssystem. Daaronder vallen diensten die op basis van journalistiek werk van anderen nieuwe tekst maken voor de individuele gebruiker. Denk aan ChatGPT, Gemini of de AI-samenvattingen die Google tegenwoordig boven de zoekresultaten zet.
Het onderscheid met een gewone zoekmachine wordt gemaakt aan de hand van één vraag, vervangt de dienst de bron? Een zoekresultaat met een kort fragment en een link blijft een ‘intermediair. Maar zodra de AI-samenvatting het verhaal vertelt en de bronnen nog hooguit als voetnoot meelopen, heb je te maken met een AI-informatiesysteem.
Heeft zo’n systeem gemiddeld meer dan een miljoen gebruikers per maand in Duitsland, dan gelden de volgende regels. Ik probeer ze overzichtelijk en hopelijk begrijpelijk onder elkaar te zetten.
Verantwoordelijkheid. “Anbieter von KI-Informationssystemen sind für die von diesen generierten Inhalte verantwortlich.” Je bent als aanbieder dus verantwoordelijk voor wat je systeem schrijft, niet voor de bronnen die het gebruikt.
Zorgvuldigheid. Bij nieuws en politieke informatie moet de AI de bronnen “in ihrem Sinngehalt unverfälscht” weergeven. Waar het systeem niet zeker is, moet het dat ook zeggen.
Een betrouwbaarheidsscore. Bij nieuws en politiek moet de aanbieder aangeven hoe groot de kans is dat de beweringen kloppen. Van alle voorstellen vond ik dit het meest opvallende.
Bronnen tonen. Welke journalistieke bronnen zijn gebruikt en waarom juist die? Dat moet zichtbaar worden.
Geen discriminatie. Een chatbot mag journalistieke aanbieders niet zonder goede reden achterstellen. Wie een eerlijke licentiedeal met een uitgever heeft gesloten, mag die volgens de toelichting wel laten meewegen.
Recht op weerwoord. Wie door een AI-antwoord in een kwaad daglicht komt te staan, krijgt recht op een Gegendarstellung. Die moet in de kennisbank van het systeem worden opgenomen en bij vervolgvragen over hetzelfde onderwerp worden meegegeven.
Een aanspreekpunt in Duitsland. Ook een aanbieder die in Californië zit, moet een vertegenwoordiger aanwijzen bij wie de toezichthouder terecht kan.
Op één punt trekt de AI overigens aan het kortste eind. Het mediaprivilege in het privacyrecht, dat journalisten ruimte geeft om met persoonsgegevens te werken, geldt niet voor volledig geautomatiseerde verwerking.
Vindbaarheid
Het tweede grote thema is vindbaarheid. Zenders met een ‘public value’-status moeten op smart-tv’s en streamingplatforms nu al zichtbaar zijn, maar in de praktijk betekent dat meestal een aparte tegel waar de kijker zelf naartoe moet navigeren. Volgens de deelstaten past dat niet meer bij hoe mensen media gebruiken. Die zoeken niet, die scrollen door feeds die een algoritme voor ze heeft samengesteld.
Het ontwerp stelt daarom een quotum voor. Een gebruikersinterface met algoritmische aanbevelingen moet minstens bij elke vijfde aanbeveling iets uit de public value-pool laten zien. Een fragment van de Tagesschau bijvoorbeeld, een krantenartikel of een podcast van een erkende redactie. Wélk item het wordt, mag het algoritme zelf bepalen. De verhouding is niet uit de lucht gegrepen volgens het voorstel, het schijnt ongeveer op het aandeel advertenties in een gemiddelde feed te liggen. Of het quotum voor alle aanbevelingen gaat gelden of alleen voor informatie en educatie is nog niet beslist. Via een verwijzing gaat de regel ook gelden voor platforms als YouTube.
Verder komt er een regel voor outlinks. Platforms moeten links naar journalistiek aanbod gratis toestaan, overal in hun dienst en ook buiten hun eigen ingebouwde browser. Wie zo’n link plaatst, mag daar niet voor worden gestraft met minder bereik.
Journalistiek als keurmerk
Al die voorrang en bescherming moet natuurlijk ergens aan worden opgehangen. De Duitse opstellers kiezen voor artikel 18 van de Europese mediaverordening (EMFA). Een aanbod geldt als ‘journalistiek-redactioneel verantwoord’ als het de verklaring uit dat artikel zou kunnen afgeven, dat wil zeggen redactioneel onafhankelijk, transparant over eigendom en werkend volgens redactionele standaarden. Of de aanbieder die verklaring ook echt bij een platform heeft ingediend doet er niet toe. Zo haakt het Duitse mediarecht direct aan bij het Europese mediaprivilege en hoeft de toezichthouder niet zelf de inhoud te gaan beoordelen.
Er zit wel een stok achter de deur. Stelt een bevoegde instantie herhaaldelijk en onherroepelijk ernstige overtredingen vast van de journalistieke zorgvuldigheid bijvoorbeeld, het persoonlijkheidsrecht of het auteursrecht, dan kan de toezichthouder de privileges tijdelijk intrekken. De eerste keer voor maximaal een jaar. Het medium wordt daarmee niet verboden, maar valt voor de platforms terug naar ‘gewone content’, met gewone algemene voorwaarden.
Ook de bestaande zorgvuldigheidsplicht wordt aangescherpt. Zo moeten journalistieke onlinemedia voortaan hun redactionele processen op orde hebben, het moet helder zijn wie waarvoor verantwoordelijk is en er moet een vaste procedure zijn om fouten achteraf te herstellen. De toelichting heeft het over “safety by design”.
En wat nog meer?
Gecoördineerde “künstliche Reichweitenverstärkung” wordt verboden. Het gaat dan om netwerken van accounts die automatisch het bereik van berichten opkloppen. Als de statistiek sterk in die richting wijst, wordt het vermoed. Speelt er ook echte menselijke interactie mee, dan blijft het bij een label. Ook mag je niet langer de titel, het logo of de huisstijl van een nieuwsmedium overnemen om de indruk te wekken dat een bericht van dat medium komt. Dat geldt eveneens voor overheidsinstanties en politieke partijen. Satire wordt uitdrukkelijk ontzien.
Private omroepen krijgen meer ruimte voor reclame. Ideële reclame en overheidsvoorlichting worden toegestaan, maar niet rond het nieuws, rond kinderprogramma’s en tijdens de verkiezingszendtijd. Politieke reclame blijft verboden. Wie beweert dat iets geen reclame is, moet dat voortaan zelf aantonen. En landelijke zenders mogen regionale reclame uitzenden, zolang ze investeren in regionale journalistiek.
Het mediaconcentratierecht wordt aangepast. Zo wordt bij een kijkersaandeel van 30 procent vermoed dat een partij een dominante invloed heeft op de meningsvorming. De mediatoezichthouders krijgen de mogelijkheid lokale journalistiek te steunen. En reclame waarin kinderen optreden, mag hun belangen niet schaden of misbruik maken van hun onervarenheid. Die regel is nadrukkelijk bedoeld voor ouders die hun kinderen inzetten op sociale media.
Al met al een ambitieus programma en tegelijkertijd een mogelijk trendsettende aanpak. Ik verwacht wel dat met het oog op de consultatie die nu in Duitsland loopt, de kritiek zich vooral op drie punten zal richten.
Het eerste is de rol van de overheid. Via erkenning en verplichte zichtbaarheid gaat de overheid indirect mede bepalen welke informatie voorrang krijgt in de feed en in het AI-antwoord. De koppeling aan de EMFA voorkomt weliswaar dat de toezichthouder zelf de inhoud moet beoordelen en dat kan een begaanbare route zijn. Maar daarmee is de gevoelige vraag nog niet weg wie uiteindelijk bepaalt wat als journalistiek en als public value wordt erkend. Of het in deze roerige tijd verstandig is om dat in de wet vast te leggen, terwijl sommige partijen ‘de media’ openlijk als tegenstander zien, is een andere vraag. Dat concurrenten kunnen verzoeken om andermans privileges in te trekken, vind ik bovendien behoorlijk gevoelig.
Het tweede is de bevoegdheid. Mogen de deelstaten dit eigenlijk allemaal nationaal regelen, naast de AI-verordening, de Digital Services Act en de EMFA en met het land-van-oorsprongbeginsel op de achtergrond? Een Duitse regel voor een Amerikaanse chatbot zal hoe dan ook langs Brussel moeten.
Het derde en wat mij betreft het interessantste, is de technische uitvoerbaarheid, vooral van die betrouwbaarheidsscore. Een taalmodel kan niet echt zeggen dat een antwoord “87 procent betrouwbaar” is. Het weet zelf niet hoe betrouwbaar het is. Zo kan een instrument dat transparantie moet vergroten juist schijnzekerheid creëren.
Daar komt de politiek nog bij. Een mediaverdrag moet door alle zestien deelstaten worden goedgekeurd. Komt de AfD in Saksen-Anhalt aan de macht, dan kan die ene deelstaat de hele hervorming blokkeren.
Wat Nederland hiervan kan leren
Onze Mediawet gaat nog vooral over omroepen en over wie welke zendtijd krijgt in welke structuur. Over AI-chatbots, feeds en outlinks zegt de wet nog niet zoveel. We hoeven het Duitse ontwerp niet over te nemen, maar het kan wel inspireren.
Artikel 18 van de EMFA geldt sinds augustus 2025 ook in Nederland. Duitsland gebruikt het als sleutel voor bescherming van journalistiek. Nederland zou kunnen overwegen dat ook te doen. Dan hoeven we niet zelf een politiek gevoelige definitie van ‘goede journalistiek’ te verzinnen. Maar de mitsen en maren die ik hierboven noemde, moeten dan wel een plek krijgen.
Interessant vind ik ook de gedachte om een AI-samenvatting als publicatie te behandelen en niet als zoekresultaat. Het criterium ‘vervangt de dienst de bron?’ is helder en zal ook over een paar jaar nog bruikbaar zijn. Het Duitse voorstel geeft Den Haag een model om verder naar te kijken.
Dan het weerwoord. Nederland kent geen direct wettelijk recht op weerwoord, dus ook niet bij AI-antwoorden. Wie zich bij ons gedupeerd voelt, moet naar de rechter voor een rectificatie, of aankloppen bij de Ombudsman NPO of de Raad voor de Journalistiek en dat werkt in onze verhoudingen best goed. Nu steeds meer mensen hun informatie van een chatbot krijgen, lijkt de Duitse gedachte om een correctie in de kennisbank van het systeem op te laten nemen mij wel de moeite van een verkenning waard.
De discussie over de hervorming van de NPO gaat vooral over omroephuizen en budgetten. Regels over vindbaarheid zijn tot nu toe alleen aangekondigd. De Duitsers denken een stap verder en zeggen niet langer alleen die tegel op de tv, maar ook zichtbaarheid in de feed. Het bereik van publieke en regionale content wordt nu eenmaal steeds meer bepaald door de algoritmes van YouTube, TikTok en de smart-tv. Een quotum van ‘elke vijfde aanbeveling’ is misschien wat bot, maar de gedachte verdient een plek op de agenda.
Het recht om vrij naar een nieuwsartikel te linken en een verbod op het nabootsen van bijvoorbeeld de NOS-huisstijl zijn eenvoudige regels die goed te verdedigen zijn. Op dit moment moet een omroep zich bij nabootsing behelpen met bijvoorbeeld het merkenrecht.
Wat we naar mijn mening beter niet zomaar kunnen overnemen, zijn de verplichte betrouwbaarheidsscore voor AI-antwoorden en de mogelijkheid voor concurrenten om iemands journalistieke privileges te laten intrekken. Het eerste is technisch lastig waar te maken en het tweede past slecht in een land waar de pers traditioneel primair zichzelf reguleert, via ombudsmannen, redactiestatuten en de Raad voor de Journalistiek, met de rechter als uiteindelijke mogelijkheid.
Tussen bron en burger
Wat Duitsland volgens mij ook blootlegt, is dat we niet alleen opnieuw moeten nadenken over wat een medium is. Minstens zo belangrijk is wat er gebeurt tussen de journalistieke bron en het antwoord dat een burger uiteindelijk krijgt. Nu AI steeds vaker selecteert, combineert, samenvat en formuleert, wordt juist dat tussenstuk onderdeel van onze informatievoorziening.
Dan gaat het niet alleen om de vraag wie verantwoordelijk is voor het AI-antwoord, maar ook om de vraag of een burger kan begrijpen hoe dat antwoord tot stand kwam. Welke bronnen zijn gebruikt? Welke beweringen rusten daarop? Waar spreken bronnen elkaar tegen? Wat is onzeker? En wat heeft AI er zelf aan toegevoegd of uit afgeleid?
Het Duitse ontwerp zet daar nu de eerste stappen met de plicht bronnen en selectiecriteria te tonen en onzekerheden kenbaar te maken. Als je op die weg doorgaat, heb je de problematische betrouwbaarheidsscore niet meer nodig. Geen schijnprecisie in de vorm van “87 procent betrouwbaar”, maar openheid over het bewijs, over de onzekerheid en over het verschil van inzicht.
Wat ik goed vind, is dat Duitsland zichzelf een vraag stelt waar elk Europees land binnenkort een antwoord op moet hebben. Als steeds meer mensen hun nieuws van een machine krijgen, wie is dan verantwoordelijk voor dat nieuws? Niet alle antwoorden in dit ontwerp overtuigen nog, maar ze zijn wel concreet genoeg om over te discussiëren. Zover is het Nederlandse mediadebat nog niet.
Het mediarecht van morgen gaat wat mij betreft dan ook niet alleen over de bescherming van journalistiek of de regulering van AI of hoeveel Omroephuizen er moeten komen. Het gaat ook over de controleerbaarheid van wat er gebeurt tussen bron en burger.
De consultatie loopt tot 13 november 2026. Iedereen kan reageren, mediabedrijven, brancheorganisaties en individuele burgers, dus ook Nederlandse geïnteresseerden. De reacties worden gepubliceerd als de indiener daarmee instemt. Ik ben benieuwd welke reacties er gaan komen en wat de deelstaten daarmee doen. En zo werd het op die Parkplatz nog boeiender dan het al was en ga ik mijn reis door Europa vervolgen.
Bronnen
Rundfunkkommission der Länder, Diskussionsentwurf Digitale Medien-Staatsvertrag (DMStV) Teil 2, 28 september 2026
Staatskanzlei Rheinland-Pfalz, Eckpunkte oktober 2025
epd medien, ‘Länder wollen mit Staatsvertrag KI-Plattformen regulieren’
turi2/epd over Teil 1 en de kritiek van de Europese Commissie
BILDblog over het politieke risico in Saksen-Anhalt
[1] https://www.faz.net/aktuell/feuilleton/medien-und-film/medienpolitik/anhoerung-zur-regulierung-von-ki-hat-begonnen-201270192.html
