
De discussie over De Schatkamer van Beeld & Geluid laait opnieuw op. Nadat eerder al commotie ontstond over oude afleveringen van Dit Was Het Nieuws, blijkt nu ook Paul de Leeuw niet zonder meer te willen dat zijn oude tv-materiaal online beschikbaar komt. Hij wil eerst goed nadenken over wat wel en niet in het archief verschijnt, en onder welke voorwaarden. Daarmee wordt opnieuw duidelijk hoe gevoelig het Nederlandse televisiearchief is geworden of breder: hoe gevoelig de huidige tijdgeest is geworden.
De Leeuw wil volgens De Telegraaf eerst goed kijken welk materiaal online komt en onder welke voorwaarden. Hij zegt geen zin te hebben om zich “doorlopend te moeten blijven verantwoorden” voor sketches van 30 of 35 jaar geleden. Ook vindt hij dat bij bepaald materiaal de context van die tijd moet worden gegeven, omdat de tijdgeest is veranderd.
Die redenering klinkt begrijpelijk, maar roept ook principiële vragen op. Want als oude satire, cabaret, journalistiek en amusementsprogramma’s alleen nog online mogen wanneer ze probleemloos door de ‘morele bril’ van vandaag bekeken kunnen worden, blijft er weinig televisiegeschiedenis over.
Daarbij is ook de vraag hoe praktisch zo’n contextlaag eigenlijk is. Duiding geven bij oud materiaal kan namelijk snel omslaan in een krampachtige exercitie, alsof je achteraf een schunnige grap of ongemakkelijke scène moet gaan uitleggen. In een archief met meer dan 700.000 radio- en televisieprogramma’s zou je dan bij talloze fragmenten begeleidende teksten moeten schrijven, waarbij vervolgens ook in die duiding weer op ieder woord moet worden gelet vanwege nieuwe gevoeligheden.
Bovendien is duiding zelden volledig neutraal. Wie duidt, kiest ook een perspectief. Daardoor kan context zelf weer eenzijdig, moralistisch of juist te voorzichtig worden. Voor je het weet ben je bij een aflevering van Jiskefet meer tekst kwijt aan uitleg, waarschuwingen en verantwoording dan de aflevering zelf lang is. Dan verandert een archief van een venster op het verleden in een hedendaagse gebruiksaanwijzing bij alles wat vroeger kennelijk niet meer onbegeleid bekeken mag worden.
Ook in de oudere DAAN-omgeving, het digitale archief dat al langer toegankelijk was voor mediaprofessionals, waren bepaalde beelden niet beschikbaar. Een bekend voorbeeld is de beruchte Hoofdenaffaire uit de jaren tachtig, rond een spraakmakende Brandpunt-reportage van Willibrord Frequin. Die affaire kostte Frequin uiteindelijk zijn positie bij Brandpunt.

Het wrange is dat veel van dit soort beelden vaak alsnog online te vinden zijn via YouTube, sociale media of particuliere archiefkanalen. Het volledig tegenhouden van oud materiaal heeft daardoor maar beperkt effect. De geschiedenis verdwijnt niet; ze verplaatst zich alleen naar plekken waar juist minder context, minder zorgvuldigheid en minder journalistieke duiding aanwezig is. De ironie is overigens dat niet alleen omroepen worstelen met oud archiefmateriaal. Ook online platforms zijn allang geen neutrale etalages meer. Een historisch televisiemoment als Phil Bloom in Hoepla (VPRO) kan vandaag op sociale media al snel botsen met regels rond naakt, zichtbaarheid en leeftijdsbeperking. Wat in 1967 een culturele doorbraak was, kan in 2026 door een moderatiesysteem van Youtube, Facebook of TikTok worden behandeld als probleemcontent.
Voorstanders van openstelling wijzen er daarom op dat een publiek archief juist de beste plek is om oud materiaal verantwoord beschikbaar te maken. Beeld & Geluid-directeur Eppo van Nispen uitte eerder kritiek op het filteren van het archief. Volgens hem moet een archief juist laten zien waar we vandaan komen. Ook Jack Spijkerman reageerde kritisch op de discussie rond het offline houden van oude programma’s. Michiel Romeyn noemde het eerder het “wat slap” dat materiaal uit Dit Was Het Nieuws zou verdwijnen, terwijl Jiskefet wel beschikbaar bleef.
De kern van de discussie is daarmee groter dan Paul de Leeuw of Dit Was Het Nieuws. De vraag is of een archief een schoongepoetste etalage moet zijn, of juist een volledig geheugen van de Nederlandse media. Oude televisie kan ongemakkelijk, grof, gedateerd of zelfs pijnlijk zijn. Maar juist dat maakt het vaak historisch relevant.
Wie oude programma’s achter slot en grendel houdt, voorkomt niet altijd dat ze opnieuw opduiken. Wel verdwijnt de mogelijkheid om ze binnen een publieke, zorgvuldige en journalistieke context te bekijken. Een archief is geen aanbeveling en ook geen goedkeuring. Het is een geheugen. En een geheugen dat alleen prettige herinneringen bewaart, is geen archief maar reputatiemanagement.
